is toegevoegd aan uw favorieten.

Saamenspraaken over de Hebreeuwsche poëzy.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over pe HEBREEUWSCHE POEZY. 135

„ Dat wist ik niet." En hy vreesde, en zeide;

„ Hoe vreeffelyk is deze plaatfe!

,, Elohim woont hier.

„ Hier is des hemels poort."

En hy nam den fteen, zodra de morgen aanbrak,

en richtede hem tot een gedenkteken op;

ooot olie daar op, en noemde de plaats; Huis van ö God. Hy deedt eene gelofte, en fprak;

Is Gód voortaan met my,

behoedt hy my op den weg, dien ik gaa,

en geeft hy my brood en kleederen,

keer ik dan vreedzaam weder naar het huis myns

Vadtrs,

zo zal Jehovah tny tot een God zyn;

En deze fteen, dien ik tot een gedenkteken héb opgericht,

zal een huis Gods worden.

Eut. Gy ziet de eenvoudige begrippen des Harderlyken Jongelings. Hy gelooft niet , dat zyns Vaders God ook buiten de Vaderlyke hutte zy 5 hy fchrikt, dat hy hier, zonder het te weten, op heilig Land, als in het Voorhof van Gods Wooning , geflapen hadt. Hy hadt des Hemels Poort in zynèn droom hier geopend geI 4 zien