Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Samüël Joannes van de Wynpersfe, enz, 23

loutere verbeelding, of ^elfsbedrog, en niets meer dan de flotfom van ons theoretisch onderzoek! kortom: alles gefchiedt hier van agteren, door een befluit onzer theoretifche rede, op onderzoek gegrond: niets van veren!

Daarenboven, hoe loopt alles hier ellendiglijk in eenen cirkel rond! Onze rede zelve, zegt men, geeft ons geene wetten : maar zij ontdekt ons die flegts. Hoe dan? zij ziet immers de voorwerplijke noodzaaklijkheid eener zedenlijke wet niet terftond onmiddellijk , maar eerst van agteren, in. Ja, zegt men, zij ziet het verband van die wetten met het algemeene doelwit , naar welk wij {treeven moeten! Doch wat fpreekt gij mij van wetten, als reeds gegeven; daar ik naar den eerden grond van het begrip dar wet vrage, en gij mij zelve zegt, dat mijne rede, uit haare eigen natuur, de voorwerplijke noodzaaklijkheid , aan eene zedenlijke wet verbonden, niet van voren kan inzien 9 Wat fpreekt gij van te moeten Ureeven naar eenig doelwit der fcheppinge? Gij meent immers zedenlijk moeten, en geenen natuurdwang. Maar wie, of wat, kan mij dit gebieden, of daar toe verpligten, anders dan B 4 mij-