is toegevoegd aan uw favorieten.

Vaderlandsch woordenboek; oorspronklyk verzameld door Jacobus Kok, Twee-en-twintigste(-negen-en-twintigste) deel. K-M (-V).

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OLDENBARNEVELD. (JOAN van)

f|ii || || | |. ...^.I — ...111.1 ■ ■■ «■«■«■■■M "

Vokaat gewekt hadden en voedden. De eerfte was, zijne begunltiging van de Remonftranten, die aan de Overheid grooter gezag irt het Kerkelijke toefehreeven, dan hunfie tegenftreevers; en, diensvolgens, zijne bewerking dat, op 's LandS Hoogefchool te Leiden, Hoogleeraars van de zelfde denkwijze VerkooZen wierden; Waar door het getal van Remonftrants» gezinde Leeraars allengskens moest toeneemen. Eene tweede" oorzaak was, het aanneemen van Waardgelders; waar aan, als eené derde, zeer naauw verknogt was , het afneemen vart eenen eed van getrouwheid, aan de Staaten en den tegenwoordigen Regeeringsvorm, van de Bezettingen in zommige Steden. Ten laafde kwam hier bij, het voorgevallene te Utrecht ^ alwaar de Advokaat bewerkt hadt, dat de poogingen van Prinfe maurits, om de Waardgelders te doen afdanken, ongelukkig flaagden.

Om alle deeze redenen hadt zijne Doorluchtigheid een ztf geweldigen haat opgevat tegen den grijzen Staatsdienaar, dat bij veelen de vreeze huisvestte omtrent eenige gewelddaadige! onderneeming. Hugo de groot,- hebbende hooren mompelen $ alsof 'er een plan beraamd was, om eenigen uit de Vergadering van Holland in verzekering te neemen, gaf 'er den Advokaat kennis van, en tevens in bedenking, of hij niet geraaden vondt, zich na eenige verzekerde Stad in veiligheid te* begeeven. Doch de Advokaat vondt zulks onnoodig, alzo" hïjj omtrent deezen tijd, van nieuws, door de Staaten in bijzondere befcherminge was genomen. De Raadsheer berkhout, van een ander Staatslid verzeld, den Heere van oldenbarneveld koomende aanzeggen, dat hij voorzeker Zoudë gevangen Worden, vondt den grijzaart zitten op zijn Koelvat, met zijn Bokje in de hand, en bekwam tot antwoord; 't zijn bnoze mcnfchen, en voegde 'er nevens , onder 't afligtett van zijn Mutsje: Mijne Heeren, ik bedank u voor de waarjchuwing. Een bezoek van den Predikant uitenbogaard was\t laatfte, welk hij in zijn eigen huis ontving. Een half uur daar naa, 't was 'smorgens tusfchen zeven en acht uure van Zondag den negenentwintigften Augustus des Jaars 1618, tradt hij in zijne Koets, en reedt na het Hof. Terftond naa zijns komst, verzogt zijne Doorluchtigheid , door eenen KaraerRr a beef,