is toegevoegd aan uw favorieten.

Verhandelingen van het provinciaal Utrechtsch genootschap van kunsten en wetenschappen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

43o y. T. VAN DE WYNPERSSE,

ven , en den naam van Maaghoest aan dezen ten duidelijkfte toekennen.

s- iv.

Wat nu de Oorzaaken van deze ftuipagtige

Ziekte betreft: derzelver zeer moeielijk

onderzoek fchijnt de reden geweest te zijn, waarom verfcheiden Schrijvers of dezelve geheel verzweegen, of een zeer gebrekkige en niet voldoende gefchiedenis ten dezen opzigte

ons hebben 'nagelaaten. De Opzienderen

dus van het Utrechtsch Genootfchap der Wetenfchappen , dit zeer wel inziende, begeeren, dat men de bron der Ziekte naauwkeuriger onderzoeke , en , daar zij in eene dikke duisternis bedolven ligt , eenig licht bijzette. — Om des te beter te werk te gaan, in het behandelen van een zaak van zoo veel belang, als het verklaaren der Oorzaaken van deze verfchiikkelijke Ziekte, verdeele ik dezelve, even als die der andere Ziektens, in beginnende oorzaaken (cauffa procatarEtica^) , of fchadelijke magten (potententia nocentes) , en voorgaande {proëgumena) of zaaden (feminia); uit welker beider faameiiloop, wat Ziekte het

ook zijn mag , gebooren moet worden.

Alvooiens ik het eerst-opgenoemde foort van

oor-