Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*S4 DEBORA MET JEKOLJA;

het hooger einde van den tafel; ik hoorde het hem. daer nederzetten ; maer kon toen voor een poos niet zien, wat hy deed'; alleen bemerkte ik, dat 'er een algemeene ftilte was. Dan als hy by den derden, by Simon Petrus, kwam kon ik door de deur, die toen een handbreed openftond, henen zien. Hy zettede zeer gefchikt het bekken by zyne voeten, en wilde die beginnen te wasfen. Petrus Cgy weet, lioe driftig deze is) weigerde, dit, en zei met een luide en ernftige ftemme: „ Heere! zoud gy my de „ voeten wasfen ? " Jefus antwoordde op eenen zachten toon: „ Wat ik doe, weetgy nu nog niet, „ maer gy zult het hier na begrypen." Dan dit kon by den yverigen Petrus niet gelden.

J. Hy had ook gelyk.

D. „ Gy zult myne voeten in eeuwigheit niet „wasfen;" zeide hy gansch driftig. Maer, als de Propheet antwoordde: „ wanneer ik u niet wasfe, „ zo hebt gy geene gemeenfchap met my," s toen kwam hy ras in het tegenoyergeftelde: „ Heere J wanneer het 'er zoo meê gelegen is, — niet alleen myne voeten, — maer ook myne handen „ en myn hoofd." Hierop zejde de Propheet: „ wie „ gewasfen ter maeltyd komt, behoeft niets meer „ dan de voeten te wasfen ; hy is voorts reeds 5, rein; en gylieden zyt rein — maer niet allen." Dit begreep ik niet, waer op het zien mogt. Hy ging zoo de geheele rei langs, zoo ver als ik zien kon. Eindlyk, wanneer hy rond geweest was, ging hy henen , trok zyne kleederen weder aen , en , aen de tafel zynde gaen zitten, fprak hy: „ weet „ cy lieden, wat ik u gedaen hebbe? gy noemt my „ Rabbi en Heer! en met recht, wantik ben die.

#s In-

Sluiten