is toegevoegd aan uw favorieten.

Onderwys in den godsdienst.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OUDE EN NIEUWE TESTAMENT V. BOEK. 221

Dees vierde Koning van Juda , was een zeer Godvruchtig Vorst. —— Zyne eerste zorg was , zyn Ryk te verfterken , en zich in ltaet van tegenweer te ftellen, om zich , zoo het de nood vorderde , tegen zyne vyanden te kutnen verdeedigen. Hiermeede hieldt hy zich , de twee eerste jae» ren van zyne Regeering , beezig. Ondef dit alles , diende hy den heer oprech* telyk , ook zag hy eenen blykbaeren zeegen , op alle zyne onderneemingem —— In het derde jaer begon hy den Godsdienst te hervormen. Er heerschte zeer' veel on-* kunde , in den Godsdienst , onder het volk. Hy fprak daerom , met vyf aenzienlyke mannen van yver en beproevde trouw , over de beste middelen , om zyne onderdaenen , in zaeken van den Godsdienst , te onderwyzen. Deeze vyf mannen naemen eenige van de kundigfte en Godvruchtigfte lieden , uit de Priesteren en Levieten, met zich , en onderweezen het volk , in de onderfcheidene plaetfen van het Koningryk, hoe zy den heer , volgens het voorfchrivt van zyne Wet, dienen moesten. Zy voerden een affchrivt van het Goddelyk Wetboek met zich , zo om het geen zy leerden te bevestigen , als ook om de fouten in de affchrivten , zo zy dezelve ergens ontmoeten mogten , te verbeeteren.

VI. DEEL.