is toegevoegd aan uw favorieten.

Aanmerkingen over het zevende capittel uit het boek der godspraaken van Jesaia.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over Jefaia VII. 69

voor dat Nebucadnezar de verovering van Egipten ondernam. Want het was vcrmoedelyk door deeze beroertens, dat dc Goddelyke voorzienigheid voor Nebucadnezar den weg baande tot de voorfpelde gcmakkelvke verovering van dat Koningryk. zie Ezech.XXiX. vs. 18-20. Volgens deeze aanmerkingen fchynen niet alleen genocgzaame gronden van zekerheid, maar ook van waarfehynlykheid te ontbreeken in alle tydreekeningen t welke in die verondcrftclling, dat Farao Hophra ruim ieT Jaaren naa de verwoeftinge van Jcrufalem door Nebucadnezar zoude gedood zyn, haaren grondflag hebben. Volgens dezelve kunnen wy zonder eenige hinderniffe de gevangkelyke wegvoering van Manaffe in het 22ite Jaar zyner regeering, en de komfte van Pfammitichus tot den Egiptifchen troon, als bynaa gelyktydige gebcurteniffen befchouwen. Laat Manaffe in het 2 2fte jaar zynen regcering naa Babel gevoerd zynde, Pfammitichus 's jaars daar aan volgende den Egiptifchen troon beftecgen, cn daar door aanieidingetot Manaffes verlcfïing gegeeven hebben; wanneer Manaffe maar zeer kort te Babel zal geweeft zyn, en in zyn Koningryk herftcld zaj zyn in het zsfte jaar zyner regeering.

dd. Het zwaarfte van alle de oordeelen, die de Heere door de Affyrifche Koningen over Juda gebragt heeft, en als het ware ""derzelver voltoojing,is geweeft de Babilqnifche gevangkeniffe. Deze wordt zomwylen in de H. Schrift aan de Koningen van Babel, zomwylen aan de Koningen van Affyrien toegefchrevcn. Men verftaa er dezelfde Koningen door, naamelyk de Koningen yan Babel; die de Affyrifche Monarchie onder É \ fa