Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

202 Het SCHEPPINGS - WERK gen. 1.20--23.

§ 63. De zee is grooten wijd, en tevens onpeilbaar. j

Linn^eus telt ruim 60 genachten, en wel 500 foorten. Artedius had vijf fooiten, 1) plat-ftaar-

tige (plagiuros) , 2) met 'knars-beenige vinnen , (ckondropterijgios~), 3) metbeen-agtige doren (branchiostegos), 4) met fpitfe vinnen Qacantlwpterijgios'),

5) met weeke vinnen (jnalacopterijgios). Klein

verdeelt ze 1') in zulken, die door de long, en 2)

in zulken, die door de ooren in-en uit-ademen-

en andere nog al op andere wijzen.

Hunne vermenigvuldiging is verbazend fterk. Leeuwenhoek telde de eijeren van £ loods van eene ftok-visch kuit, en naar het ge\vigt der geheele kuit vond hij eene fomme van 9 millioenen 340000 eije' ren. Dé Hr. Richter verhaalt, dat een fnoek_2Ö2 jaaren oud worden, en zich zoo vermenigvuldigen kan, dat het geen 'er binnen dien tijd van hem word voortgebragt, van het geheele menschdom niet zou kunnen verteerd worden. Eenige vermenigvuldigen zich 2, 3, 4 tot 5 maal, eenige wel 10 tot 12 maaien: eenige reeds in het eerfte, veele in het tweede, de meeste in het derde jaar: en met 72 uuren komt het geheele broedfel te voorfchijn, zonder het minste toedoen der ouden; want de visch laat zijn zaad, zonder zorg en overleg, in de onftuimige wateren vallen: onbekommerd, waar de eijeren in de woeste baren blijven, waar het jonge broedfel, voedfel en onderhoud vinden zal, ontdoet hij'er zich flechts van. De bezwangerde eijeren blijven, als verloren hier en daar hangen. Geen moeder broeit ze, geen vader kweekt of koestert ze. Van de befcherming van hun kroost tegen hitte of koude, tegen regen of ftorm, tegen donder enblikfem onkundig, geven zij het aan het geval eeniglijk over. Wie verzorgt, wie voedt en befchermt ze nu, en wel iedere foort op hunne bijzondere wijze, dat 'er geen één van verloren gaan ? En wie anders, dan dc groote Schepper en Onderhouder van al wat leeft? Hierbij heeft men echter aantemerken, dat de vermenigvuldiging der visfehen niet zoodanig gefchieddc, als wel de eerfte aanleg van den Schepper kon uitleveren, en naar de menigte der eijeren in de kuiten fchijnt temoeten

Sluiten