is toegevoegd aan uw favorieten.

Weekblad voor den zoo genaamden gemeenen man, uitgegeeven door het departement van Stad en Lande, behoorende tot de Maatschappy tot nut van't algemeen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 227 )

Dat deeze regel vergenoegdheid bevordert, is va» zelf klaar: want bepaalt men zich veel by de voorrechten en weldaaden, die men geduurig geniet, dan verblydt men er zich ligt over; zy leiden ons natuurlyk op tot erkentenis van den milden Geever, die ons alles ryklyk fcbenkt om te genieten. In tegendeel, ftaaroogt men geftadig op het gene men mist, en ziet men wat m«n bezit voorby, dan wordt daar ontevredenheid met ons deel uit gebooren.

2. Pergelyk uwen ftaat meer by dien van bun, welke minder, dan by dien van zulken, die boven u bevoorrecht zyn of febynen.

Deeze tweede regel is een aauhangfel van den eerften, of ftaat ten minlten met denzelven in bet allernauwfte verband. Dus moet hy ook even zeer dieEen ter bevordering van ons vergenoegen.

A. en B, by voorbeeld, hebben genoegzaam dezelfde voorrechten. Zy zyn niet ryk, maar hebben toch een maatig beftaan. A. denkt geduurig: ,, wat beb„ ben de ryke menfchen het goed in de wereld! ik ,, moet werken ; zy neemen dagelyks hun pleifier; ,, ik eet gemeene fpys, en drink bier; zy eeten lek„ kernyen, en drinken wyn, enz," Dit maakt hem gémelyk, ondankbaar, en onmedelydend.

B. "denkt , in dezelfde omftandigheden : „ o wat „ heb ik veel vooruit boven duizenden van myne me-

demenfehen! ik eet en drink wel niet van liet aller„ kostbaarüe en aangenaamfte, maar ik geniet toch

dagelyks. met fmaak gezonde fpys en drank, tot ver,, zading toe. Myne Woon ing is wel geen paleis, „ maar genoegzaam ter befchutting voor koude, re„ gen, en onweer. Myne kleederen zyn wel niet „ prachtig, maar genoegzaam-tot dekking, en .ma.i„ tige verfiering. Myn huisraad beftaat niet in kost,, baare dingen , die" de weelde uitvond ; maar het ,, ftrekt my toch tot geryf en gemak. Befchouw ik „ myne arme huurlieden, en zoo veele anderen, die „ in een armhartig berookt hutje of kamert e, nauw„ lyks zoo veel brood hebben om hunnen honger te „ ftillen, of kleederen om hunne naaktheid te bedek„ ken, hoe veel heb ik boven hen vooruit!" ——— Dit maakt B. vergenoegd, dankbaar, en weldaadig. D d 2