Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

REIZEN.

27

te voeren. Op verfcheiden van dezelve wierden onze Reizigers als hoofden en bevelhebbers aangelteld; ook dienden hier eenige Engelfchen op de Vloot. Het geheele Leger wierd op achthonderdduizend man begroot, en trok thans op om den.Koning van Asfam te beoorloogen.

Van der heiden was op een Galjoot geplaatst, nevens nog eenigen zyner makkeren. In eenen zwaaren ftorm wierdt dit fchip het onderfte boven geflagen: de meesten verdronken; van der heiden met nog eenen wierdt gered door de Engelfchen, die hen minnelyk behandelden. Zy bedankten hun voor hunnen broederlyken byftand, en toogen eerlang op I weg om hunne reisgenooten op te zoeken; zy vonden ze, naa verloop van tyd, en wierden blydelyk van hun ver? welkoorad, alzo zy, in langen tyd van hun niets gehoord hebbende , bykans den moed hadden opgegeeven, hen immer te zullen wederzien.

Vervolgens kwam van der heiden, met twee zyner makkers, op een kleiner vaartuig , omtrent van grootte en gedaante als de Veerfchuiten van AmJlerdam op Zmndam, met eenige kleine ftukken tjefchut gewapend. Behalven hen bevonden zich op hetzelve nog vyf Hollanders en twaalf Mooren.

Eerlang kwamen ze nu in 's vyands gezigt; zelf hielden ze nu en dan fchutgevaarte met eenige vyandlyke fchepen, van welke ze een veroverden, en eenigen buit maakten. Binnen weinige dagen raakten de beide Vlooten aan elkander in een hevig gevel, waarin des Nababs krygsmagt die des Konings van Asfam noodzaakte de vlugt te neemen, en de fchepen te verlaaten. Zelf wierdt de Admiraal gevangen genomen, doch naa verloop van tyd los gelaaten.

De

Sluiten