Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 33 )

waarheden, aan.welke niemand moet twijffelen,maai ala geruchten , waaromtrend de nadere bevestiging word afgewagt opeenenzeer dubieufen fchrijftrant medegedeeld.

Dit ftelde de mogelijkheid daar, dezelve onverwijld te herroepen, en heeft, ten anderen, dit belangrijk effeft, dat de gevolgen van foortgelljke tijdingen, dat de denkbeelden , uit dezelve geboren en afgeleid den Schrijver geenfins kunnen wordep geimpuieerd.

Ja dat dit zelfde beginfel hem in zijne zeer hachhjke pofitie, vooral in de laatstafgeloope jaaren, en nog heden tegens alle vervolgingen of onaangenaamheden moet bewaren en vrijftellen.

Ik zal, ora dit nader te betoogen , mij niet dadeluK behoeven te beroepen op een onderwerp, over 't welk zoo veel gedagt, gefchreeven, gefprooken en getwist is, de Vrijheid van de Drukpers namentlijk ;

Dan in zoo verre, door de gronden uit dezelve afgeleid, en welke te dikwerf uit het oog verlooren zijn, zal kunnen beweezen worden, dat een Nieuwsfchrijver van geen minder recht moet jouisfeeren, dan het geen aan hem , die zijne begrippen nopens voorkomende zaken aan het publiek bekend maakt, word toegekend.

Tot dit laatfte immers kan en moet de Vrijheid van de Drukpers gebragt worden ,

Dat het elk vrij ftaat zijne gedagten en meeningen over zaaken en voorvallen van allerlei aart aan het Publiek medetedeelen.

De onderfcheidene verklaringen van de Rechten van den Mensch en Burger koomen ontrend dat beginfel overeen.

Het 10 Art. van deeze Rechten op den 27 April 1795alhier ven den Stadhuize gepubliceerd, zegt: C

Sluiten