Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

$Q>6 ZEVENDE GEVAL , VAN EENE A ANMERKENSWAARD.

Dit ging ook eenige weeken zeer wèl, maar vermits ik bemerkte, dat de verflijming weder toenam, moest ik het verdere gebruik van 't laatstvoorgefchreevene middel ftaaken, en tot het gebruik van No. i, terug keeren.

Den 10 Julij werd op voorgemelde wijze met een eierlepeltje vol daarvan, weder begonnen, maar thans gaf de jonge Lijder zelden over, en wanneer zulks al gebeurde, was het uitgefpogene en geëxpettoreerde niets dan flijm, zonder etter; eenige keeren volgde met het vomeer en een weinig gal — ik bemerkte dat het middel thans, meer dan in 't begin, den ftoelgang bevorderde; de eetlust was goed; de flaap bleef insgelijks zeer gerust; ook kookte de borst niet meer, zo min bij dag als in den flaap; de fpraak bleef duidelijk en helder. Ik had de lichaamsoefeningen, voor deezen jongen Lijder hoogst noodig, den vader zeer aanbevolen, 't welk ook op alle mogelijke wijze bewerkftelligd werd, en waardoor ook wezenlijk, eene aanmerkelijke verbetering fcheen te volgen; en vermits deeze jonge Lijder, gelijk boven gezegd is, van eene moeder geboren was, welke vóór haare bevalling van hem, dagelijks eene groote hoeveelheid etters geëxpettoreerd had , was er geen twijfel dat de vloeibaare deelen met zulk een miasma voorzien waren ; des oordeelde ik, dat het gebruik van verbetede middelen moest voordgezet worden, 't welk ook tot het laatfte van de maand O&ober gedaan werd, toen ik oordeelde daarmede te moeten uitfcheiden. •

In 't begin van Jannuarij deezes loopenden jaars, kreeg mijn jonge Lijder eene ontfteeking in de keel, doch werd zeer fpoedig daarvan gered.

Tot dc maand Junij was alles zeer wèl gegaan, wanneer men van tijd tot tijd een vermeerderd

Sluiten