is toegevoegd aan uw favorieten.

Alle de werken.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

104 FJ00DSCHE LEEVENSWYZE.

I.

BOEK. JV.

Hoofdft.

belafteren, aantoonen. Overmits het Land, dat 'wy bewoonen, van de Zee afligt, bemoeien wy ons met den Koophandel niet, en houden dus geene verkeering met andere Volken. Wy houden ons vergenoegd met het bebouwen van ons Land, het welk zeer vruchtbaar is; en wy laaten 't onzen voornaamften arbeid zyn, onze Kinderen wel op te trekken, om dat niets ons zo noodzaakelyk toefchynt, dan hen in de kennis onzer Wetten, en in de waare godvrucht te onderwyzen, om die wel te onderhouden. Deeze redenen dan, gevoegd by onze byzondere leevensmanier, geeven te kennen, dat wy, in de voorgaande Eeuwen, geenen ommegang met de ^Grieken gehouden hebben, gelyk de Egyptenaars en Feniciërs, die, aan den Zeekant woonende, met hen handel dreeven, uit eene begeerte, om zich te verryken. Ook hebben onze Voorvaders niet, gelyk andere Volken, by hunne gebuuren gaan ftroopen, noch hen beoorlogd, uit luft om hunne bezittingen te vergrooten, alhoewel ons Land van eene zeer groote menigte van dappere mannen voorzien was. Het behoeft dan niemand vreemd te dunken, dat de Feniciërs, en door deeze de Egyptenaars en andere Volken, die over Zee handelen, by de Grieken bekend zyn geworden, en dat naderhand de Meden en Perfen 't insgelyks geweest zyn , dewyl zy in Afie regeerden, en dat de Perfen den oorlog tot in Europa gevoerd hebben. De Thraciërs zyn

door

1