Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

234 DE REPUBLIEK DER

XXV.

BOEK.

genbliklyk voordeeligen Krygskans. En valt het niet te lochenen of een inval, van onze zyde, in de Oastenrykfche Nederlanden, hoe vooripoedig men zich denzelven verheelde, zou de breuke grooter en het voortzetten des nog fammelenden Oorlogs volftrekt onvermydelyk hebben doen worden. „~ Doch," merktên de voorftanders van dit Rrygsbedryf aan, „ indien men op. Verzoening bedagt wa?, re, dan moest, aan 's Keizers zyde, de afzakking zyner Troepen na de Nederlanden geftaakt zyn, zo wel als wy van een fpoedigen inval in, en verovering van dezelve hadden afgezien, ,, zo lang tot dat de voortduuring van „ den Vrede, of de aanvang van den Oorlog, bepaald was. Het was aller„ onredelykst dat wy onzen besten kans „ zouden verkyken, terwyl de Keizer, ,, met alle verhaasting, zyne Krygsverrig" j, tingen doorzette. Want het voorgee,; ven van dien Vorst, dat hy zich in „ geene Vredesonderhandelingen wil in„ laaten, vóór dat zyne Troepen in de „ Nederlanden zyn aangekomen , duidt ,, niets minder aan dan eene Vrede-ge,, zindheid, en toont met alle zekerheid, „ dat hy dit voorwendt, dat hy zyne „ wreedaartige oogmerken alleen ver„ bergt, om ons in ilaap te wiegen, om „ ons te rug te houden van hem een „ gevoeligen dag toe te brengen, eer hy „ in ftaat is zulks te verhinderen. Immers, fchoon zyne Troepen in hun

Land

Sluiten