is toegevoegd aan uw favorieten.

Proeve van minnezangen en idyllen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TITYRUS en NERINE. 81

alleen uit zucht tot rykdorh vereende ? Hoe, dierbare Nerine! zou ook reeds deze verfoeijeiyke gewoonte tot zelfs in onze gelukkige ftreken heerfchen? neen, dit doet zy niet. Gy bemint my, ik aanbid u , en wy kunnen gelukkig zyn , zo gy ons gelukkig wilt doen wezen. NERINE.

Heb ik niet een' gryzen vader, dien ik niet mag veriaten, wiens zwakheid ik moet onderfteunen, en dien ik moet voeden ?

TITYRUS.

Een pligt te meer, dierbare Nerine! die u dringt, in onze vereeniging te Memmen. Schenk hem een' zoon , wiens krachten fterker zyn dan de uwen ; die met vreugd hem in zynen ouderdom ten fteun zal verlr.rekJr.en, en hem nimmer zal verlaten.

NERINE.

Ach!

TITYRUS.

Gy zucht? gy verbergt my de ware oorzaak, die u dringt my ongelukkig te maken? ö Nerine! tedergeliefde Nerine! gy bemint my niet!

NERINE.

Ik bemin u gadeloos, dierbare Tityr! en ik zal u dit toonen, door u myn hart te ontfluiten. Gy zult my niet

geftreng beöordeelen, myn hart zegt my dit. Het

is thans ruim drie jaar geleden, toen een fnoodaart, Mevis genaamd, op myne onfchuld loerde. Ik telde toen zestien jaar. Eenvouwdig, zonder ondervinding , gaf ik gehoor aan zyne verleidende redenen ■ ik was op F