Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LEERREDEN

en wel bijzonderlijk van bloed Cx~) , waarin zij zig inbeeldden , dat de fchimmen en onderaardfche

Godien einde wierd 'er niet alleen een men fa , maar ook een labellum op de graflieden gefield. Cic. de Lcgg. II. 26. Eurip. Orest, v. 1189. %odt *.a.t»<ritiwaitr vVs'p jwaTpo» tcIqov. Plutarcb, de fera Num. Vind. p, 41. tKxtpoU ttftKili "x/isiii dvizahZiro v,ïv ^uvijv xof>1C« Eurip, Iphig. in Taur. v. 157. &c* En dat ze in het Oosten ook in gebruik waaren , mag men befluiten uit Sanchoniathon, bij Eufeb. Pnepar. Euang. lib I. p. 36. B.

(«) Hom. II. Y. 34. Odysf. A. 35. 36. Virg. ZEneid, III. 66.

Inferimus tcplcïe fpumantia cymbia /acte, Sanguinis & facri pateras, anïmamqite fep uier ó Condimus, £f magna fupremum voce ciemus. Zie over deeze plaatze den ouden Uitlegger Servius, Dus ook , ibid. V. 75.

Ille é concilio multïs cum millibus ibat Ad tumutum , magna medius comitante catervn, Hic duo rite mero libans carcbefia Baccbo Fanditbumi, duo lacte novo, duo fanguine facrg, Zie ook /Eneid. X. 518, &c. enj. L. de la Cerda ©ver deeze plaatzen. Hierom wierden deeze offeranden ook mw,clmv£Ui genoemd bij de Boeötiers, omdat de fchimmen naamelijk met bloed verzadigd wierden, »iy.xTi h.ogiMTc. Zie Schol. Pindar. Olymp. I. 146. Welk woord ook is aangetekend, en dus verklaard bijHefych.en denEtym. M. Lycophr. Casfandr. v. 684* ^v%ui<st &Sjjf*o»\ at[A# ffgortdvei; jUS-gca Lucian. Necyom* tom. I» p. 469,

Sluiten