is toegevoegd aan uw favorieten.

Weekblad van het regt; verzameling van regtszaken, bouwstoffen voor wetgeving, mengelwerk, jrg 36, 1874, no 3780, 19-11-1874

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eersten regter niet is bezwaard en diens vonnis, in zooverre daarvan incidenteel is geappelleerd, ofschoon op een anderen dsn den door dien regter aangenomen grond, behoort te worden bevestigd;

Regt doende enz.,

Gezien art. 56 B. R.;

Doet te niet het principaal appel;

Gaat voorbij het door de principale appellante subsidiair gedaan aanbod v»n bewijs;

Doet te niet het vonnis, door de Arrond.-Regtbank te Tiei op 29

Maart 1872 tusschen partijen uitgesproken, voor zoover daarvan

len principale is geappelleerd;

Ontzegt aan de principale geint. haren oorspronkelijken eisch Voor zooveel die bij het vonnis a quo is toegewezen :

Veroordeelt haar in de twee derden der kosten van de eerste

instantie, waarin hij het vonnis a quo de principale appellante is gecon demneerd, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

Verleent aan de geint. en incidentele appellante de door haar

ge vraagde acte;

Doet te niet het incidenteel annel :

Bevestigt het voorschreven vonnis, voor zoover daarvan incidenteel is geappelleerd: en

Veroordeelt de geïnt. en incidentele appellante in de kosten, op

ojjf.cjieii in uooger oeroep gevallen, meae op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.

(Gepleit voor de appellante, Mr. S. M. A. dü Mosch, advokaat te Utrecht, eri voor de geïntimeerde, incidenteel appellante, Mr. J. U. de Kempenaeb.)

PROVINCIAAL GER15GTSHOF IN ZUIDHOLLAND.

Hamer vnn ütrMlzalieu,

Moedwillige doodslag.

Zaak van Hendricus Werson.

Den 3 December a. s. zal voor het Hof bovengemelde zaak behandeld worden. De functiën van het Openb. Min. zullen daarbij worden waargenomen door den advokaat-generaal Mr. Terpstka , en als verdediger zal optreden Mr. J. van Gigch. Uit hoofde van de belangstelling, die deze zaak te 's Gravenhage heeft opgewekt , laten wij de acte van beschuldiging, in deze zaak opgemaakt hier in haar geheel volgen.

Bij arrest van teregtstelling van bet Prov. Geregtshof in Zuidholland, in raadkamer vergaderd, van den 2 Nov. jl., is naar 's Hofs openbare teregtzitting verwezen Hendricus Werson , oud zes-en veertig jaren, laatstelijk agent van politie 3de klasse en onbezoldigd veldwachter der gemeente 's Gravenhage, thans gedetineerd in het huis van arrest aldaar.

Uit de instructie dezer procedure resulteert : dat Woensdag den 29 Julij jl., des avonds ten ruim elf en een kwart uur, door den in de Koningstraat (e 's Gravenhage wonenden koopman D. M. Jansen aan het politie-bureau op de Groenmarkt, aan den wacbthebbenden inspecteur van politie J. W. Ch. Strang, werd kennis gegeven, dat, nabij zijne woning, een burger door den besch. was verwond geworden , ten gevolge van welke aangifte zich met Jansen naar de aangeduide buurt hebben begeven de hoofd-agent van politie W. J. Boymans en de nachtwaker J. A. Nieuwkuik ;

dat zij, aldaar gekomen , in de woning van genoemden koopman

hebben gevonden den vijf en-twintigjarigen voermans-knecht Johannes

Cornelis Harsen, hevig bloedende, iu bewusteloozen toestand, ontdaan van zijne bovenkleding, verpleegd wordende door den geneesheer H. F. J. Rup, op wiens last vervolgens do gewonde vervoerd is naar het gasthuis, terwijl de boveukleeder'en van den lijder insgelijks derwaarts zijn overgebragt, zijnde dezen den volgenden dag, even als de ondeikleedingstukken , in beslag genomen door den inspecteur van politie F. A. P. Dietz en thans ten processe aanwezig;

dat de geneesheer Hup, door den opperman Glaser tot tweemaal toe ontboden . omstreeks hmf u.,: t„. _ .....

> —i* "'"«n uit, icu iiui/.c vtiii «juusen ge-

kon.en zijnde, den persoon van Hansen, nog geheel gekleed, aldaar op den grond liggende, heeft aangetroffen, en al dadelijk eene belangrijke bloeduitstorting bij hem heeft waargenomen ;

dat Hansen, op zijn last en met zjjne hulp, is ontkleed, waarbij hij heeft bevonden, dat de man zwaar gewond w as aan den regter-ai in op twee piaatsen en reeds zoo zeer aan bloedledigheid lijdende was, dat getuige hem reeds dood waande;

dat, door het ingeven van rum en het wasschen met brandewijn, ce levensgeesten weêr eenigermate zijn opgewekt geworden en de patiënt nog heeft gesproken, maar zonder eenigen zamenhang, waarna, op getuige's last, het vervoer naar het gasthuis heeft plaats gehad;

dat, volgens de verklaringen van hen, door wie dit vervoer is geschied en die bij het verder ontkleeden van Hansen in het gasthuis zijn tegenwoordig geweest, alsmede van de geneesheeren in dat gesticht, de gewonde bij voortduring in bijna geheel bewusteloozen toestand' heeft verkeerd , zoodat aan den commissaris van politie Beuk man

toen hij, door Boymans oriderrigt, zich dien nacht in het gasthuis aan het bed van den patiënt vervoegde, niets anders heeft kunnen constateren dan de onmogelijkheid om van hem eenigerlei mededeeling te ontvangen; dat Hansen den 30 daaraanvolgende ten vier ure in den vroegen ochtend is overleden ; dat de heeren Dr. van Tienhoven , directeur-geneesheer, en Hoogkamer, hulpgeneesheer in het gasthuis, door den officier van justitie bij de Hegtbank alhier tot deskundigen benoemd en als zoodanig beëedigd zijnde, des namiddags ten halt twee ure, dienzelfden dag, het lijk van dezen persoon geregtelijk hebben geschouwd en hebben bevonden :

bij uitwendige schouwing .- o. a. eene gesneden wond, ter lengte van 6% centimeters, aan de binnenzijde van hef- bovenste derde gedeelte van den regterarm , welke wonde de geheele dikte der huid en het hieronder liggend bindweefsel innam; eene gestoken wond van 2 centimeters lengte in bet onderste derde gedeelte van den regtervoorarm in welke wonde, de geheele huid, in het bindweefsel doordringende' gekwets.e spierbundels waarneembaar waren; eene andere wonde' ter lengte van één centimeter, achter de tinea axdlaris der linkerzijde' behalve de huid, het onderhuidsche bindweefsel, den musculus latissimus dorsi doordringende en hierna de tusschenruimte en het onderste derde deel der zevende rib innemende, in de onderkwab der linkerlong.

bij inwendige schouwing.- o. a. in de linker-pleuraholte: bloed, hetwelk bij nader onderzoek herkomstig bleek te zijn uit eone gesneden Wond in de onderkwab der long.

Uit deze feiten, in verband met hunne verdere waarnemingen, hebben de deskundigen, op de gronden, nader uiteengezet in hun rapport, geconcludeerd:

dat het, ten gevolge van verwondingen, verliezen van oorspronkelijk ziek bloed (waarschijnlijk ziek door alcoholismus chronicus) heeft veroorzaakt betrekkelijk spoedige uitzweeting van vocht in de gierde hersenholte; daardoor drukkiug op den nervus vagus; dien *en gevolge ophouding van de werkzaamheid hiervan en vervolgens van de beweging van hart en ademhaling en alzoo : den dood;

dat ten ruim half elf uur in den avond van gemelden 29 ' Julij e besch. is iu aanraking gekomen met meergeuoemden Hansen;

dat de besch,, volgens de verklaring van den inspectenr van politie

Cremer Vis, dien avond ten negen ure, bij geëindigden diensttijd, het bureau van politie aan de Nieuwe Haven heeft verlaten, en, volgens zijne eigen opgave, van daar dadelijk naar en in zijne woning, in het Ivo iingsholje (in de Koningstraat), is gegaan, alwaar hij, den uniformjas en den sabel hebbende afgelegd en pantoffels in de plaats van schoenen aangetrokken hebbende, zieh eenigen tijd heeft bezig gehouden met het op maat snijden van een houtje voor het meten van de nommers der gestationneerde rijtuigen, waartoe hij gebruik heeft gemaakt van zijn knipmes, hetzelfde dat thais ten processe

■» en ueiweiK nij gewoon was altijd in (len bioekzak bij zich te dragen, — zijnde deze laatste opgave in overeenstemming met (le meuedeeling van de huisvrouw des beschuldigden Tijssen, en de verklaring van den hoofd-agent K. W. Oosterweghel ;

dat hij, volgens zijne verdere opgave, daarna is uitgegaan om in een winkel in de buurt eenige huiselijke benoodigdheden te halen , een zwart zijden pet op het hoofd hebbende, gekleed i,, boezeioen en uniformbroek, maar op weg derwaarts is aangeroepen door den heer ambtenaar J. A. de Bergh, die voor het opgeschoven raam zijner woning in de Koningstraat zat, met wieu hij, op straat blijvende , zich vervolgens in gesprek heeft begeven, en die opgeeft gezien te hebben, dat de besch. iets glinsterends in den linker-broekzak droeg:;

dat toen tot hem zijn genaderd , komende van den kant van de Hooftskade, eenige mannen, volgens verklaring van den heer de Bergh, twee, volgens opgave van den besch., drie, waarvan één is geweest de aan den besch. bekende Hansen, w elke getuige aanduidt als «een persoon met een bol gezigt» en de ander insgelijks aau den besch.

hpl^Ptllla IJ 1"\

—.uciiuauBMicciu Ai. van uruniCK ;

dat deze van Drunick en de voermansknecht D. Beek hebben verklaard : dat zij destijds, vergezeld van Hansen, den beschuldigde ter gemelde plaatse hebben opgemerkt en gezamenlijk waren gekomen uit de herberg «de Nieuwe Dolfijn».

Hierna volgen eenige bijzonderheden omtrent de ligging, inrigting en omgeving van de woning van den besch., als ook de juiste afstand van die woning tot de genoemde herberg.

Voorts is verklaard door den heer A. de Blaauw, boekhouder bij de gasfabriek te 's Gravenhage :

dat uit de boeken, die daaromtrent waren gehouden en docr hem zijn onderzocht, is gebleken, dat in dp.n «vnnri var, oq t.,u;

gaslicht in de straten van s Gravenhage niet heeft n^ehrand nmHnr.

het toen mooi weder en lichte maan is m«»Mt.

dat de kastelein van de herberg „de Ni«mv« 'rinifiin.

""'"J"" UVVll »VI-

klaard:

dat Hansen met twee kameraden rlipn

~«'»"«, gcuuicmiB uii^eveer

een kwartier, ten zijnent is geweest en. nadat ar. n.mr hii mM>nr vnnr

25 cents jenever en bier was gebruikt, ten ruim half elf ure met

hen is vertrokken , dat zij allen zeer vrolijk en wat opgewonden maar niet beschonken waren :

dat. volörens de onsrave van d«n hf»sr»h ««„i,!.*..; j.

' o -T — inamigcii vau uen

heer de Bergh, van Drunick en Beek, tusschen den besch., voor het raam van den heer de R^rch Ktanmia —

• s luoowiitu ix tuisen eene

woordenwisseling heeft plaats gehad, die al spoedig tot schelden is

overffe.slat/pii en A»n u

~ rs v-v.. lltcii VC1 «CÜL J

dat Hansen den hesnh. fdit» vrnmror ...

\ -»uuiiHci iiiiu ia neen toe¬

gevoegd : «luije timmerman", en, volgens den heer de Bergh: »luije vent. die niemand betaalt, ik zal je wei krijden«, op welke gezegden de besch., die beweert, dat van Drunick hem. onder anderpn nnlr hppfi .locohni.

den //voor laee schoft, ongeluk kop lct>r «»*, u,,™

~ " . «w KjaiIö ruui jo , maar Wij

zullen je doodslaan», het antwoord niet is schuldig gebleven; dat, op het zeyi'ttri van dfill hfcpr Rnrcrh lln..,..,., ,i„. i -i

— iianBcu, uui nij geen poiine-

agent mogt beleedigen, Hansen daarbij wijzende op de uniformbroek

vut. I. A IT 1 .

• ucBtii., uuui xxauseu weru geantwooru: »ja we kennen hem

wel, ik heb sch. . t aan dien vent» ; dat de heer de Bergh, uit vrees voor onaangenaamheden, zijn raam heeft digtgeschoven en zich verder binnen shuis heeft gehouden ;

dat de besch. op Hansen's uitvallen onder anderen heeft hervat,

volgens van Druu.ck's verklaring : .d op, iK heb niet met jé

noodig» en toen de andere zei: -ik ga voor jou niet weg», , as je niet weg gaat kom dau maar eens hier» ;

volgens Beck's verklaring : »wacht smeerlappen, ik zal je wel krijgen» ; volgens de opgave van den vijftienjarigen A. Th. Schuttenhelm, die, even als ,1. 13. Glaser, Ij. Cohen en J. 1£. Henner op het rumoer was afgekomen :

»ik zal het ja wel laten betalen; als je beginnen wilt, kom dan maar in de poort»;

terwijl Cohen verklaart gehoord te hebben, dat de drie personen (Hansen, van Drunick en Beek; zeiden : »kom hier, dan zullen we je helpen»; ' J

en getuige Benner: dat die drie personen hebben uitgeroepen : »daar

, ueoje uen man, uie net ons zal laten betalen», en op het antwoord | des beschuldigden : »ik zal het je laten betalen , kom maar naar | het hofje, da» zullen we je wel pakken»;

; dat de besch., volgens zijne opgave, allen twist willende vermijden,

""" 18 "eggeioopen naar net nolje, ten einde zich in zijne woning te begeven, en de poort is binnengegaan, maar is achtervolgd en

ïnrrahnnlri Hnnr >ron — n. . , .. 0

° ; en xiansen, Dewerenae mi : üat eerstge-

noemde hem aldaar het eerst heeft aangevat en vervolgens , in vereemging met Hansen, hem hevig heeft mishandeld ; dat zij hem hebben geslagen, geschopt, op den grond geworpen, getrapt, hem de kleêren van het lij hebben geseheurd, den pet vau het hoofd geslagen, de haren uit het hoofd hebben gerukt, totdat zij eindelijk hebben afgehouden en de Koningstraat zijn opgegaan , waarna hij, besch., het hofje verder in zich heeft willen begeven in zijne woning; dat, met betrekking tot dit gedeelte Var, ht t destijds tusschen den besch. en twee, volgens sommigen drie andere personen voorgevallene, verklaring is 'afgeteld door van Drunick, Beek, Schuttenhelm, Glaser, Cohen en Benner • dat van Drunick, ten stelligste ontkennende den besch. te hebben gescholden of geslagen, verklaart: dat de besch., al pratende met Hansen den weg naar het Koniugshofje opgaande, in de poort het eeist aan Hansen een slag met de hand op het hoofd heeft toegebragt; dat dien ten gevolge eene wree laardige worsteling tusschen die twee is ontstaan , waaraan hij , aanvankelijk op eenige passen afstands zijnde blijven staan, eindelijk, met een anderen, hem met bekend geworden jongen man, een eind heeft gemaakt, door Hans-jn weg te rukken, waarna hij met hem, de poort uit, de Koningstraat is opgegaan naar den kant vau Ue Kemperstraat, daar het hun voornemen was eene herberg in die buurt te gaan bezoeken;

dat Beek heeft verklaard: dat hij , terwijl er gescholden werd is domgeloopen in de rigtmg naar de Kemperstraat, maar toen zi'ine kameraden achterbleven, is teruggekeerd tot bij de poort van het hotje; dat hij met in de poort is geweest, wel heeft gezien dat de besch., Hansen en van Drunick a.m het wor.telen waren, maar, ten gevolge van de duisternis, niets heeft kunne» onderscheiden; dat bet gevecht kort na zijn terugkeer is geëindigd, en dat hij heeft gezien, dat Hansen en vau Drunen uit de poort kwamen, de Koningstraat se uins over staken en den kant naar de Kemperstraat opgingen, zijnde ook hein de afspraak bekend om aldaar eene herberg te bezoeken;

dat öchuttenhelm heeft opgegeven : dat hij, den besch. en Hansen te zamen de hofiesnoori; hphhpni,> ; i,i„.i

zijnde, duidelijk heeft gezien, dat door den besch. het eerst een slag aan Hansen is toegebragt, en dat daarop tusschen deze twee is

geworsteld; dat ze elkander sloegen en stompten , de een den ander

om het lijf pakte en tegen den muur duwde, en dat Hansen den besch. aan de haren trok; dat van Drunick zich daarna in het gevecht heeft gemei gd en getracht heeft hen te scheiden , hetgeen eerst is gelukt, nadat Glaser door hem, informant, er bij geroepen, van Drunick hierin heeft geholpen;

dat Hansen en van Drunick uit de poort den kant van de Kemperstraat hebben ingeslagen;

dat Glaser den besch. heeft hooren zeggen: »twee tegen een is te veel, komt man voor man»;

dat Cohen en Benner verklaren gezien te hebben : dat de besch. is mishandeld door drie personen, en dat, toen hieraan een ein ie was gekomen , de boezeroen des besch. was gescheurd en wel volgens Cohen, die toen met hem heeft gesproken , aan de linkerborst, terwijl Benner nog verklaart: te hebben gezien , dat de besch. achterover op den grond liggende is geslagen geworden ;

dat, terwijl de anderen naar de Kemperstraat gingen , de besch. het Koningshofje is binnengegaan, verklarende Schuttenhelm hem te zijn gevolgd en te hebben gezien, dat hij den trap van zijn huis een paar treden is op^eloopen, terwijl C. van der Lans, huisvrouw van J. van Kuiten, en deze van Kuiten zelf, de naaste buren van den besch., door het rumoer naar buiten gelokt, zich bevindende binnen het hofje, waar geen licht brandde, hebben gezien: dat de besch., blootshoofds , met gescheurde boezeroen , ü© deur zijner woning heeft geopend en naar binnen is gegaan ;

dat deze getuigen, na verloop van hoogstens twee minuten, hebben gezien , dat de besch. uit zijn huis weder naar buiten is gekomen , verklarende Schuttenhelm, dat de besch. toen een mes in de hand hield, en van Ruiten, dar, hij den besch heeft toegeroepen: »Werson, waar moet je naar toe?* maar geen antwoord heeft ontvangen;

dat Schuttenhelm en van Kuiten, den besch. volgende, hebben gezien , dat hij de poort uit, de Koningstraat in de rigting naar de Kemperstraat is opgeloopen , zich begevende naar twee of drie personen (zynde, volgens Schuttenhelm, de personen van Drunick, Hansen en Beek) en roepende: »knappe Piet, begin nou», of »waar zijn nou die pieten», zijnde dit almede gezien en gehoord dooi Glaser, die ook zag, dat de besch. een mes in de hand hield, door E. van der Linden, die zag, dat de besch. eenig voorwerp in de hand ha 1, en door A. van Haa^tert, die zich bevond in het hofje en vervolgens den besch. is nagegaan;

dat de getuigen Cohen en Benner echter verklaren: dat de besch., uit het hofje in de straat gekomen zijnde, zich tegen eerstgenoemde heett beklaagd over de hem aangedane mishandeling, en dat de drie personen toen , op hunnen weg teruykeerende, zijn afgekomen op den besch., die, volgens Cohen , een mes in de volle hand hield en die, volgens Benner, de naderende mannen zou hebben toegevoegd: «komt hier smeerlappen, snotneuzen, ik ben mans genoeg», waarop de anderen zouden gezeg'i hebben : «drie tegen één, dat kan wel, wij zijn sterker», verklarende getuige Benner nog: dat toen een vrouw op den besch. is toegeloopen en tot hem heett gezegd: »Ach, Werson, doe het niet» ; zijnde door de vrouw des beschuldigden medegedeeld : dat zij, nadat haar man uitbegaan was. zich te her! hppft. hf»o-Av«n ,.n

den zolder hunner woning en , na ongeveer een half uur te hebben geslapen , door een hevig rumoer en het schelden voor »luije timmerman» gewekt en opgestaan zijnde, zich heeft begeven naar en op het portaal, waar zij haren man vond staan blootshoofds, met verscheurd boezeroen, op hare vraag antwoordende: »kijk , ze hebben me de haren uit her. hoofd CTP.t.rok Irpn Pr» rla Ir iciirün . .

dat hij, woedend van drift, op eens uitriep: »men pet!» fde geiuige fechuttenheim had drie petten gevonden, waarvan hij tw-ee aan de eigenaars en de uerde aan den agent Potgieter heeft overgegeven) eu naar buiten is geloopen ; dat zij , hem volgende, tot hem heeft geroepen; »ach , Werson, manlief, kom toch terug», maar dat hij is voortgehold;

dat de reeds genoemde koopman Jansen, op den stoep staande voor zijn winkel, waar het Jicht brandde, eu C. M. Langeveld, die digt bij hein stond, hebben gezien : dat de besch. twee of drie mannen heeft achtervolgd, roepende volgens Jansen: »waar zijn die pretmakers»; dat hij hen, ter hoogte van Jansen's huis ingehaald hebbende, e'e'u hunner bij herhaling stompende, steken heeft toegebragt en wel, volgens getuige Langeveld, in den regterarm met een mes, nadat de besch. dien persoon, die een rond, bol gezigt had, op den schouder had getikt en deze zich daarop had omgedraaid;

dat de gesioken man hevig heeft gebloed en getuige, volgens hare verklaring , zoo digt bij het gebeurde is tegenwoordig geweest dat haar schort door het bloei is bespat geworden;

dat Jansen den bescn. bij het voor de tweede maal steken heeft hooren zeggen : -weerlichtsche pietschoppers, heb je nou nog niet genoeg, ik zal jelui dat wel afloeren»; dat hij zelf den besch., op den bloedenden man wijzende, heeft toegevoegd: «dat heb jij gedaan, het zijn geen stompen, maar steken geweest», waarop de besch., zijn boezeroen toonende, antwoordde: »dat hebben ze mij gedaan», en getuige; »dat gaat mij niet aau, nu deden ze je niets»; waarna hij , ziende, dat de gestoken man naar den besch,, die in de rigting naar

liet uoije terugging, toeuep, zien in aneriji heeft begeven naar het politiebureau op de Groenmarkt;

dat getuige Langeveld den besch., na het toebrengen der steken heeft hooren zeggen : »ik heb geen mes bij me, zie maar», en vervolgens heeft gezien, dat de besch. zich verwijderde en dat de haar later ais Hansen bekend geworden, verwonde man naar dezen toeging, maar dat zij niet heeft kunnen onderscheiden, wat verder tusschen hen mogt zi?n voorgevallen , doordien er zooveel menschen waren bijgekomen";

dat Schutte*helm heeft gezien, dat de besch. aan Hansen twee steüen, onmiddellijk op elkander volgende, met het mes heeft toegebragt en daarop den kant van het hofje is opgegaan;

dat Hansen hem ;oen is gevolgd, en dat de besch., onder het uiten van eenige woorden, zich omkeerende, toen op nieuw Hansen heeft gestoken ter hoogte van het midden van diens ligchaam;

dat ook Glaser, zich met Hansen en van Drunick verwijderende, heek gezien wat de getuigen Langeveld en Schuttenhelm verklaren, terwijl hij verder heeft gehoord, dat besch. heeft gezegd: »heb je nog niet genoeg», en Hansen toen nogmaa.s tweemaal steken heeft tovg bragt, eens in den arm en eens in ae zijde;

dat de getuigen van Drunick, Beek, van der Luiden, van Haastert, Nieuwkuik en v. d. H. insgelijks hebben waargenomen, dat Hansen ééns of mee: malen door den besch. is gesiompt of gestooten geworden en dien ten gevolge dadelijk hevig heeft gebloed; verklarende ai de genoemde personen, benevens de getuigen Cohen en Benner, volgens wier vei klaringen de bescn. toen met drie personen zou hebben gevochten , waarvan één is verwond geraakt :

dat de gewonde man op de straat, in de nabijheid vau de porno weike zich in de Koningstraat bevindt, is neêrgevallen , daar is ^el wasschen en vervolgens, onder veel bloedverlies en in bewusteloozen toestand, in den winkel van Jansen is binnengedragen, van waar hii naar het gemeente-gasthuis vervoerd is;

dat de besch., op last van den commissaris van politie B»ukinan ten ongeveer twee ure in denzelfden nacht ten zijnen huize is aeari esteerd ; ®

dat ue besch. den politiedienaars, welke hem kwamen arresteren, voorkwam bedsard en kalm te zijn ;

dat de agent Potgieter met den' besch. naar binnen is gegaan, maai , terwijl deze naar boven ging, op den trap is blijven staan,

%