is toegevoegd aan je favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1816, 01-01-1816

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ren, uit zee of andere binnen komende scliepen in de gepermitteerde ligtingspiaatsen hebben gelost en overgenomen hieronder begrepen zullen niet vermo en eenige dezer «ranken uit hunne schepen of van hunne karren, wagens of voertuigen te lossen of te ontladen, dan nadat, behalve de for-

imaliteiten, hun ter observantie voorgeschreven, insaeliiks aan dezelve vertoond en ter hand gssteld zal zi,n het consent-biljet tot lossing , hetwelk door den zeehandelaar, brandewijnkoóper, partikulier of anderen belanghebbenden (aan Wien de brandewijnen, rum, arak of likeuren behooren of geconsigneerd zijn , of door wien dezelve gereclameerd worden j verkregen zal zijn, op den voet vauhet navolgend artikel:

Art. 5.

Aangifte ter beloming van consent tot lossing.

De zeehandelaar, brandewi;nkooper, partiknlier of ander belanghebbende, aan wiens consignatie of te wiens behoeve brandewijn, rum, arak of likeuren zijn binnen gevoerd zal alvorens dezelve te mogen inslaan, aan den ontvanger van dezen impost tor plaalse, alwaar hij verlangt den opslag te doen geschieden, schriftelijke en door hem ondertekende aangifte moeten doen van de kwaï titeit en kwaliteit der draaken, welke het bekend is, in het schip, vaar- of voerlui® tezijn afgeladen geweest, ofte zich in of op hetzelve voor zijne rekening of aan zijne consignatie te bevinden.

Arf. 6.

Tijd van dien. «

Deze aangifte zal moeten geschieden, zoo veel den invoer met zeeschepen of wel met schepen, de binnen rivieren afkomende, aangaat, uiterlijk vóór d-n afloop van den eerstvolgenden dag, en, met voerlieden bewerkstellig wordende, binnen zes uren, na derzelver aankomst ter plaatse van de destmatie der dranken, bij aldien deze ond°r de i geadmitteerde losplaatsen vrn dit Ri|k behoorende is en -mders daar waar zulks ten kantore vau inklaring den 'invoeriaeren ter lossing is aangewezen.

A 2 Wan-