Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in het gunstigste geval een noodmaatregel zijn; niemand zal althans willen beweren, dat een dergelijke inrichting aanspraak kan maken eene technische vinding te zijn, want het is niet alleen beter, doch ook eenvoudiger en economischer om zulke warmte-hoeveelheden, die in dergelijke inrichtingen worden terug gewonnen, van begin af aan niet op te wekken

Tot zoover is elk gasvakman het in principe eens met de beschouwing des heeren Peischer.

lets anders wordt het, wanneer de heer Peischer cijfers gaat noemen omtrent bedrijfsresultaten met generator-ovens welke recuperatief verhit worden. Niet meer of minder wordt door hem beweerd dan dat het brandstofverbruik van den recuperatief verhitten oven varieert van 18—25 0/q van het gewicht der gedestilleerde kolen. Mocht al eenig systeem van recuperatie het brengen tot lagere cijfers, beneden de 18 O/q komt het niet. Voorts gaat de heer Peischer van de veronderstelling uit, dat de berichten omtrent lagere cijfers nooit in overeenstemming zijn met de werkelijkheid, en dat deze in het gunstigste geval alleen bij een rendementsbepaling worden bereikt, doch in het verdere bedrijf steeds hooger worden. Hij meent verder, dat de cijfers langs onzuivere wegen worden verkregen, n.l. dat men zich schuldig maakt aan „schatten” van diverse grootheden en daarop voortbouwt. Letterlijk zegt de heer Peischer:

„Solche Ziffern werden auch tatsachlich in Betriebsberichten ausgewiesen, sie entsprechen jedoch in den seltensten Pallen der Wirklichkeit, da der Verbrauch an Unterfeuerung aus einer schatzungsweise angenommenen Koksproduktion abzüglich der gewogenen Koksverkaufmenge und allen sonstigen, ebenfalls nur geschatzten, Selbstverbrauchsmengen bestimmt wird.”

Hieruit wordt duidelijk, dat Ingenieur Peischer van zeer eigenaardige premissen uitgaat, want ik meen te weten, dat in ons land een rendements-bepaling wat meer serieus plaats heeft.

Ook ten opzichte van het brandstoflfenverbruik van recuperatief verhitte retorten-ovens, gooit de heer Peischer zonder eenige argumenteering een cijfer neer. Hij zegt woordelijk:

„Es soll nicht bestritten werden, dass neuerbaute, rekuperativ beheizte Retortenofenanlagen in regelrechten Leistungsversuchen zuweilen solche niedrige Unter-

feuerungszifFern ergeben können, niemals wird jedoch nach langerem Betriebe und bei haufig stark undichter Rekuperation eine Unterfeuerung von unter zustellen sein.”

Dit is nu ten eenenmale in strijd met de werkelijkheid.

Zoo als gezegd, heeft de gasfabriek Enschede twee soorten recuperatief verhitte retorten-ovens met ingebouwde generatoren: Ie het systeem „Imperial”, 2e het systeem „Rheinischer Vulkan”.

In Het Gas van September 1918, heb ik een verhandeling geschreven over het oneconomische van de Imperial-ovens, waarnaar ik de belangstellende lezers verwijs. Evenwel, bij al het nadeelige van genoemde ovens, waarmede thans 15 jaren lang is gewerkt, heeft het verbruik voor de vuren de 18 0/q nooit bereikt.

De Vulkan-oven blijkt echter, na een onafgebroken bedrijfstijd van een vol jaar, ongeveer 140/0 brandstofverbruik vereischt te hebben.

Wanneer de heer Peischer dus de voordeelen van het regeneratie principe wil aantonnen, moet hij m. i. beginnen met uit te gaan van de werkelijke gegevens, bij het gebruik van de laatst geconstrueerde recuperatief-ovens op verschillende plaatsen vastgesteld. En dan zijn de voordeelen niet zoo in het oogloopend.

Het maakt een enorm verschil, of men uitgaat van de grondgedachte, dat een recuperatoroven een brandstofverbruik heeft van 18—25 Ojo of van 13—15 0/q.

In het resumé van de rendements-bepaling met den Vulkanoven te Enschede, zie Het Gas van September 1918, is aangetoond, dat het brandstofverbruik 12,61 f*/o bedroeg.

Juist te Enschede, waar dagelijks de beide systemen van recuperatie in bedrijf zijn, is duidelijk aan te toonen, dat de verbeterde recuperator-oven met veel minder warmteverlies werkt dan de ovens van het Imperialsysteem. Afgaande op een kleurbepaling, verlaten de rookgassen den Imperialoven met een temperatuur van ongeveer C., bij den Vulkanoven met eene van 350° C. Buitendien is het feit, dat een recuperatoroven met een brandstofverbruik van 13 —l5 0/q werkt, beslissend voor een lage temperatuur van de afgevoerde gassen.

Een voorname factor is door den heer Peischer uit het oog verloren n.l. dat het brandstofverbruik sterken invloed ondervindt van verkeerde instelling van de branders (regelschuivenj. Hoe

Sluiten