is toegevoegd aan je favorieten.

Het Noorden in woord en beeld, 1947, no 7, 05-04-1947

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BERAADSLAGING

Repoebliek Indonisia

Van aangezicht tot aangezicht met de politieke leiders der Javaansche revolutie

Ir. Soekarno en zijn naaste medewerkers komen de parlementszaal binnen met de hand ten groet geheven. Alle aanwezigen zijn opgestaan en groeten op dezelfde wijze terug.

VOLGENS een opinieonderzoek is de grootste zorg van het Nederlandsche volk het hebben van een vrij dak boven het hoofd. Eigen haard is goud waard zegt het spreekwoord, waarvan de waarde en juistheid wellicht nimmer meer dan nu door honderdduizenden is beseft. Een groot deel van ons volk wordt lichamelijk ziek en geestelijk overspannen in de slechte, koude en leelijke noodwoningen, de volgepropte huizen, ellendige zolders, kelderwoningen en bunkers en onder de hoop, dat het binnenkort anders en beter zal worden.

Maar de tweede groote zorg van ons volk is de toestand in Insulinde, de gordel van smaragd, zooals men het prachtige eilandenrijk aan den evenaar tusschen den Indischen Oceaan en de Stille Zuidzee gaarne wat dichterlijk benaamt. Ons volk zit met tallooze zichtbare en onzichtbare vezels sinds eeuwen verbonden met Indië. Millioenen van onze zonen en dochters hebben sinds de eerste koopvaarder uit onze havens een weg zocht

Het K.N.I .P. tijdens een zitting in de voormalige Nedertandsche Sociëteit van Malang. Het K.N.I.P. vergaderde van 28 Februari tot 3 Maart. De vijfde zitting werd bezocht door 1200 menschen. waaronder 500 afgevaardigden.

naar dat verre, mysterieuse land, goed, bloed en zweet over gehad voor den bouw van dat ontzaggelijke overzeesche rijk, waarop wij, zwart en rood, toch allemaal trotsch zijn, omdat het zoo n prachtig voorbeeld was van koloniale vermogens.

Maar omdat het menschenwerk was, bleef ook dit niet vrij van de gevolgen van menschelijke hartstochten. Er werden fouten gemaakt, die erg genoeg waren om critiek en verfoeiïng te rechtvaardigen. En deze fouten worden thans, als gevolg van den oorlog en van na den oorlog ontstane merkwaardige situaties in Indië, breed uitgemeten en als wapen gehanteerd, hetgeen niet billijk is, omdat naast de tekortkomingen, naast het koloniale egoïsme dat is ten toon gespreid en dat nog den kop telkens op wil steken, een kostelijke hoorn van goede daden kan worden leeggestort, die meer verbazingwekkend is dan hetgeen verkeerd was, omdat voor goede daden meer kracht en wil moet worden opgebracht, omdat goede daden minder vanzelf komen en omdat ze in dit geval zoo talrijk en eervol zijn en zoo vruchtbaar in hun gevolgen.

Men kan daar breed over uitmeten, over het kwaad en het goed, men kan hier ook gaan uiteenzetten, dat de kern van de moeilijkheden niet ligt bij de vraag, of de Nederlanders het goed of verkeerd hebben gedaan in het verleden, al wordt die vraag helaas ten onrechte als wapen gehanteerd; het nuchtere feit blijkt vandaag, dat de verhouding van het moederland met de overzeesche gebieden groote zorg baart, een zorg, die zich eiken dag in krantenberichten en artikelen, in gesprekken tijdens het werk, in den trein en thuis om den haard.

Er is zorg, omdat weinig menschen onvrede kunnen verdragen op den duur, er is zorg om de toekomst van ons op een kleine hap gronds saamgedrongen volk, om het boeiende mengelmoes van volkeren daar overzee, dat ons zoo na was geworden en welks toekomst voor ons, die er zich verantwoordelijk voor voelen, angstig onduidelijk is.

Er is zorg om onze soldaten ginds, bloem van onze nationale kracht, om de landgenooten die altijd nog gevangen worden gehouden alsof zulks de gewoonste zaak van de wereld is, om onze verhouding tot andere landen die met meer

Vervolg pag. 4 — 5