is toegevoegd aan je favorieten.

Het Noorden in woord en beeld, 1949, no 20, 21-05-1949

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE KOLONEL VLIEGT MET

Vliegen met een blinddoek voor de ruiten van het vliegtuig is niet aanbevelenswaardig als men een hoge leeftijd wil bereiken. Toen de kolonel het probeerde, sloeg iedereen van verbazing achterover over het resultaat. Iedereen, behalve de kolonel.

Jn vele opzichten was die Amerikaanse luitenant-kolonel 'n ezel, dacht Hutton, maar toch had hij een speciale manier om de dingen voor elkaar te krijgen en een buitengewone dosis energie. En daaraan ontbrak het het Britse Gemenebest in 1944 wel het meest, zo dacht Hutton. Hij beschouwde zichzelf ook als een goed voorbeeld van dit gemis., een luitenant bij de luchtmacht, die niet eens vloog en die vele maanden had doorgebracht op een verdedigingspost aan de kust, voortdurend heen en weer geslingerd tussen gevoelens van verveling, angst en schuldigheid en die zich tenslotte zo leeg en laks voelde, dat hij nergens meer voor warm liep. Hele zeeën van geschiedkundige feiten konden zich over zijn hoofd storten, hij zou onbewogen blijven. Hij mocht dan de gevangene van zijn gemakzucht zijn, hij was in ieder geval niet de slaaf van zenuwslopende opwinding.

En zo naderde hij nu, heel bedaard, het kantoor van kolonel Jones, zijn baas.

Hutton had zelf om overplaatsing gevraagd. Toen de aanvallen der Duitsers zich beperkten tot een overval van een paar vliegtuigen zo eenmaal per week, werd de baan bij de kustpost ondraaglijk van verveling.

Hij was nu aangesteld als Brits verbindingsman bij een hoofdkwartier van de Amerikaanse luchtmacht en daar hij ervaring in het verbindingswerk had werd hij onder luitenant-kolonel Jones geplaatst.

Hutton had hoegenaamd niet te klagen. Jones was, in tegenstelling met de verdedigingspost, helemaal niet saai. Hij was zo maar van Ohio, via R.C.A. Building in Rockefeller Center, te New-York, plotseling in Engeland neergeplant,

midden in een oorlog. Omdat hij in New York in de radio had „gezeten", had het wonderlijke Amerikaanse leger-indelingssysteem bepaald, dat hij verbindingsofficier zou worden. Indien Jones op de dag, dat hij in dienst trad, niet het verschil tussen een wikkeling en een condensator had geweten, dan zou hij toch gauw genoeg uitgevonden hebben, wat het was. Dat moest Hutton toegeven. Als luitenant-kolonel had Jones nu ongetwijfeld meer te zeggen dan hij ooit in het R.C.A. Building (Amerikaanse radio-studio's) had gehad, maar hij was niet dat soort Amerikaans officier, dat het „nog nooit zo goed had gehad" en dan zo zoetjes aan een echte dienstklopper werd. Nee, Jones behoorde bij een andere soort. In plaats van alle reglementen van het leger omver te werpen en ze daarna anders te schikken, scheen Jones helemaal niets van plan te zijn — hij bracht alleen een beetje sfeer van het Rockefeller Center met zich mee naar Engeland.

„U hebt naar mij gevraagd, sir?" vroeg Hutton, toen hij het heiligdom van de kolonel betrad, een houten barak met een uitgelezen collectie radiotoestellen en drukknopsystemen, die zoemden en gonsden onder de aanraking van de verschillende medewerkers en Wacs (Amerikaans Vrouwelijk Hulpcorps). Dozijnen telegraafdraden liepen van het plafond waaiervormig uiteen en verdwenen in alle richtingen over het land. „Inderdaad, Hutton. Hoe gaat het, old chap?" Hutton lette maar niet op dat „old chap". Jones had namelijk plezier in een Engels air. Waarschijnlijk wilde hij die meenemen naar huis als souvenir. Dat zou een reuze opgang maken in Rockefeller Center. Ofschoon zijn eigenlijke

voornaam Eugene was, wilde Jones, dat ze hem „Jimmy" noemden. Als hij het verzocht keken ze hem een beetje vreemd aan en zeiden: „All right, Jimmy" met de nadruk op de naam, als een soort verontschuldiging. Dan glimlachte Jones, knipoogde en zei: „Righty-oh!"

„Het gaat over onze nieuwe controlepost, Hutton", zei de kolonel. Daar Hutton zonder meer vermeed hem „Jimmy" te noemen, hield de kolonel het hardnekkig bij „Hutton". „Je zult wel iets willen weten over de nieuwe contróle-centrale, omdat jij je daarmee zult bezighouden. Die centrale, weet je wel, die we opzetten om verloren vliegers binnen te loodsen en tevens te sparen."

„Natuurlijk," zei Hutton.

De lage, gelijkmatige zoemtoon van een luidspreker in het vertrek, veranderde in een hogere en dringender toon. toen een zender op een bepaalde golflengte ging uitzenden. Een krakende Britse stem zei: „Hallo, Redgate-een, Redgatechef hier. Kunt U mij verstaan? Over". Slechts het geklik van een andere zender was het antwoord. Kolonel Jones had een, radio-ontvangtoestel afgestemd op een Britse zendlengte.

„Het is wel aardig om te weten waar de jongens zich bevinden," legde hij uit. „Het helpt mij om mijn plan in zijn volle omvang te zien — weet je wat ik bedoel? Wat de controlepost betreft, jij wordt een controleur. Jij zult de hersens van het ding zijn, Hutton, jongen. Maar het eigenlijke spreken door de radio met verdwaalde piloten zal door de Wacs geschieden. Jij moet hen echter vertellen, wat ze hebben te zeggen. De Wacs zullen spreken."

„Daarmee verknoei je kostbare seconden," zei