is toegevoegd aan je favorieten.

Landbouwkundig tijdschrift; maandblad van het Nederlandsch Genootschap voor Landbouwwetenschap, jrg 50, 1938, 1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1. Voor goede opbrengsten is noodig, dat elk jaar opnieuw pootgoed wordt ingevoerd voor beplanting van het grootste deel der aardappelvelden. In dat geval zal er een groote jaarlijksche import van pootgoed moeten plaatsvinden. Het dure pootgoed zal tevens een rem zijn voor al te groote uitbreiding der cultuur, zoodat in jaren van ongunstige weersomstandigheden kans is op tekorten, waarvan ook de Nederlandsche consumptie-export zal kunnen profiteeren. 2. Het pootgoed, dat van elders wordt ingevoerd, kan eenige jaren worden geteeld. Door de keuring te velde, welke de laatste jaren geheel is gereorganiseerd, zal het dus mogelijk zijn voor een groot deel te voldoen aan de binnenlandsche behoefte van pootgoed, tegen lage of matige prijzen. De pootgoedprijs zal geen beletsel zijn voor uitbreiding der cultuur en de vooruitzichten voor export van consumptieaardappelen naar Argentinië zullen daardoor ongunstiger worden. Voor het pootgoed blijft nog een goede importgelegenheid, doch slechts voor de hoeveelheden, die noodig zijn voor verversching. 3. Onder de geïmporteerde rassen worden er enkele gevonden, die de vroegere rol van de Chaquena en de America Blanca geheel kunnen overnemen, d.w.z. dat zonder den invoer van nieuw pootgoed, deze rassen voldoende op peil gehouden kunnen worden. Indien men hierin slaagt, zal Argentinië weer zijn plaats innemen onder de exporteerende landen , zoowel voor consumptie als pootgoed en het is zelfs denkbaar, dat door beteren knolvorm en betere kwaliteit (ik denk b.v. aan Kathadin), Argentinië met zijn lage productiekosten gevaarlijk kan worden op markten, waar het voordien niet verscheen. Alleen in jaren met abnormale weersomstandigheden of na sterke inkrimping als gevolg van te lage prijzen, zal er export mogelijk zijn. De toekomst zal moeten uitwijzen welke van deze drie mogelijkheden zullen worden verwezenlijkt. Gezien het groote aantal rassen dat wordt beproefd, gezien de geheele reorganisatie van het keuringswezen en gezien het feit, dat men er vroeger in slaagde een tweetal rassen gedurende een lange periode op peil te houden, is mijn verwachting, dat na korter of langer tijd Argentinië zijn vroegere positie van exportland zal heroveren. In elk geval is het niet verantwoord Argentinië als een geregelden hhjvenden klant te gaan beschouwen. Eenige Spaansche benamingen voor ziekten en beschadigingen van aardappelen. (Argentinië en Uruguay). el pulgon = de bladluis (Myzus persicae) ; pulgon is ook aardvloo. piojo = luizen piojillo = ~ aranita roja = roode spin babosa = slak lagarta = hagedis hormiga = mier chince ~alquiche” = wants (Edessa meditabunda) papa crespa = crinkel aardappel (Plant) isoca medidora = Rachiplusia nu chacras nomades = trekkende velden

997