Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Schoolnieuics.

899

groningen.

Bij Koninklijk besluit van den 14 Junij 1859, n°. 75, is besloten tot oprigting van normaallessen in de provincie Groningen, en zijn de daartoe noodige gelden ter beschikking van den Minister van Binnenlandsche Zaken gesteld. Ten gevolge van de door den Koning gegevene magtiging is door den Minister, hij beschikking van den 27 Junij 1859, n°. 191, 5e afd., daartoe aangewezen de openbare lagere school te Beerta, en is aan den hoofdonderwijzer dier school H. Bouman deswege eene jaarlijksche toelage van ƒ 300 verleend. Aan de hulponderwijzers A. Boüman en 3ST. Wolthuis , aan diezelfde school werkzaam, zijn door den Inspecteur van het lager onderwijs in de provincie Groningen, krachtens magtiging van den Minister van Binnenlandsche Zaken, toelagen van f 50 verleend voor de bij die normaallessen door hen te verstrekken hulp.

Door den Inspecteur is eene oproeping geschied van jongelieden , die zouden wenschen in aanmerking te komen voor de Rijks-toelagen van f 200 voor kost en inwoning in de gemeente Beerta. Van de 20 jongelieden, die zich daartoe hadden aangemeld, hebben 17 deelgenomen aan een vergelijkend onderzoek, dat den 30 Julij, in tegenwoordigheid van den Inspecteur, den Schoolopziener in het Ge district en den hoofdonderwijzer H. Bouman heeft plaats gehad. Dien ten gevolge zijn , op de voordragt van den Inspecteur, door den Minister van Binnenlandsche Zaken, bij beschikking van den 1 Augustus 1859, n°. 264, 5e afd., vijf toelagen van f200 verleend aan R. F. Modderman yan Slo^hterejn,, S. J. de Boer van

Sluiten