Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 507 -

wone leden op hun tegenwoordig getal van vijf, dat zeer goed is, zouden kunnen blijven. Op het oogenblik is het eenige, dat men de dilettanten kan doen, ze in een „gruwelkamer" samen te brengen, waar zij hun werk bij elkaar kunnen zien en de een zich kan schamen voor den ander! Als dat dan nóg niet helpt, moeten hun schilderijen op hun kop worden gehangen of met den achterkant naar voren. En blijken zij dan nóg niet genezen, dan moeten zij veroordeeld worden om zelf, zoo lang de tentoonstelling duurt, er bij te komen staan, om te hooren wat de bezoekers ervan zeggen en hoe de kritiek hen veracht. Want niets is verachtelijker

dan onmachtige pedanterie, dan toomelooze ijdelheid en op niets gegronde aanmatiging, — alle welke eigenschappenmen samenvat in dat ééne woord : d ilettantisme.

De derde jury-vrije tentoonstellingder vereeniging „De Onafhankelijken"ontleent haar belangrijkheid in de eerste plaats aan de groote deelneming van het buitenland. Zoodra het

bestuur gere- Diego M. Rivera

organiseerd

was en den sekretaris Zeegers ontslag was gegeven; zoodra de heer A. M. de Gr o o t tot sekretaris was benoemd, begon men voor de huidige, derde tentoonstelling te werken o.a. door buitenlandsche kunstenaars te bezoeken en zich in verbinding te stellen met gelijk-voelende zustervereenigingen, speciaal met Parijs, München en Berlijn. Het resultaat van dit betrekkingen-aanknoopen was de toezegging, dat kunstenaars van verschillenden landaard zich bereid verklaarden deel te nemen aan de in Mei te openen tentoonstelling en dat velen hunner beloofden hun —

van hun standpunt — beste werk in te zenden. Men moge het dan ook wel of niet eens zijn met de opvattingen van vele dezer buitennissige artiesten, — het feit dat „De Onafhankelijken" zich er voor spanden om naar Amsterdam te krijgen waarover wij in al onze kranten lezen, en waarover de tijdschriften korrespondenties ontvangen (ook DeKunst kreeghaar „brief" hierover van de hand van Leo F a u s t), moet, van welken kant men het ook beschouwt, worden toegejuicht.

Zoo zijn hier op de tenstoonstelling te Amsterdam verschillende werken die te Parijs bij „Les Indépen-

dants" waren,

waarover onze Parijsche kor-

respondent schreef; en van München zijn o.a. de werken van Ka n d i n s k y

gekomen. Meer dan vijfen-twintig buitenlanders nemen dan ook aan deze tentoonstellingdeel, waaronder Belgen, Franschen,

Duitschers, Polen, Russen. Er is schilderwerk — natuurlijk — enteekenwerk, en ook is er interessant beeldhouwwerk. Dat

Messieurs Kawashima et Fushita echter niet al-

les „au séri-

eux" kan worden genomen bewijst de inzending van een meneer DeRossiné, uit Sèvres, die ons een verzameling in elkaar gedraaide kachelpijpen, die hij beschilderd heeft, voor een kunstwerk wil laten aanvaarden, en een samenraapsel van ouden rommel uit een prullenmand, dien hij gekleurd heeft, voor een uiting van „moderne" kunst. Zulke dingen worden op den koop mee genomen : ook te Parijs lacht men er om. Doch waar deze uitbotsels der moderne kunst nu eenmaal worden gemaakt, is het altijd interessant ze met eigen oogen te aanschouwen. Men kan dan

Sluiten