Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

- 508 -

meepraten, men heeft het gezien, — en het bestuur der „Onafhankelijken" dient men daarvoor dankbaar te wezen.

Onder zéér groote belangstelling is hedenmiddag, Zaterdag 16 Mei, de derde jury-vrije internationale tentoonstelling met eenige plechtigheid feestelijk geopend. Niemand minder dan EvertCornelis, de pianist, en Thomas Canivez, de violoncellist, hadden zich bereid verklaard de plechtigheid luister bij te zetten door hun spel, en een programma, waarop de namen VanBeethoven, Boccherini, Handel, D e b u s s y, en

JeanHuré prijkten, en dat eenigszins den geest der tentoonstelling weergaf, — d. w. z.: van het klassieke tot het moderne, — werd op meesterlijke wijze ten gehoore gebracht. Verschillende autoriteiten waren aanwezig, zéér veel schilders ook en andere kunstenaars. En den talrijken dames werden bloemen aangeboden ter begroeting op dit modern artistiek mondaine feest.

De tweede voorzitter der vereeniging, de heer Maurits de Groot, hield, bij ontstentenis van den president, den heer H. E. Mees, die in het buitenland vertoeft, eene korte redevoering, waarin

redevoering, waarin Francis Picabja hij de aanwezigen welkom heette.

„De steeds stijgende belangstelling, die gij betoont, — zeide spreker, — is ons een blijk van uw vertrouwen ; en wij hopen dan ook dat deze tentoonstelling aan uwe verwachtingen moge voldoen.

„Nog steeds wil men in ons, Onafhankelijken, iets anders zien dan wij beoogen. Ons doel, dat een ideaal doel is, is het houden van tentoonstellingen, waar de kunstenaar zich vrij kan uiten en zich geven zooals hij dat zelf wenscht, Bij ons behoeft hij niet te denken aan jury's, die uit den booze zijn, maar het geluk, dat

voor hem is weggelegd, kan hij hier vinden. Zijn ideaal, waarnaar hij streeft, kan hij hier uiten ; en daarom zal hij zich in deze vereeniging op zijn plaats gevoelen.

„Kan men zich een neutraler exposeeren denken dan bij ons ?

„Het schijnt dat onze buitenlandsche inzenders dit in hun land goed begrepen hebben. Daar hebben de Onaf hankelijkeneen onaanvechtbare reputatie veroverd. Het vertrouwen dat zij in ons hebben, bewijzen zij door hun werk hier ten toon te stellen. En in het bizonder breng ik dank aan onzen te Parijs gevestigden landgenoot K e e s v a n D o n g e n, die ons op onze eerste

aanvraag met groote bereidwilligheid zond van het beste dat hij had. Dat niet ieder daarentegen genoegen neemt met jury-vrije tentoonstellingen, is te begrijpen. Maar ik hoop dat kunstenaars en publiek eenmaal zullen inzien dat wij iets goeds betrachten, en dat de Onafhankelijken in de geschiedenis der kunst een even groote plaats zullen innemen als onze voorgangers. Wij hopen daarbij op den steun van u allen, óók op dien van niet aanwezigen, en op de welwillendheid der kritiek.

„De moeilijkheden, die wij langzaam maar zeker zullen overwinnen, geven onszelven het volste

r orce Comique. vertrouwen. Wij, Onafhankelijken, zijn ervan overtuigd, dat ons doel het doel is, ten einde het streven van onze jonge kunstenaars niet te onderdrukken, maar krachtig door te voeren wat bij de oprichting van deze vereeniging werd bedoeld.

„Onze vereeniging groot te maken is ons aller leus. Onvermoeid zullen wij doorwerken en steeds zullen wij U toonen door onze jury-vrije tentoonstellingen, met onze binnen- en buitenlandsche leden, dat wij een vereeniging hebben gesticht die uw aller achting verdient."

De heer D e G r o o t verklaarde alsnu de derde in-

Sluiten