is toegevoegd aan je favorieten.

De ingenieur; Orgaan der Vereeniging van Burgerlijke Ingenieurs jrg 7, 1892, no 26, 25-06-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

27

7

-voor het aanvragen van concessie voor den aanleg en de exploitatie van de haven, het zeekanaal en verdere werken en eventueel voor de oprichting van regelmatige stoomvaartlijnen onder Belgische vlag, onmiddellijk na het begin van de exploitatie.

In België verwachtte men bepaaldelijk aanbiedingen van Engelsche zijde. Deze zijn evenwel niet ingekomen.

Slechts de Belgische firma's C. & J. Cousin en Casse & Co. schreven in, maar uitsluitend voor het maken van haven en kanaal, zonder de levering van eene vloot.

Hetzelfde maandblad meldt, dat de proeven tot verdieping door uitbaggering van de baar in den mond van de Mersey zeer gunstige uitkomsten hebben opgeleverd. ,

Zooals bekend is, en o. a. ook in dit weekblad bij de behandeling van de slagdrempeldiepte voor de nieuwe sluis te IJmuiden ter sprake kwam, ligt in den mond der Mersey eene ondiepte, die alleen bij hoogwater door schepen van eenigszins grooten diepgang kan worden gepasseerd en die dus Liverpool tot een tijhaven maakt. Dezeondiepte is een tiental mijlen lang en de vaargeul gedeeltelijk gedurende stormweder aan gestadige verandering onderhevig, zoodat zij vele jaren lang door bekwame ingenieurs zoowel als door de havenautoriteiten te Liverpool als een onoverkomelijke hinderpaal werd beschouwd.

Het maken toch van blijvende werken in dit gedeelte van den haventoegang werd noodig geoordeeld, maar de enorme kosten daarvan, gepaard aan de onzekerheid van het resultaat, moesten wel van de uitvoering doen afzien.

De tegenwoordige toegang, de «Queen's Channel» vertoonde sedert 1871 eene permanente ligging en bleef de diepte behouden van 10 tot 12 E. voet bij laagwater en 30 tot 40 voet bij hoogwater. De groote vermeerdering in getal en in afmetingen van de schepen die Liverpool binnenloopen en daarbij afhankelijk zijn van het getij, deed besluiten eene proef te wagen, om door baggering van eene geul door de baar in «Queen's Channel» Liverpool tot een ten allentijde toegankelijke haven te maken.

De baggerwerken zijn thans sedert Sept. 1890 in gang; er wordt eene geul gebaggerd van 1,000 voet breedte en 3,000 voet lengte, waarvoor eene som van 10,000 P. St. is beschikbaar gesteld. Blijkens het rapport van admiraal Richards is, van Sept. 1890 tot ultimo December 1891 door twee hopperbarges van cc. 500 ton ieder en voorzien van zandzuigers en centrifugaalpompen, in 2,239 werkuren eene hoeveelheid van 657,000 ton zand weggebaggerd. De diepte was einde December 1891 over 't algemeen 14 tot 18 voet bij laagwater geworden, over sommige gedeelten aanzienlijk meer, en bleef niettegenstaande verschillende stormen behouden. De proef is dus in allen deele geslaagd.

Op den 14den jl. hield de «Nederlandsche Vereeniging voor Locaalspoorwegen en Tramwegen» eene vergadering te Amsterdam, die slechts door 17 leden werd bijgewoond.

Na herkiezing van de aftredende bestuursleden C. F. Loder en S. Hamelink, hield de heer Dufour eene voordracht over de verschillende systemen van electrische trams en wees daarbij op de zeer zuinige wijze der exploitatie.

Naar aanleiding van een voorstel van den heer Imminck om nogmaals bij de Regeering op eene nadere regeling der tolgelden aan te dringen, werd er eene commissie benoemd, bestaande uit de heeren Imminck, Lanting, Neijsink, Pels Rijcken en Hamelink, om deze aangelegenheid nader te onderzoeken.

Nadat de heer Hora Siccama nog vertoond 'en verklaard heeft een door hem uitgedacht toestel voor de contróle, wordt de vergadering gesloten en wordt een tocht gemaakt naar Hilversum en van daar met de tram naar 's-Graveland.

De Kamer van Koophandel te Amsterdam en te Rotterdam hebben besloten bij de Staten-Generaal krachtig aan te dringen op de goedkeuring van het wetsontwerp betreffende de internationale overeenkomsten tot bescherming van den industrieelen eigendom.

De Amsterdamsche Duinwaterquaestie.

Nadat de. gemeenteraad van Amsterdam op den 22sten Juni jl. geruimen tijd in geheime zitting vergaderd was geweest, werd behandeld de voordracht van Burg. en Weths om aan de Duinwatermaatschappij te gelasten over te gaan tot het draineeren en verdiepen der oude kanalen en het aanleggen van eene tweede leiding in het terrein ten zuiden van het Noordzeekanaal, welke werken noodig worden geacht om de maatschappij in staat te stellen aan hare concessioneele verplichtingen te voldoen en een som van 6'A millioen gulden zouden kosten.

De heer H. S. van Lennep bestreed de voordracht en stelde voor om met de directie der maatschappij nader in overleg te treden, teneinde te onderzoeken welke werken er noodig zouden zijn om voldoenden druk in de leiding te erlangen. Ook de heeren Luden en van de Wall Bake waren tegen de voordracht, eerstgenoemde omdat zij een al te krachtige maatregel van pressie was, waartoe hij meende dat men het recht miste, en laatstgenoemde omdat hij liever-zou zien dat een ruimer gebruik van vechtwater bevorderd en dat van duinwater beperkt werd. gelijk ook door de commissie is voorgesteld.

Na verdediging der voordracht door de heeren Heemskerk en Heineken, die wenschten dat met kracht tegen de maatschappij zou worden opgetreden, werd het voorstel van den heer van Lennep met 28 tegen 3 stemmen verworpen en de voordracht van Burg. en Weths met 30 tegen 3 stemmen aangenomen.

BENOEMINGEN, VERPLAATSINGEN, ENZ.

Bij Kon. besluit zijn benoemd tot officier in de orde van Oranje-Nassau S. J. Vermaes, hoofdingenieur van den Provincialen Waterstaat van Friesland te Leeuwarden, H. Beekkerk, bewaarder van de hypotheken en het kadaster te Leeuwarden en J. P. L. Soutendijk, ingenieur-verificateur van het kadaster te Groningen. '

Bij Kon. besluit van 16 Juni jl. zijn benoemd bij het wapen der genie, tot le luitenant, de 2e luitenant J. F. Schmöle, gedetacheerd bij het leger in Nederlandsch-lndië; bij den staf van het wapen, tot le luitenant, de 2e luitenant E. W. van Emden, van dien staf.

Naar «Het Vaderland» verneemt, komt voor hoogleeraar in de wiskunde aan de Leidsche hoogeschóol het meest in aanmerking de civiel-ingenieur J. C. Kluyver, leeraar aan de gemeentelijke hooo-ere burgerschool te Amsterdam.

Door den gemeenteraad van Zwolle is benoemd tot directeur der waterleiding aldaar, de heer J. Unnik, hoofdopzichter bij de waterleiding te Enschede.

In de algemeene vergadering van aandeelhouders der NoordBrabantsche Stoomtramweg-Maatschappij is benoemd tot directeur de heer L. Christ, te Tilburg.

Bij Ministerieele 'beschikking is de aanstelling van den heer A. Buus te Breda, als buitengewoon opzichter der kleine rivieren in Noord-Brabant, verlengd tot 1 October a.s.

De tot le luitenant bevorderde 2e luitenant der genie E. W, van Emden, blijft in zijn nieuwen rang werkzaam bij den staf der genie te Breda.

De Minister van Oorlog heeft eene commissie benoemd tot het keuren van de pantserkoepels welke door het Grusonwerk te Maagdenburg-Buckau voor het fort aan het Pampus geleverd worden, waarin o.a. zitting hebben de kolonel der genie A. J. Voorduijn te Amsterdam, de. kapitein der genie J. Z. Stuten, belast met den bouw van het fort, en de le luitenant E. F. E. Blokhuis, van het le regiment vesting-artillerie te Utrecht (secretaris). Laatstgenoemde officier is bij de vervaardiging der pantserplaten te Buckau tegenwoordig geweest.

De landmeter van het kadaster i. Suk, werkzaam bij de hermeting te Amsterdam, is toegevoegd aan de hermeting van Hendrik-Ido-Ambacht.

De volgende landmeters zijn verder werkzaam gesteld bij de hermetingen: L. J. Roborgh en C. A. M. Oosterman, bij die te Lage Zwaluwe ; G. Oldenziel, bij die van Hoogeveen; J. W. ten Braak, bij die'van Hengelo; A. G. Th. de Neyn van Hoogwerff, bij die te Wijhe; P. J. F. Kater en J. J. Roelofsen, bij die van Hendrik-Ido-Ambacht.

De adspirant-landmeters Th. L. Kwisthout, te Roermond, A. N. Hamelberg, te Maastricht, en H. R. Puls, te Eindhoven, zijn werkzaam gesteld bij de landmeters voor den velddienst op genoemde standplaatsen..

Aan den voor het O -I. leger bestemden sergeant der genie J. Brant is het eereteeken voor belangrijke krijgsbedrijven met

de gesp «1873—1890» uitgereikt.

In Ned.-Indië.

Bij den Waterstaat en 'sLands B. O. W.

Benoemd: tot architect 2e kl, de opzichters le kl. L. P. Luijks, J. H. van der Sterr, C. P. Franken en J. O W. F. Ditmarsoh ; tot opzichter le kl., de opzichters 2e kl. J. J. Sterrenburg, C. P. Rosenquist en P. Young; tot opzichter 2e kl., de opzichters 3e kl. A. G. den Hartog, W. A. B. David en L. V. R. Beekveld.

Bij de Genie.

Verleend: een tweejarig verlof naar Europa, wegens ziekte, aan den kapitein J. G. H. de Voogt.

Overgeplaatst: van den gewestelijken en plaatselijken geniedienst in de 2e militaire afdeeling op Java te Willem I naar het hoofdbureau, IVe afdeeling, de luitenant-kolonel W. P. H. van Oorschot; van den gewestelijken en plaatselijken geniedienst van Sumatra's Westkust te Padang naar dien van de 2e militaire afdeeling op Java te Willem I, de majoor C. W. Hoffmann ; van dien van de Zuider- en Oosterafdeeling van Borneo te Tandjong naar het korps genietroepen te Malang, de le luitenant W. A. C. Gout en van dien van de Zuider- en Oosterafdeeling van Borneo te Pengaron naar den geniedienst te Amoentai, de 1ste luitenant S. Blok.