is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 15, 1886 (2e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10

tijd zijn geformeerd. Indien hier toen menschen woonden zullen dezen bij het woeden der elementen wel spoedig hun heil hebben gezocht in de vlucht, voor zoover zij niet het slachtoffer geworden zijn van de geweldige aardbevingen en uitbarstingen. De geschiedenis van deze laatsten is in de hierdoor gevormde bergen geschreven, maar van het lijden der menschen in dien tijd is geen enkel getuigenis bewaard.

„ Nadat ik tegen een hoogen bergtop langs het zigzag daartegen aangelegde paadje was opgeklommen, had ik van daar het uitzicht op eene geheele reeks van ravijnen, die een groot en het vruchtbaarste gedeelte der plantage vormden. Sommige dezer ravijnen waren van eene ontzettende diepte en van alle waren de beide hellingen van boven tot beneden met koffie beplant. De boomen zagen er ongemeen welig uit en waren rijk met vruchten beladen. Over het algemeen hebben de particuliere koffietuinen, die ik op Sumatra's Westkust bezocht heb, een beter voorkomen dan die, welke ten behoeve van het Gouvernement worden aangelegd. Dit zal wel hieraan toe te schrijven zijn, dat de inlandsche bevolking haar hart allerminst in deze soort van verplichten arbeid legt. De woning van den administrateur, wiens welgedaan en blozend voorkomen van gezondheid, kracht en levenslust sprak, stond op den rand van een ravijn, bij een klaterenden bergstroom, op eene hoogte van drieduizend zeshonderd voet, terwijl zich allerwegen in den omtrek nog hoogere bergkommen en toppen verhieven. Zelfs midden op den dag was het hier koel ten gevolge der koude luchtstroomen, welke door de ravijnen trekken, en als er wolkenmassa's neersloegen of tusschen de berghellingen bleven hangen en daartusschen heendreven, rilde mijn door de tropische warmte reeds verwend lichaam van koude. Het regent hier bijna eiken dag en wel op zulk eene hevige wijze, dat meu er in een paar minuten doornat van wordt, gelijk ik ondervond, daar ik juist eenige oogenblikken vóór mijne aankomst bij den administrateur op zulk eene verfrissching werd onthaald. De dunne Indische kleeding, waarin ik