is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 19, 1890 (1e deel) [volgno 4]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

195

voren omschreven overtredingen was gepleegd door een functionaris, van wien, ingevolge art. 5 borgstelling was geëischt, kon, buiten de opgelegde straf, de door hem gestelde borgtocht aangesproken worden.

Art. 7 beheerschte het houden van vergaderingen en schreef voor:

1°. de ingevolge art. 3 geregistreerde genootschappen waren gehouden 24 uur vóór het beleggen eener vergadering, van het voornemen daartoe kennis te geven aan den registratie-ambtenaar met opgave van dag, uur en plaats, en van de punten van behandeling;

2°. tot de vergaderingen hadden toegang de ambtenaren, behoorende tot de Justitie en Politie of hunne substituten;

3°. iedere vergadering, gehouden zonder voorafgaande kennisgeving, werd beschouwd als onwettig; *

4°. ieder, die de voren aangeduide ambtenaren of hunne substituten belette een vergadering bij te wonen, werd gestraft met een boete niet te boven gaande 100 dollars of gevangenis gedurende hoogstens zes maanden, of met beide straffen in combinatie, ter beoordeeling van den rechter.

Voor het geval dat door een geregistreerd genootschap, een vergadering werd gehouden, zonder voorkennis der autoriteit, of wel dat vijf of meer personen, als leden van een niet geregistreerd genootschap een vergadering hielden, werd bij art. 8 aan de Magistratuur de bevoegdheid toegekend tot huiszoeking, des noodig onder aanwending van krachtdadige middelen; tot arrestatie van vergaderden en tot het in beslag nemen van boeken, papieren, banieren, insignia, wapens enz., wanneer deze mede gevonden werden.

Ingevolge art. 9 werden de vorenbedoelde personen en voorwerpen in verzekerde bewaring gehouden tot tijd en wijle in de zaak vonnis was gewezen.

Buiten het vinden van in vergadering zittende personen, als in art. 8 bedoeld, kon volgens art. 10 tot bewijs van de onwettigheid van een vergadering nog worden aange-