Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Onderafdeling III. ONDERWIJS...... 60 552 14 3 Paragraaf 1. Rijksnijverheidsscholen ...... 308 090 115 Personeelsuitgaven.............. 235 310 116 Algemene en specifieke uitgaven........ 59 250 117 Aanschaffingen voor inrichting, uitbreiding en vernieuwing .................. 10 530 118 Aanschaffing van goederen, welke in al of niet bewerkte vorm worden verkocht........ 3 000 Paragraaf 2. Middelbaar nijverheidsonderwijs, behalve het zeevaartonderwijs en het onderwijs aan scheepswerktuigkundigen ........... 6 370 000 119 Subsidiën aan middelbare scholen voor techniek, nijverheid, mijnbouw en nijverheidskunst .... 6 370 000 Paragraaf 3. Lager nijverheidsonderwijs voor jongens ................... 25 639 000 120 Subsidiën aan lagere nijverheidsscholen voor jongens................... 25 639 000 Paragraaf 4. Zeevaart-, visserij-, binnenvaart- en luchtvaartonderwijs en onderwijs aan scheepswerktuigkundigen ................ 2 653 850 121 Subsidiën aan zeevaart-, visserij-, binnenvaart- en luchtvaartscholen en aan scholen voor scheepswerktuigkundigen .............. 2 563 300 122 Subsidiën aan de gemeenten Schiermonnikoog, Harlingen en Vlieland ter tegemoetkoming in de uitkering van toelagen aan leerlingen uit die gemeenten, die een zeevaartschool elders bezoeken. 3 600 123 Bijdrage in de kosten van de cursussen ter verkrijging van het bewijs van kennis van de bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee en van de examens voor gezagvoerder, machinist en motordrijver bij de binnenvaart........... 21 250 124 Kosten verbonden aan de examens van zeevaartscholen, scholen voor scheepswerktuigkundigen en binnenvaartscholen en van gecommitteerden bij de examens genoemd in voorgaand artikel .... 40 000 125 Subsidie aan het Koninklijk Onderwijsfonds voor de Scheepvaart............... 25 700 Paragraaf 5. Nijverheidsonderwijs voor meisjes . 22 805 203 126 Personeelsuitgaven (landbouwhuishoudonderwijs) 26 953 127 Algemene uitgaven (landbouwhuishoudonderwijs) . 50 128 Subsidiën aan scholen voor huishouden, landbouwhuishouden, vrouwelijke handwerken en maatschappelijk werk.............. 22 778 200 Paragraaf 6. Leerlingwezen ......... 2 776 000 129 Subsidiën.................. 2 776 000 AFDELING V. HOGER ONDERWIJS EN WETENSCHAPPEN............ 49 963 465 Onderafdeling I. ALGEMEEN BEHEER . . 4 72 0 616 130 Personeelsuitgaven.............. 173 395 131 Examens voor het diploma van arts, apotheker, tandarts; examens af te leggen aan de faculteit der veeartsenijkunde aan de Rijksuniversiteit te LItrecht; versterking van faculteiten overeenkomstig artikel 16, derde lid, van het Academisch Statuut. . . 85 000 132 Bijdrage in de kosten van de practische opleiding van medische studenten en kosten van de desbetreffende commissie............. 325 800 133 Examens voor het diploma van tandarts .... 33 000 134 Erepenningen voor bekroonde prijsvragen, uitgeschreven door de Rijksuniversiteiten en de Technische Hogeschool, respectievelijk bedoeld in de artikelen 84 en 37 der Hogeronderwijswet ... 1 500

135 136 137 138 139 140 141 142 143 144 145 146 147 148 149 150 151 152 Bijdrage aan de gemeente Amsterdam in de kosten van het practisch geneeskundig onderwijs aldaar Georganiseerd overleg voor de ambtenaren, werkzaam bij het hoger onderwijs, voor zover niet met het geven van onderwijs belast........ Kosten van de Commissie van Advies inzake de toepassing van de artikelen 122, derde lid, 133, zesde lid, en 200octies der Hogeronderwijswet . Voorzieningen ten behoeve van studenten ............. f 200 250 waarvan komt ten laste van Hoofdstuk XII............ 80 000 zodat wordt uitgetrokken.......... Subsidie in de kosten der opleiding van leraren voor het Hervormd kerkgenootschap vanwege dat genootschap (artikel 154 der Hogeronderwijswet) Betrekkingen op het gebied van onderwijs en wetenschap tussen Nederland en Zuid-Afrika..... Bijdrage aan de organisatie voor zuiver wetenschappelijk onderzoek ...... ...... Subsidie aan de „Nederlandse centrale organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek” (artikel 3 van de wet van 30 Octobcr 1930, Stb. 416)..............ƒ 13 122 400 waarvan komt ten laste van; Hoofdstuk V . . Hoofdstuk VII B Hoofdstuk VIII A Hoofdstuk VIH B Hoofdstuk IX A Hoofdstuk IX B. Hoofdstuk X . . Hoofdstuk XL . Hoofdstuk XII . Hoofdstuk XIII B zodat wordt uitgetrokken ƒ 28 500 37 100 1 346 500 1 407 826 677 000 284 800 4314013 2 908 050 1 926 700 8 500 ---- 12 938 989 Bijdrage aan Hoofdstuk IX B der Rijksbegroting in het subsidie aan de Stichting „Waterbouwkundig Laboratorium”............... Bijdrage aan Hoofdstuk IX B der Rijksbegroting in het subsidie aan de Stichting „Nationaal Luchtvaart Laboratorium”............ Subsidie aan het Internationaal Opleidingscentrum voor Luchtkartcring.....ƒ 103 000 waarvan komt ten laste van Hoofdstuk XI............ 51 500 zodat wordt uitgetrokken.......... Subsidie aan de Stichting voor internationale samenwerking der Nederlandse universiteiten en hogescholen .................. Bijdrage in de kosten van het Europa-Collegc te Brugge en van aldaar studerende Nederlandse studenten.................. Subsidie aan het Afrika-instituut te Leiden.............ƒ 40 000 waarvan komt ten laste van: Hoofdstuk III. . . . ƒ 15 000 Hoofdstuk XI. . . . 12 500 -- 27 500 zodat wordt uitgetrokken Subsidiën, persoonlijke toelagen en verdere uitgaven ten behoeve van cultuur en wetenschap . . . Subsidie aan de Stichting „Het Nederlands Studentensanatorium” .............. Studiebeurzen en toelagen, bedoeld in artikel 85 der Hogeronderwijswet............ Kosten van studie van buitenlandse studenten in Nederland en bezoek van buitenlandse studenten aan Nederland............... 3 000 500 2 000 120 250 95 000 31 750 2 375 000 183 411 10 000 45 000 51 500 500 000 11 600 12 500 230 065 36 000 193 700 45 000

Sluiten