is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 451-500, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NOTA VAN TOELICHTING

Met de voorgestelde wijzigingen wordt voor wat betreft het Algemeen Rijksambtenarenreglement uitvoering gegeven aan het bepaalde in de artikelen 2, 5, lid 2 en 7, van de Richtlijn nr. 76/207 EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 9 februari 1976 «betreffende de tenuitvoerlegging van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de toegang tot het arbeidsproces, de beroepsopleiding en de promotiekansen en ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden».

Deze richtlijn houdt het beginsel in dat iedere vorm van discriminatie is uitgesloten op grond van geslacht, hetzij direct, hetzij indirect doorverwijzing naar met name de echtelijke staat of de gezinssituatie (artikel 2, lid 1).

Mede ter uitvoering van deze richtlijn is bij Wet van 25 mei 1979 (Stb. 278) tot stand gekomen een tijdelijke voorziening met betrekking tot de gelijke behandeling van mannen en vrouwen en van gehuwden en ongehuwden in geval van beëindiging van de dienstbetrekking. Deze wet verbiedt om bij ontslag onderscheid te maken tussen mannen en vrouwen en tussen gehuwden en ongehuwden. In de praktijk zullen er dan niet veel gevallen overblijven waarin het kostwinnerschapscriterium bij ontslag nog gehanteerd kan worden zonder in strijd met de wet te komen.

Het in artikel 96, derde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement opgenomen voorschrift dat, bij het bepalen van de ontslagvolgorde in geval van overtolligheid van personeel, in alle gevallen rekening moet worden gehouden met het kostwinnerschap kan dan ook niet langer in stand blijven.

In artikel IB wordt derhalve voorgesteld artikel 96, lid 3, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement zodanig te wijzigen dat het kostwinnerschap als criterium bij het bepalen van de volgorde voor ontslag daaruit wordt verwijderd.

Voorts legt artikel 7 van bovengenoemde richtlijn de lid-staten de verplichting op om de nodige maatregelen te treffen ten einde werknemers te beschermen tegen elk ontslag dat een reactie van de werkgever zou vormen op een klacht binnen de onderneming of op een vordering in rechte om het beginsel van gelijke behandeling te doen naleven.

Ten aanzien van de ambtenaren in vaste dienst is de bestaande regeling voldoende met waarborgen omgeven. Zij kunnen als gevolg van het feit dat de ontslaggronden limitatief zijn opgesomd niet ontslagen worden, nu niet als ontslaggrond voorkomt de omstandigheid, dat zij in of buiten rechte een beroep hebben gedaan op het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen. Voor ambtenaren in tijdelijke dienst, alsmede de arbeidscontractanten, geldt niet een dergelijk gesloten systeem, zodat voor deze categorieën wel een maatregel getroffen dient te worden.

Voor wat de arbeidscontractanten betreft zal daarin voorzien worden in een in voorbereiding zijnd algemeen wetsontwerp tot aanpassing van de Nederlandse wetgeving aan de richtlijn.

Ten aanzien van de ambtenaren in tijdelijke dienst wordt in artikel IA voorgesteld in artikel 95 van hetAlgemeen Rijksambtenarenreglement een nieuw lid op te nemen waarin wordt bepaald dat een opzegging als bedoeld in het tweede lid van genoemd artikel niet kan geschieden wegens de omstandigheid dat de ambtenaar in of buiten rechte een beroep heeft gedaan op het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen.

De Minister van Binnenlandse Zaken, H. Wiegel