is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 681-700, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK III

Artikel 32

Aan de gepensioneerden, die op 1 januari 1978 recht hebben op een kostwinnerspensioen, wordt over het jaar 1977, voor zover in dat jaar rechtop dat pensioen bestaat, een uitkering-ineens verleend. De uitkering-ineens bedraagt voor elke maand of gedeelte daarvan, waarover in genoemd jaar recht op kostenwinnerspensioen bestaat, 1/12 gedeelte van een bedrag, gelijk aan 3,4 procent van het kostwinnerspensioen op 31 december 1977.

Artikel 33

Deze afdeling kan worden aangehaald als Aanpassingsregeling militaire pensioenen 1978-1.

ZESDE AFDELING

HOOFDSTUK I

Artikel 34

Voor de toepassing van dit Hoofdstuk wordt verstaan onder berekeningsgrondslag:

a. voorde op 1 juni 1978 lopende pensioenen en voor pensioenen met een ingangsdatum na 31 mei 1978 uit hoofde van een ontslag of overlijden voor 1 juni 1978, de berekeningsgrondslag, bedoeld in artikel 29 van de Aanpassingsregeling militaire pensioenen 1978-1, aangepast overeenkomstig artikel 29 van die Aanpassingsregeling en voor zoveel nodig aan de daaraan voorafgaande Aanpassingsregelingen pensioenen, b. voor pensioenen meteen ingangsdatum na 1 juni 1978 uit hoofde van een ontslag of overlijden na 31 mei 1978: 1°. de pensioen- en/of berekeningsgrondslag in de zin van de pensioenwet, 2°. indien die pensioenen zijn afgeleid van een ander pensioen, de pensioen- en/of berekeningsgrondslag, waarnaar dat andere pensioen is berekend,

nadat die grondslagen zijn aangepast overeenkomstig de Aanpassingsregeling militaire pensioenen 1978-I en voor zoveel nodig aan de daaraan voorafgaande Aanpassingsregelingen pensioenen.

Artikel 35

1. De berekeningsgrondslagen van de op 1 juni 1978 lopende pensioenen en de berekeningsgrondslagen van de pensioenen met een ingangsdatum na 1 juni 1978 worden met ingang van 1 juni 1978 of zoveel later als het pensioen is ingegaan, aangepast door: a. indien de berekeningsgrondslag lager is dan of gelijk is aan f 21.598,-, verhoging met een bedrag van f 431,96, b. indien de berekeningsgrondslag hoger is dan f 21.598,-, verhoging met 2 procent. 2. In afwijking van het eerste lid worden de berekeningsgrondslagen van pensioenen, welke reeds zijn beïnvloed door een verhoging overeenkomende met die, bedoeld in het eerste lid, aangepast overeenkomstig dat lid, nadat het onder a bedoelde bedrag en het onder b genoemde percentage is vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de teller wordt gevormd door het aantal dagen van de berekeningsperiode van de pensioen- en/of berekeningsgrondslag in de zin van de pensioenwet, waarover bedoelde beïnvloeding nog niet heeft plaatsgevonden en de noemer is 360. De maand wordt daarbij gesteld op 30 dagen.