is toegevoegd aan uw favorieten.

De proletarische vrouw; blad voor arbeidsters en arbeidersvrouwen, jrg 31, 1936, no 1101, 14-10-1936

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het moderne Rusland

Er is in de berichten en verhalen, die ons uit Sowj et-Rusland bereiken, altijd veel, dat ons interesseert of aantrekt, maar ook veel, dat ons afstoot. Het moet ons wel interesseren, dat men daar ginds bezig is een maatschappij op te bouwen, die naar de vorm socialistisch is. Maar altijd weer

moeten wij ervaren, dat er een geest heerst, die zo weinig in overeenstemming is met wat wij als socialistisch beschouwen.

Ik zei, dat de vorm van de maatschappij socialistisch was en dat wil dan dit zeggen, dat in Rusland de productie geleid wordt door de staat. De staatsorganen maken een productieplan, dus zij bepalen van tevoren hoeveel er jaarlijks van alle goederen moet en kan worden gemaakt, zij verdelen de „opdrachten" over de verschillende fabrieken, mijnen, enz. en zij regelen de distributie van de goederen onder de bevolking. Ook heeft in Rusland de staat volledig de buitenlandse handel in handen. De staatsorganen kopen de goederen, die men nodig heeft en zij verkopen daartegenover alle producten, die in het land zelf niet gebruikt worden. Rusland heeft b.v. heel veel hout, want een deel van het land is met uitgestrekte bossen bedekt. In Nederland en de andere landen van West-Europa is te weinig hout: de meeste bossen zijn hier al lang geleden gekapt en men heeft heel veel hout nodig voor de bouwnijverheid, voor mijnen en spoorwegen en ook voor de papierindustrie. Nederlandse importeurs kopen dit hout van de Russische regering en deze kan met het geld, dat zij daarvoor betaald krijgt, onmiddellijk aankopen doen in het buitenland. Zij zal daarvoor b.v. machines kopen of ook W3i wapenmateriaal.

In Rusland zijn niet alle bedrijven staatsbedrijven: een belangrijk deel van de productiegeschied in coöperatieve vorm. In de landbouw b.v. vindt men grote ondernemingen, die bewerkt worden door een groep van landarbeiders en landarbeidsters, die gezamenlijk in grote woningcomplexen leven en daar een gezamenlijke huishouding voeren. De z.g.

„kolchozen" worden dus niet direct door de staat geleid, maar ze staan toch niet los van de staat, omdat deze al hun producten

koopt, hen van landbouwmachines voorziet, enz.

In Rusland is dus het kapitalisme afgeschaft en vervangen door een volledige staatsleiding van de productie. Nu gaat echter die leiding van de staat nog veel verder: ze grijpt ook in in de andere maatschappelijke verhoudingen. De staat beheerst het onderwijs, het verenigingsleven ,de pers, kortom ook het gehele geestelijk leven van de mensen. En dit is nu hetgeen voor ons onaanvaardbaar is: het is ook naar onze mening de taak van de staat de economie te beheersen en sociale instellingen te scheppen. Maar het individu dient tegenover die staat een zekere vrijheid te behouden. In de eerste plaats de vrijheid van critiek.

Zeker, men mag in Rusland critiek uitoefenen als het over ondergeschikte dingen gaat. Een deel van de Russische Communistische litteratuur en ook b.v. de Russische films („de Generale Lijn"!) bevatten critiek b.v. op de kinderlijke trots waarmee men alle nieuwe machines en werktuigen verheerlijkt of op de dwaze consequenties waartoe een te grote eenvormigheid leidt. In dit opzicht zijn de Russen lankmoediger dan b.v. het Duitse nationaal-socialisme. Maar deze critiek moet niet ernstig worden. Ze moet niet leiden tot ingrijpende voorstellen of propaganda voor een andere politiek. Zo iets wordt „contrarevolutie" genoemd en allen, die het gewaagd hebben daaraan mee te doen, hebben hun optreden met de doodstraf of met verbanning moeten bekopen.

Dit alles zit niet zozeer vast aan de nieuwe socialistische maatschappij vorm, als wel aan het politieke stelsel, de dictatuur van de communistische partij. Toen de communisten in October 1917 aan het bewind kwamen vonden zij een uitgemergeld, volkome'n onwetend volk en een ontredderde economie. Zij hebben met krachtige hand orde geschapen. Maar die krachtige hand blijft, ook nu er geen uiterlijke redenen meer voor zijn. Immers het valt niet aan te nemen, dat het Russische volk als geheel weer naar kapitalistische toestanden terug zal willen: er heerst in de Sowjet Unie nu reeds een grotere welvaart dan voorheen en de sociale voorzieningen, de nieuwe scholen, de medische verzorging worden in het westen reeds als voorbeeld beschouwd. Het is nu ook wel duidelijk, dat de welvaart van dit land nog sterk zal kunnen toenemen: men is nu pas begonnen de vele

bodemschatten te ontginnen en gebruik te maken van de grote natuurlijke rijkdommen van het land. Ook zonder dwang zou dit volk zijn socialisme niet prijsgeven.

Intussen bestaat dit dwangsysteem en wij moeten vrezen, dat het voorlopig gehandhaafd zal blijven. Oorspronkelijk werd de dictatuur in Rusland uitgeoefend door een politieke partij, de bolsjewistische vleugel van de sociaal-democraten. In die partij heeft Lenin een zeer grote rol gespeeld. Reeds voor de revolutie was hij de erkende leider van de Russische socialisten, die toen in ballingschap leefden. Daarna heeft hij vooral door zijn vooruitziende blik en planmatig economisch ingrijpen de leiding behouden. Hij wist intussen zijn medewerkers een grote mate van zelfstandigheid te laten. Pas na zijn dood werd het dictatorschap langzamerhand uit de handen van de partij overgenomen in die van één persoon: Stalin. Het kenmerkende voor een dictator is, dat hij geen medewerkers duldt, die misschien zijn mededingers zouden kunnen worden. De meeste vooraanstaande leiders van de communistische partij zijn daarom „weggewerkt". Trotzky, de organisator van het Rode Leger, was de eerste: hij werd door de geheime politie gearresteerd en eerst op Russisch grondgebied, later naar het buitenland verbannen. Nu is hij, omdat hij het niet kon nalaten politiek actief te zijn, in Noorwegen geïnterneerd. (Van mannen van zijn soort kan men tenslotte niet eisen, dat zij zich buiten de politiek houden: al op het gymnasium deed hij mee aan illegale politieke actie, zijn hele leven heeft hij niets anders gedaan: het is zijn vak!) Nu is kort geleden weer een nieuw aantal vooraanstaande communistische leiders „onschadelijk gemaakt": het heette, dat er een komplot was ontdekt tegen het leven van Stalin en bij het proces dat daarop volgde, werden o.a. Sinowjef en Kamenef ter dood veroordeeld. De vakverenigingsleider Tomski heeft zich in de gevangenis opgehangen.

Het is zeer onwaarschijnlijk, dat deze mensen aan een complot tegen Stalin actief hebben deelgenomen, want zowel Sinowjef als Kamenef leefden in afgelegen plaatsen, verbannen en bewaakt. Maar dat er een complot is geweest, is volstrekt niet zo onmogelijk. In dictatoriaal geregeerde landen is dit immers de enige mogelijkheid, die overblijft om ontevredenheid met de regering tot uiting te brengen. In zulke landen heerst de politieke moord, zowel van de zijde van de staat als van de kant van haar vijanden.

Dit proces tegen de oude leiders van de revolutie doet ons weer voelen welk een kloof ligt tussen het Russische socialisme en dat, wat wij hopen te bereiken: een socialisme, waarvan de democratie en de vrije meningsuiting een onvervreemdbaar bestanddeel zullen zijn. Kort tevoren was ons verkondigd, dat Rusland nu de democratie langzamerhand zou herstellen: het kies-