is toegevoegd aan je favorieten.

De proletarische vrouw; blad voor arbeidsters en arbeidersvrouwen, jrg 34, 1939, no 1254, 27-09-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BUITENLAND

Oorlog zonder geestdrift

Nu de lang voorziene en lang gevreesde oorlog eindelijk gekomen is, meen ik, dat er aanleiding is mijn buitenlandse overzichten in „De Proletarische Vrouw" te hervatten. Datgene, wat thans buiten onze grenzen gebeurt, is van zo overwegend belang ook voor ons leven en onze omstandigheden, dat we er ons rekenschap van geven moeten. Bovendien is het „buitenlandse nieuws" nu in ons leven zo belangrijk geworden, dat vele vrouwen er vooral behoefte aan zullen hebben van tijd tot tijd overzichten te lezen, waarin dat nieuws stelselmatig wordt verwerkt.

Ik zal proberen in de tijd, die voor ons ligt, die overzichten te geven, en ook zo goed mogelijk een oordeel trachten te geven. Daarbij zal men moeten bedenken, dat ik over de strategische, de militaire kant van de vraagstukken, de kant, die nu helaas veelal de belangrijkste geworden is, geen oordeel uitspreken kan. Het verloop van de krijgsverrichtingen kan ik alleen schilderen; wat er de betekenis in militair opzicht van is, zullen onze lezeressen elders moeten ervaren.

De grote verzoening

Reeds lang voor het uitbreken van deze oorlog kon men voorspellen, dat in het komende conflict Engeland en Frankrijk tegenover Duitsland zouden staan. Dat echter ook Sowj et-Rusland een rol zou gaan spelen en wel aan Duitse kant, is door weinigen voorspeld en door velen heftig ontkend. Het is dè grote verrassing in de geschiedenis van de laatste maanden. Ook waarschijnlijk voor het merendeel van het Duitse volk, dat wel niet in staat zal zijn de snelle politieke wendingen van zijn regeerders te volgen. Het samengaan met Rusland was voor Duitsland echter een politieke noodzakelijkheid en waarschijnlijk een levensvoorwaarde geworden.

De nationaal-sociaMstische regering heeft er steeds naar gestreefd onder de dreiging met oorlog zijn doel te bereiken. Er kwam een moment, waarop duidelijk bleek, dat deze methode niet lang meer doeltreffend zou zijn. Dat moment was verleden jaar in Maart bereikt, toen het grootste deel van Tsjecho-Slowakije als „protectoraat" bij Duitsland werd gevoegd. Toen hebben de Engelsen voor het eerst duidelijk uitgesproken, dat zij niet meer voor het dreigement zouden wijken, dat zij iedere nieuwe poging om delen van Europa bij Duitsland in te lijven zouden beantwoorden — desnoods met geweld.

Zodra Duitsland dus opnieuw een poging ging ondernemen tot het veroveren van een stuk grondgebied van een andere staat — ditmaal aa.nspraak maakte op Danzig en een stuk van Polen — moest dat land een ander en

werkzamer middel vinden om toch nog — liefst zelfs zonder oorlog — dit doel te bereiken. De publicatie van het verdrag tussen Duitsland en Rusland moest dit middel worden. Het was het enige bruikbare middel — en er was haast bij, want de bewapening van Engeland neemt hand over hand toe.

Het middel heeft maar gedeeltelijk gewerkt. De oorlog heeft het niet voorkomen. Wel heeft het de positie van Duitsland in die oorlog aanzienlijk versterkt. Vooral zal dat blijken het geval te zijn als de geruchten, die thans lopen, juist zullen blijken en als men erin slaagt het verdrag tussen Duitsland en Rusland uit te breiden tot een bondgenootschap, waaraan ook Italië en Japan zullen deelnemen. De Naamloze Vennootschap de Verenigde Dictatoren, waarover ,.De Groene Amsterdammer" maanden geleden schreef, zal dan gesticht zijn en zijn geduchte kracht doen voelen!

De verzoening, die op deze wijze tot stand gekomen is, zal echter voor de

deelnemers niet alleen voordelen brengen. Stellig zijn er ook nadelen: over en weer zijn Duitsland en Rusland gevaarlijke vrienden voor elkaar. Maar het grootste nadeel zal zijn de verwarring, die deze nieuwe kameraadschap in eigen rijen sticht. Wat moeten de eerlijke communisten van deze zaak denken, die hun leven op het spel hebben gezet om

in juuitsiana nun illegaal propagandawerk te verrichten? Wat gaat er om in de hoofden van de trouwe nationaal-

socialisten, die geloofd hebben, dat Hitier het laatste redmiddel tegen de bolsjewistische barbarij zou zijn?

Het behoort tot het wezen van de dictatuurstaat, dat men het zich daar kan veroorloven zich niets aan te trekken van de gedachten en gevoelens van de gewone mensen. De regering beveelt, de mensen zul'en handelen, ze kunnen niet anders.

Zo handelen zij nu ook, gedwongen: zij vechten, zonder doel, zonder zin en daarom zonder geestdrift.

In godsnaam

Geestdrift zal men ook aan de andere kant — bij de soldaten van het Franse en het Engelse leger weinig vinden. Maar daar is dit gebrek aan geestdrift niet het gevolg van een gebrek aan uitingsmogelijkheid van eigen gevoelens, integendeel, het is het gevoelen zelf. Daar is het niet de regering, die de oorlog wil en die de volksmassa meesleurt — het is het volk. dat de regering tot deze oorlog heeft opgestuwd. Degenen, die gevolgd hebben wat Greenwood, de leider van de Engelse arbeiderspartij in het Parlement heeft gezegd, op die Zaterdag, de 2de September, toen Chamberlain nog steeds niet de aankondiging van de oorlog gaf, zij hebben daarvan een staaltje gezien. Daar stond een

socialist, de leider van de partij, die in de wereldoorlog van alle arbeiderspartijen het meest pacifistisch was en deze man vroeg: „Waar blijft de oorlog? Waarom vechten we nog niet? Laten we de Polen nu nog in de steek?"

Deze houding was consequent: degenen, die eenmaal aanvaard hebben, dat men op geen andere wijze het nationaalsocialisme meer zal kunnen bestrijden, dan door een wereldoorlog, zullen op een gegeven moment moeten zeggen: in godsnaam.

En dat in godsnaam spreken op het ogenblik millioenen uit. Ze gaan in deze oorlog zonder illusies, velen ook zonder hoop, maar allen overtuigd, allen besloten. Misschien zal deze of gene zich nog eens herinneren, dat alles anders had kunnen zijn als de regeringen van zijn land maar vroeger, tegenover een ander Duitsland een andere houding hadden aangenomen. Misschien zullen nog sommigen zeggen, dat men ook Hitier anders had kunnen tegemoet komen dan door aarzeling en toegeven, maar nu, op het moment zeggen in Frankrijk en in Engeland alle democraten: doorzetten in godsnaam, al kost het ons leven, al brengt ons deze oorlog niets dan ellende en nadeel op.

Op weg naar de vrede

En zo staan nu in Europa weer twee legers tegenover elkaar. Aan de ene kant staat een volk in wanhoop met een vastberaden regering, die medogenloos tot het uiterste zal gaan. Aan de andere kant staat een regering, die bij deze oorlog geen voordelen ziet, die zich verantwoordelijk voelt voor haar volk en het de oorlog zou willen besparen, een regering, die geen uitweg ziet. En een

volk, dat zich alle andere wegen dan die van de oorlog ziet afgesneden en dat nu deze weg zal gaan om de grootste vloek te bestrijden, die onze tijd kent: de vloek van de dictatuur.

Het is een onzekere weg en een gunstig resultaat staat niet vast. Maar wel staat vast, waar de sociaal-democraten, of zij nu actief meestrijden of niet, zullen staan.

Deze oorlog heeft niet, zoals die van 1914 de noodlottige splitsing gegeven in de internationale arbeidersbeweging. Nu staan alle socialisten, waar ze ook wonen, aan één kant. Deze oorlog heeft

ook niet die verwarring gesticht, de conflicten gebracht tussen socialistische plicht en plicht tegenover het vaderland, die in 1914 opgetreden zijn. Alle nationalistische frazen zijn versleten, alle vraagstukken van natie en arbeidersklasse zijn doorproefd of opgelost.

Dat wil dus zeggen, dat de internationale sociaal-democratie zich nu ongebroken en ongestoord kan zetten aan haar historische taak: uit deze chaos de orde te brengen, in de vele gebeurtenissen de planmatigheid op te sporen, te bouwen aan de nieuwe gemeenschap van volken.

Ik heb op de derde September 1918, enige uren na de officiële oorlogsverklaring iemand horen zeggen: ik ben blij, dat nu eindelijk de beslissing gevallen is, we zijn nu tenminste weer op weg naar de vrede. En door deze vrede zullen wij ons niet laten overvallen.

HILDA VERWEY—JONKER.