is toegevoegd aan je favorieten.

Vrouw en gemeenschap; maandblad van de Nederlandsche Vereeniging voor Vrouwenbelangen en Gelijk Staatsburgerschap, jrg 2, 1931-1932, no 8, 15-02-1932

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De R. K. vrouwenbond te Utrecht nam reeds voordat er een crisis-comité bestond, het loffelijk initiatief, overgeschoten groenten van de veiling op te koopen en in te maken. Misschien zijn er op het platteland, waar de huismoeders gewoonlijk nog inmaken, wel velen te vinden, die iets van haar voorraad af willen staan voor de menschen zonder tuin.

Dan is er de zorg voor de zieken, voor de kinderen. Vooral in kleinere plaatsen, waar men elkaar kent en waar men eerder van de nooden der medebewoners kennis krijgt dan in de groote steden, kan door goed georganiseerde hulp veel ellende en zorg worden weggenomen.

Er wordt in onze gelederen wel eens geklaagd, dat het tegenwoordig zoo moeilijk is propaganda voor onze beginselen te maken, dat wij in een voor onzen strijd heel moeilijke periode leven,

't Is waar, maar daarom behoeven wij niet met de handen in den schoot werkeloos te blijven.

Laten wij krachtig de taak, die ons hier wacht, aangrijpen en meehelpen opdat onze lijdende broeders en zusters zoo goed mogelijk door deze zware tijden heenkomen.

Als van den arbeid hierbij van onze leden, van onze Vereeniging gezegd kan worden: die weten van aanpakken, van organiseeren, die geven aan hun arbeid haar hart en haar verstand, dan kan het niet anders, of dit moet ten slotte ook ten goede komen aan ons eigen doel.

S. v. d. HB.

DE VROUWENSTAAT AMERIKA?

„1 should say not!" antwoordde mij met krachtigen nadruk een op politiek gebied goed georiënteerde Amerikaansche, toen ik haar vroeg, of zij het eens was met een artikel, dat eenigen tijd geledenx) onder bovenstaanden titel (alleen zónder vraagteeken) in de Telegraaf was verschenen, en waarin o.m. wordt gezegd, dat de vrouw in Amerika geheel de cultuur en het openbare leven beheerscht. „Wij hebben nog lang geen politieke gelijkheid met de mannen, de weinige vrouwen, die bij ons in de vertegenwoordigende lichamen zitten, hebben practisch nog weinig invloed uit kunnen oefenen, en de politiek is nog even verdorven als voorheen!" In de verdere loop van het gesprek gaf zij echter toe, dat op sommige gebieden van het openbare leven en de cultuur, de vrouw wellicht een meer overheerschenden invloed had dan in Europa, maar over het algemeen beschouwde zij de positie van de Amerikaansche vrouw in het openbare leven toch als een veel mindere dan die van den man.

Het bovengenoemde artikeltje, geschreven door een onzer landgenooten, die een reis in Amerika had gemaakt (het is merkwaardig, zooals ieder, die een reisje van zes weken of een paar maanden naar Amerika heeft gemaakt, zich geroepen schijnt te voelen zijn oordeel ten beste te geven over allerlei dingen in Amerika, waarover hij zich in eigen land geen oordeel aan zou durven matigen!) is waarschijnlijk als boutade bedoeld, in ieder geval niet au sérieux te nemen. Toch vormt het misschien een handig uitgangspunt om eens iets te vertellen — uit eigen tweejarige ervaring — hoe nu eigenlijk wèl de positie van de Amerikaansche vrouw in het openbare en cultuurleven is.

De Amerikaansche vrouw! Wat"is dè Amerikaansche vrouw? Die millioenen fabrieks- en winkelmeisjes met hun gepoeierde neusjes en goedkoope confectiejaponnetjes, die in

') 12 Juni 1930.

den grond niet veel anders zijn dan dezelfde meisjes bij ons? Die geduldige, hard zwoegende immigrantenvrouwen, die na twintig jaren vaak nog geen tien woorden Engelsch kunnen spreken? De krachtige, gebruinde farmersvrouwen van West- en Middlewest, of het heirleger van die eigenlijk zoo zielige show- en moviegirls? De puriteinsche New Englandsche, die zich zoo gaarne als dè vertegenwoordigsters van de oudste en beste cultuur van Amerika voelen, of de kleinburgerlijke, bekrompen-fatsoenlijke inwoonsters van „Mainstreet", door Sinclair Lewis zoo kostelijk beschreven? In den regel denkt men in dit verband aan de vrouwen, die het meest op den voorgrond treden en aan het openbare leven deelnemen, in hoofdzaak dus aan de „professional and business women" van de groote stad, of de getrouwde vrouwen van dezelfde klasse. Wij zullen dit in het algemeen hier ook doen, doch laten wij vooral niet vergeten, dat zij slechts een klein deel van de Amerikaansche vrouwen uitmaken, dat er millioenen en millioenen anderen zijn, die geen stem hebben in het publieke koor, maar wier leven vaak zoo geheel anders is dan van hen, die wèl op den voorgrond komen.

Volgens den schrijver van bovengenoemd artikel zou de heerschappij der vrouw in het Amerikaansche leven te danken zijn aan het feit, dat de oorspronkelijke pionier een te zwaar en gevaarlijk leven had om een vrouw te kunnen bezitten, düs haar aanbad en idealiseerde. Wèl een zonderlinge verklaring! Men zou zoo meenen, dat de Amerikaansche pionier toch wel eens een vrouw moet bezeten hebben, want hoe zou anders een nageslacht zijn ontstaan? Inderdaad geloof ik, dat de pioniersperiode wèl een grooten invloed heeft geoefend op de tegenwoordige positie van de vrouw, maar juist om een geheel tegengestelden reden: Omdat de vrouwen, die de pioniers in hun „covered wagons" meevoerden, van het begin af aan hard, ongelooflijk hard met hun mannen mee moesten werken om het hun toegewezen stuk wildernis om te scheppen in een veilige, vruchtbare woonplaats voor zich en hun kinderen. Omdat de pioniersvrouw als kameraad en mede-arbeidster van haar man, voor den boerenpionier niet alleen onontbeerlijk was, maar ook eerbied afdwong! Wie het bekende standbeeld van de pioniersvrouw, met haar ernstige trekken, haar met rimpels doorgroefd gezicht, en haar simpele kleedij heeft gezien, voelt direct, waarop althans ten deele de romantische vereering van den Amerikaan voor de vrouw is gegrond. Ook thans leeft Amerika nog gedeeltelijk in een pioniersperiode: Klaarblijkelijk heeft de schrijver van bovengenoemd artikel, die de vrouw het „aangebeden heiligdom der Amerikaansche mannen' noemt, deze aangebeden heilige nog nooit ontmoet, terwijl zij in khaki-broek en met opgestroopte mouwen een maai-machine of melkauto bestuurde, hout hakte of water sleepte, zooals men in de uitgestrekte farm- en mijngebieden van Amerika nog heden ten dage de vrouw kan zien doen. En ook in menig ander opzicht is de pioniersstaat van Amerika thans nog sterk merkbaar: Men bedenke, dat dit geheele reusachtige Rijk, met zijn 135 millioen inwoners, in enkele eeuwen werd opgebouwd, dat vooral in de jaren vóór de imigratiebeperking de bevolking jaarlijks met eenige millioenen toenam, en men zal beseffen, hoe ontzaglijk er op elk gebied moest worden gewerkt, om aan de sterk groeiende behoeften te voldoen. De phenomenale groei van steden als Chicago, Los Angeles, Detroit, enz., die in enkele jaren zich van dorpen tot millioenensteden ontwikkelden, het uit den grond sprin-