is toegevoegd aan je favorieten.

Maandblad van de Vereeniging voor vrouwenrechten in Nederlandsch-Indië, jrg 5, 1931, no 7, 01-01-1931

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dames van Overveldt Biekart, Kluit, Verbunt, Datoe Toemenggoeng en den heer Quix, welke commissie zichzelve kan aanvullen met andere goede krachten. De heer Kluit wijst nog op het feit, dat zoo weinig verpleegsters lid zijn van de Vereeniging en hoopt, dat nu de Vereeniging zoo blijk geeft voor de belangen van het verplegend personeel op te komen, ook hierin verandering zal komen.

Punt 11. Bij dit punt der agenda ontstaat een levendige gedachten-wisseling. Zoowel de door- het Hoofdbestuur voorgestelde naam als de door de afdeeling Batavia naar voren gebrachte naam kunnen de vergadering niet bevredigen. Tenslotte stelt de heer Quix voor den naam Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht te veranderen in de Vereeniging voor Vrouwenrechten, waartoe dan ook door de Vergadering wordt besloten.

De naam voldoet aan alle eischen, is kort en krachtig, geeft uitstekend het doel der vereeniging weer en neemt den steen des aanstoots, die door velen gevonden wordt in het woord „Vrouwenkiesrecht", weg.

De initialen der Vereeniging blijven dan ook gelijk. Deze naamswijziging heeft natuurlijk Statutenwijziging ten gevolge. Een overgroot deel kan echter onveranderd blijven. Natuurlijk moet deze naamsverandering officiéél worden aangevraagd, hetgeen

zal geschieden.

Punt 12 Bedoeld wordt, bij de Regeering aan te dringen op het geven van moeder-cursussen in de hoogste klassen der daarvoor in aanmerking komende scholen, zooals ook reeds op particuliere scholen, b v Carpentier Alting-Stichting wordt gedaan en aan te dringen op het aanstellen van schoolartsen

en tandartsen.

In de groote gemeenten wordt dit al wel gedaan, maar gaat dit meestal uit van de gemeente zelf. Mevrouw Datoe Toemenggoeng stelt voor te vragen, meer dames in de diverse schoolcommissies op te nemen, zooals ook met succes door de Inlandsche vrouwenbeweging is gepropageerd. Mevrouw Garrer stelt voor, dit niet te beperken tot schoolcommissies, maar zooveel mogelijk in alle daarvoor in aanmerking komende commissies vrouwen te doen benoemen o.a. b.v. in het Pasar Gambir-Comité. Hierdoor zou 'voorkomen worden, dat b.v. het vuurwerk op een dusdanig laat uur wordt afgestoken, dat het voor kinderen ongewenscht is dit te bezoeken.

Punt 14. Aan de orde is thans de bespreking over een eventueel te houden tentoonstelling over alles wat door Vrouwen is tot stand gebracht of ook maar eenigszins in verband staat met de Vrouwenbeweging. De wenschelijkheid wordt overwogen, deze tentoonstelling gelijk te houden met de Pasar Gambir en daarover in overleg te treden met den Burgemeester.

De presidente heeft zich reeds in verbinding ge¬

steld met den Secretaris van het Pasar GambirComité, in hoeverre mogelijkheid zou bestaan, kosteloos de beschikking te krijgen over de benoodigde expositie-ruimte. De tentoonstelling moet zoo veelzijdig mogelijk zijn en niet alleen betrekking hebben op Vrouwenarbeid, maar zich ook uitstrekken tot alle mogelijke gebieden waarbij vrouwenbelangen gemoeid zijn, als b.v. onderwijs, verpleging, enz. enz., dus zoo veelzijdig mogelijk; indien mogelijk zouden ook eenige attracties eraan kunnen worden verbonden, terwijl men om in de kosten tegemoet te komen, zou kunnen probeeren eene loterij te organiseeren, en subsidie zou kunnen aanvragen.

De heer Kluit vindt de Pasar Gambir niet in den geest van eene dergelijke tentoonstelling en vreest, dat de samenvoeging geen voordeel zal blijken. Deze eerste poging mag ook geen fiasco worden. Men zou beter doen klein te beginnen, dit steeds uit te breiden tot er eindelijk voldoende materieel is om een groote tentoonstelling te houden. Allereerst moet begonnen worden met het opmaken van een lijst van krachten, die zich voor het werk beschikbaar willen stellen.

Het Hoofdbestuur zou zich moeten laten bijstaan door een Comité met verschillende sub-commissies.

De heer Quix voelt wel voor een tentoonstelling „de Vrouw", maar vreest dat men niet voldoende de moeilijkheden beseft, die het houden van eene dergelijke tentoonstelling met zich medebrengt. Hij zelf heeft bij het organiseeren van eene middenstandstentoonstelling zeer onaangename ondervindingen opgedaan. De aankleeding b.v. van eene tentoonstelling is zeer kostbaar, in de commissie is men altijd gehandicapt door overplaatsingen enz. Bovendien acht hij dezen malaisetijd allerminst een gunstig moment en is hij bang, dat ook te veel het eigenlijke doel der Vereeniging op den achtergrond zal worden gedrongen.

Presidente wijst op het groote succes der eerste tentoonstelling „de Vrouw" in Nederland, in 1913, waaruit o.a. het bureau van Vrouwenarbeid is voortgekomen, en gelooft wel, dat eene dergelijke tentoonstelling ook hier in Indië veel kans van slagen zal hebben.

Mevrouw Garrer wijst nog op een ander voordeel, verbonden aan het combineeren met de Pasar Gambir, n.1. het feit, dat alle materiaal voor de Pasar Gambir door de spoorwegen gratis wordt vervoerd.

De heer Quix kan zich ten slotte in principe wel vereenigen, met het voorstel, maar gezien de tijdsomstandigheden, zal verder aan het Hoofdbestuur moeten worden overgelaten hoe en wanneer deze tentoonstelling, die natuurlijk eene zeer lange voorbereiding vraagt, zal worden gehouden.

De vergadering gaat daarmede accoord.

Bij de rondvraag maakt de heer Quix eene opmerking over het feit, dat Presidente en Secretaresse zich gewend hebben tot de Vaderlandsche Club om