is toegevoegd aan je favorieten.

Maandblad van de Vereeniging voor vrouwenrechten in Nederlandsch-Indië, jrg 9, 1934-1935, no 12, 01-11-1935

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van oorlogen op dezelfde wijze te behandelen als opium en andere verdoovende middelen.

Ook deed de Internationale Vrouwenbond voor Vrede en Vrijheid een beroep op het Nederlandsche volk achter de regeering te staan bij de toepassing der sancties van Genève.

Wij juichen deze voorstellen ten zeerste toe.

DE ONMISBARE AMBTENARES.

Eenige weken geleden las ik onder bovenstaand hoofd het ondervolgende in „de Locomotief" :

Over het geval van mevrouw Bonte, chef van de secretarie der generale thesaurie, de gehuwde ambtenaresse-niet-kostwinster, die „onuitroeibaar" bleek daar zij door twee directeuren van Financiën onmisbaar werd verklaard, deelt het „Bat. Nbld." thans het volgende mee.

Voornamelijk trad mevrouw Bonte op als steno-typiste van den directeur en den thesaurier-generaal en het scheen dat men veel aan haar kon overlaten wat de uitwerking der stukken betreft. Daarbij heeft men niet nagelaten om deze ambtenaresse, wier echtgenoot administrateur van Financiën is, bij voorkomende gelegenheden geducht te laten voelen, hoezeer zij het als een gunst had te beschouwen dat zij als niet-kostwinster mocht aanblijven en men deed vaak welhaast „dag en nacht" een beroep op haar. Men had dus voor een bescheiden salaris een voortreffelijke kracht.

Inmiddels echter is den heer Bonte tegen medio November Europeesch verlof verleend en nu achtte mevrouw Bonte den tijd gekomen om den dienst van het gouvernement vaarwel te zeggen. Met ingang van den dag waarop zy tien voor pensioen tellende dienstjaren zou hebben, zou zij overeenkomstig de bepalingen op wachtgeld worden gesteld voor den tijd van een jaar. Aldus werd met de departementsleiding overeengekomen. Hierbij moet natuurlijk in het oog worden gehouden dat mevr. B. tien jaar lang

zeer deugdelijk voor het pensioen gecontribueerd heeft.

Het besluit van ontslag uit de betrekking en opwachtgeldstelling kwam af tegen 1 October. Mevrouw B. wees er echter op, dat zij meende, dan nog geen tien voor pensioen tellende dienstjaren te hebben; er kwam nog iets aan te kort.

Inderdaad bleek een vergissing te zijn begaan. Wat mevr. B. nu ook gedaan heeft om die fout hersteld te krijgen, het is haar niet mogen gelukken. Tot in hoogste instantie is uitgemaakt, dat op het eenmaal genomen besluit niet kan worden teruggekomen.

Dit beteekent, dat mevr. B. op 45-jarigen leeftijd geen uitgesteld pensioen zal bekomen ondanks zwaren arbeid en toezeggingen dat zij zou mogen doordienen tot zij daarop recht had.

Er zal wel niemand zijn hoezeer hij ook behoort tot hen die het destijds onbillijk vonden dat mevr. B. mocht doordienen, die dezen gang van zaken kan bewonderen !

Dit geval wordt thans door Z. in de Locomotief tegengesproken. Deze beweert, dat Mevr. B. niet gepensionneerd wordt, doch slechts op wachtgeld wordt gesteld en verlofssalaris krijgt, evenals haar man.

Mij komt het vreemd voor, dat een bericht, dat zoo geheel bezijden de waarheid is door een veelgelezen blad als het Bataviaasch Nieuwsblad, dat het vertrouwen van het publiek geniet, gepubliceerd wordt.

Het lijkt me daarom op den weg liggen van het vrouwelijk Volksraadslid om deze kwestie grondig te onderzoeken.

Heeft inderdaad Z. gelijk, dan is het zaak om namens onze vereeniging in het Bataviaasch Nieuwsblad te protesteeren tegen zoo'n verkeerde voorstelling van zaken, die aan de zaak der gehuwde ambtenares geen goed zal doen.

Is het Bataviaasch Nieuwsblad echter goed ingelicht, dan is het de taak van ons vrouwelijk Volksraadslid om tegen de onbillijkheid op te komen, waarvan Mevr. B. de dupe is geworden.

In ieder geval doet het my genoegen, dat men in het blad gewezen heeft op