is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad van de Nederlandsch-Indische vereeniging voor vrouwenbelangen en gelijk staatsburgerschap, jrg 10, 1938, no 1, 01-01-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De vrouwenorganisaties vertrouwen, dat de publicatie van de resultaten van het onderzoek der ingestelde Commissie zal gevolgd worden door een nieuwe nuttige discussie in een volgende Volkenbondsvergadering en zal bijdragen tot een geleidelijke opneming in alle nationale wetgevingen van het beginsel der rechtsgelijkheid van de beide geslachten.

*

In aansluiting aan het bovenstaande kunnen wij nog melden, dat de Financiëele Commissie van den Volkenbond een som van 25.000 Zwitsersche frans ter beschikking van de Commissie van Experts voor den Status der Vrouw heeft gesteld, van welke som frs. 20.000 bestemd zijn voor het houden van een tweetal bijeenkomsten; een en ander met volledige instemming van de hoogere organen van den Volkenbond.

Door deze financiering zal het geheele Verbond van Internationale Vrouwenorganisaties en niet slechts enkele hiervan in de gelegenheid worden gesteld aan dit belangrijke probleem zijn beste krachten te wijden.

Op zijn laatste bijeenkomst werd door het Verbond een werkprogramma opgesteld, dat erop gericht is om, nu de Volkenbond het vraagstuk van den status der vrouw in studie heeft genomen, te zorgen, dat de vrouwen krachtig zullen medewerken, in de eerste plaats door de publieke opinie te bewerken. Aan de vrouwenorganisaties werd verder verzocht zooveel mogelijk bekendheid te geven aan de bemoeiingen en besluiten der Volkenbondsvergadering. Het werkplan omvat verder een tweejarige campagne, door alle vrouwenorganisaties te houden tot voorlichting van het publiek omtrent de achteruitstelling der vrouw en de nadeelige gevolgen daarvan voor de gemeenschap en anderzijds tot bekendmaking der groote voordeelen, welke de medezeggingschap der vrouw, waar deze tot dusverre werd aanvaard, heeft gebracht.

Teneinde in het werk in de verschillende landen zooveel mogelijk eenvormigheid te brengen, werd voorses+eM overal over te gaan tot de instelling van studiecommissies, die zoowel den huidigen status der vrouw in eiVen en andere landen in beschouwing zullen hebben te nemen, als voorstellen zielen

hebben in te dienen aangaande de noodzakelijk geachte verbeteringen. Aan deze commissies zullen, als deskundige adviseurs, eenige rechtsgeleerden, zoowel mannelijke als vrouwelijke, verbonden moeten worden. De studiecommissies zijn uitgenoodigd jaarlijks aan het Verbond een verslag uit te brengen van hetgeen door haar werd verricht en bereikt.

Tenslotte is het Verbond voornemens bij den Volkenbondsraad een voordracht in te dienen, bevattende de namen van verschillende deskundigen, welke men gaarne in de Commissie van Experts voor den Status der Vrouw zou zien benoemd.

HET HUWELIJKSVERMOGENSRECHT.

In zijn Memorie van Antwoord aan de Tweede Kamer betreffende de ontwerp-Rijksbegrooting 1938, deelde de Minister van Justitie mede, dat hij de verdere behandeling van het aanhangige wetsontwerp tot herziening van het huwelijksvermogensrecht niet rekenen kan tot de meest dringende werkzaamheden, waartoe hij geroepen is.

Het zal hem echter een voldoening zijn — nadat hij gelegenheid zal hebben gehad den in algemeenen zin gunstigen indruk, dien hij van het ontwerp heeft bewaard, op te frisschen — de totstandkoming van een wet op den grondslag van dit ontwerp te bevorderen. Hij meent echter goed te doen reeds thans te verklaren, dat hij zich alleen dan verantwoord zou achten tot dit resultaat mede te werken, wanneer de grondslagen van het ontwerp, met name op het stuk van de rechten en verplichtingen der echtgenooten en van de positie van den man als hoofd der echtvereeniging, ongerept worden gehandhaafd.

Het ontwerp tot herziening van het huwelijksvermogensrecht, waarop Minister Goseling hier het oog heeft, zal ons, eenmaal tot wet geworden, nog slechts een bescheiden s'ap in de richting van de gelijkgerechtigdheid van man en vrouw voeren.

Nochtans moet het, bij de huidige constellatie in Holland, tot verheugenis stemmen, dat de Minister van Justitie blijkbaar niet geheel afwijzend staat tegenover het ontwerp en wij spreken dan ook de hoop uit, dat de daarin ver-