is toegevoegd aan je favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 5, 1910, no 12, 30-12-1910

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dienstbode; dgs zomers kunnen ze volop op het land verdienen en des winters werken ze in de vlasserij bij het braken als hulp voor den vader.

Nu is geconstateerd, dat kleine jongens (in 4 gevallen schoolplichtige kinderen) als betaalde werkkrachten het werk doen, vroeger door de meisjes verricht. De jongens waren bijna allen bij twee vlassers aangenomen en werkten van 6 tot 9 uur 's morgens gedurende 4 tot 6 dagen per week. De hoofdonderwijzer, hierover gehoord, had omtrent een nadeeligen invloed van dit werken voor den schooltijd nog geen oordeel.

In de provincie Noord-Brabant bleek er in de gemeente Standdaarbuiten, waar het handvlassen ook in klein bedrijf door arbeiders met behulp van hun gezin wordt verricht en waar, bij vroegere bezoeken der inspectie, nooit vrouwen in de werkplaatsen waren aangetroffen, ontevredenheid te heerschen over de nieuwe bepalingen. Meerderen ontdoken het voorschrift en waarschuwden elkaar bij de nadering van den controleerenden opzichter. Een vlasser liet proces-verbaal tegen zich opmaken en weigerde den arbeid zijner dochter te doen ophouden, omdat hij alleen niet genoeg voor zijn groot gezin kon verdienen. Hetzelfde gold voor de gemeente Fijnaard.

In het 3de district werd door de inspectrice een bijzonder onderzoek ingesteld in de gemeenten op de Zuid-Holtandsche eilanden Heerjansdam, Hendrik Ido Ambacht, Ridderkerk (Rijsoord), Barendrecht en 's Gravendeel. In Heerjansdam bleek, dat vier gezinnen door dit arbeidsverbod waren getroffen, terwijl twee dezer onderstand hadden gevraagd en gekregen en een derde vermoedelijk dit voorbeeld wel spoedig zou volgen. Deze gezinnen bestaan uit man, vrouw en resp. 7, 8, 7, en 4 kinderen. De verdiensten, buiten den verboden arbeid om, bedroegen in deze gezinnen resp. f 8,40, f5, f 10 a f 12 en f 12 a f 13 per week. De thans opgehouden bijverdiensten bedroegen: f 5 per week (van een dochter van 24 jaar), f 2,50 (van twee dochters van 13 en 15 jaar), f 4,50 (van een dochter van 17 jaar) en f 2,50 a f 3 per week (van een dochter van 15 jaar).

Bijverdiensten buiten de vlasserij zijn voor meisjes uit dergelijke gezinnen niet gemakkelijk te verkrijgen, daar zij voor ander werk, dan waaraan zij vroeger deelnamen, tamelijk wel onbekwaam zijn; ook bestaat in het algemeen een tegenzin bij ouders om kinderen uit huis te laten gaan, omdat deze dan niets of althans niet hun volle verdiensten inbrengen. In Hendrik Ido Ambacht waren nog geen personen tengevolge van het arbeidsverbod armlastig geworden, doch men verwachtte dit van één gezin. In deze gemeente zijn elf werkgevers bezocht; slechts drie van hen hadden vrouwelijke personen behoeven te ontslaan en wel in het geheel vijf. In Ridderkerk (Rijsoord) genoten drie gezinnen onderstand tengevolge van het verbod van werken door vrouwelijke personen in handvlasserijen. In deze gemeente zijn twaalf werkgevers bezocht, die te zamen 21 vrouwelijke personen hebben moeten ontslaan. In Barendrecht waren geen gezinnen armlastig geworden tengevolge van het arbeidsverbod voor vrouwen in handvlasserijen. Hier zijn twee werkgevers bezocht, die te zamen drie vrouwen hadden ontslagen. In 's Gravendeel bleek geen arbeid door vrouwen in handvlasserijen meer plaats te vinden. Ook in stoomvlasserijen schijnt men vrouwen gaandeweg door mannelijke krachten te vervangen, omdat de meisjes, als ze gaan trouwen, de aangeleerde kennis om zoo te zeggen meenemen. De gegevens omtrent het loon zijn door opgave van betrokkenen verkregen, doch — gelet op resultaten van vroeger onderzoek — komt het der inspectrice voor, dat zoowel door de patroons als door de vlassers de verdiensten wel wat hoog zijn aangeslagen, waar het arbeid geldt van kinderen van 12-14 jaar. Een kind zal met zwingelen wel moeilijk meer dan f 1,50 per week kunnen verdienen. In Friesland doen geen vrouwen in de handvlasserijen dienst. Een groep bedrijven, waarin door de nieuwe bepalingen verschillende werkzaamheden voor jeugdige personen en vrouwen voortaan verboden zullen zijn, vormen de dakpannenfabrieken of pannenbakkerijen. De nieuwe bepalingen voor de keramische industrie hadden ook voornamelijk betrekking op de fabrieken in het 1ste district. Van de zijde der werkgevers ontbrak het niet aan medewerking bij de invoering van de nieuwe hygiënische eischen. Na overleg werden de noodige veranderingen zonder dralen aangebracht. De wijze, waarop zij gezorgd hebben hun bedrijf aan de nieuwe wetseischen aan te passen, verdient waardeering en geeft ook te dien opzichte goede verwachting voor de toekomst.

Het geneeskundig toezicht.

Met uitzondering van de geneeskundige verklaringen, die voor de vrouwen, werkzaam bij het haringspeten, op grond van artikel 5 der Arbeidswet geëischt