is toegevoegd aan je favorieten.

Maandschrift van het Centraal Bureau voor de Statistiek = Revue mensuelle du Bureau Central de Statistique du Royaume des Pays-Bas, jrg 20, 1925, no 4, 30-05-1925

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den. voor de zwaarverminkten verhoogd met kindertoeslagen en wel met 10 pOt. van het pensioen voor elk kind beneden 15 jaar tot een maximum gelijk aan heit jaarinkomen. De weduwe van een verzekerde zal 1/& deel van thet laatst genoten jiaarinkoimen als pensioen ontvangen en de uitkeering in totaal ,aan de nagelaten betrekkingen kan stijgen tot 4/s deel van het inkomen van den verzekerde (thans "/s). De uitkeeringen aan de kinderen zullen plaats vinden, tot zij 15 jaar oud zijn. Verruimd wordt de gelegenheid tot het verkrijgen van een som in eens in plaats van pensioen: heeft een verzekerde recht op minstens */' deel van het volle pensioen, dan kan hij in de plaats daarvan kapitaal ontvangen (thans kunnen pensioenen, die minstens V5 deel der volle uitkeeringen bedragen, door een uitkeering in eens afgekocht worden). De verzekerden zullen ondanks de uitkeering van het kapitaal opnieuw reoht. op pensioen kunnen doen gelden, wanneer hun arbeidsvermogen met nog minstens 15 pCt. afneemt. De veraekerden, die een som in eens in plaats van pensioen ontvingen, behouden het reoht op ziekenverzorging en vakopleiding. Vereenvoudiging wordt, betracht ;in de voorgestelde wijze van uitkeering, door samenvoeging van verschillende uitkeeringen, enz. Ten slotte zullen volgens het ontwerp ook als bedrijfsongevallen gelden de ongevallen den verzekerden overkomen bij het bewaren en vernieuwen van werktuigen.

Tsjecho-Slowakij e.

(Tchéco-Slovaquie.)

De nieuwe wet inzake de sociale verzekering. *)

(La nouvelle loi sur l'assurance sociale.)

Reeds meerdere malen 2) werd zeer in het kort melding gemaakt van de wet van 9 November 1924, waarbij de sociale verzekering gereorganiseerd werd. Hieronder volgt thans een overzicht van de bepalingen van deze wet. Alle onderdanen van de republiek, die arbeid of wel diensten verrichten, voorzoover die niet van toevalligen aard zijn, en verder leerlingen en thuiswerkers zijn verplicht verzekerd tegen de geldelijke gevolgen van ziekte, vroegtijdige invaliditeit en ouderdom. Ambtenaren van het Rijk, gemeenten enz., mijnwerkers, die reeds in een verzekering deelen, zijn van de bepalingen van deze wet uitgesloten.

Ziekteverzekering. Iedere persoon, op wien de wet van toepassing is, wordt van rechtswege lid van het districts-ziekenfonds, bevoegd ter plaatse, waar de arbeid verricht wordt, tenzij hij reeds is aangesloten bij een van de vijf andere, door de wet goedgekeurde, soorten van ziekenkassen. Deze zijn o.a. fondsen, door groote bedrijven georganiseerd, fondsen, ingericht door vakorganisaties, landbouwziekenkassen enz.

De arbeiders zijn in 10 loonklassen verdeeld, terwijl de werkgevers verplicht zijn loonlijsten bij te houden, welke zij gedurende minstens 5 jaar moeten bewaren. De bijdragen (premies) varieeren naar gelang van de loonklasse, waarin de werknemer is ondergebracht. Zij worden vastgesteld door de Centrale Verzekeringsinstelling en mogen als regel niet meer bedragen dan 5 pCt. van het gemiddelde dagloon. Werkgevers en werknemers brengen ieder de helft daarvan op.

De uitkeeringen der fondsen bestaan in vrije geneeskundige behandeling, geneesmiddelen en de noodzakelijke hulpmiddelen, alsmede een ziekengeld (van af den vierden dag der ziekte) gedurende hoogstens een jaar. Het bedrag van de uitkeering is afhankelijk van de loonklasse, waarin de verzekerde was ondergebracht en varieert tusschen 2,70 en 24 kronen per dag. Verzekerde vrouwen hebben bij bevalling recht op een uitkeering en een zoog-premie, terwijl de vrouwen van verzekerde arbeiders recht op vrije geneeskundige hulp hebben en bij bevalling recht op de hulp van een vroedvrouw. Ook bij overlijden wordt een uitkeering gegeven. In bepaalde gevallen kunnen de minima uitkeeringen voor de laagste loonklasse tot 3,60 kronen per dag en voor de andere loonklassen tot 90 pCt. van. de laagste grens van het dagloon der klasse van den verzekerde verhoogd worden.

Invaliditeits- en ouderdomsverzekering. Deze wordt uitgevoerd door de Centrale Verzekeringsinstelling te Praag, welke een aantal bevoegdheden kan overdragen aan de organen der ziekteverzekering of aan andere takken' der sociale verzekering. De arbeiders worden verdeeld in vier klassen en betalen resp. 4,30, 5,70, 7,10 en 8,80 kronen per week, waarvan de helft te hunnen laste, de andere helft voor rekening van de werkgevers is. De verzekerden genieten een invaliditeitspensioen, betaalbaar wanneer de getroffene niet meer in staat is 1ls te verdienen van het loon van een lichamelijk en geestelijk gezonden arbeider van de klasse, waartoe hij behoorde; ouderdomspensioen, ingaande op 65-jarigen leeftijd; weduwentpensioen van ten hoogste de helft van het pensioen van den verzekerde; weezenpensioen ten bedrage van 1lr, van het pensioen van den verzekerde voor halfweezen en van 2/r, voor kinderen, wier beide ouders gestorven zijn. Zij, die invaliditeits- of ouderdomspensioen genieten, ontvangen een toeslag gelijk aan 1/io van dit pensioen borveii het gewone bedrag voor elk kind, dat

1) Labour Gazette, 1925, no. 3, Maart 1923. Legislative Series van het Internationaal Arbeidsbureau,

1924, C. 2, 4.

2 Zie afl. 11, 1924, blz. 1289/1290.