is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor volkshuisvesting; orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en den Nationalen Woningraad, jrg 15, 1934, no 5, 1934

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De gemeente heeft ter aanwakkering van het particuliere bedrijf ten gunste van den arbeiderswoningbouw, een lageren canon vastgesteld, dan voor soortgelijke gronden in hetzelfde plan aan de woningbouwvereenigingen in rekening wordt gebracht. Maar.... de gemeente eischt hiertegenover een tegenprestatie van de bouwondernemers; n.l. de verplichting dat zij tegeneen vooraf overeen te komen bedrag de woningen zullen verhuren! Is dit onbillijk? h4aar dit alles geldt slechts een gedeelte van het plan, waarvoor krachtens de Woningwet de bestemming van arbeiderswoningen op het uitbreidingsplan-Moerweg staat aangegeven; voor de rest geldt deze „onoverkomelijke” voorwaarde niet.

M. Vrijenhoek

Situatie prijskampterrein ten opzichte van de stad Antwerpen

’s Gravenhage, Mei 1934

Cursiveering van mij. V

ANTWERPEN – LINKEROEVER

II

Dat ik meende niet eer tot een bespreking der ontwerpen, bekroonde en niet gekozene, over te moeten gaan, ligt behalve in de belangrijkheid der gegevens, die een juist licht op het probleem der linkeroeverbebouwing werpen, in de thans praktische onbelangrijkheid van al deze ontwerpen. _ I

Een commentaar Wék der plannen zou zeer ver. voeren. De kritiek der jury is interessant door de sterke! kritiek, die gekozen plannen mee krijjgen*

De voorgeschreven tracé’s b c en d F hebben volstrekt geen invloed gehad bij de beslissingen: men kon haast zeggen, integendeel! Voor de andere eischen bleef zij streng, zeer streng. |

i Goeds en kwaads der gekozen plannen, zooals de jwiy dit bepaalde, volgen hier zoo beknopt mogelijk. Wat

cursief is, werd voorgesteld aan te houden voor de uit voering.

le. Het ontwerp Cols EN De Roeck (Antwerpen), heeft de genade gevonden een der tweede prijzen te krijgen, omdat de tracé A b goed in het plan zit; de straatperspectieven niet lang zijn; aan de monding van den voetgangerstunnel een casino en een yachting-garage voorzien zijn; vooral een marktplaats. Verdere goede punten: het voorbehouden van 14% der oppervlakte aan parken en overhouden van verkoopbaar terrein van 59%» I

De kritiek der jury noemt, al wordt de studie van het verkeer geroemd, een „onaannemelijk” stremmen van het verkeer op elke 100 m, waar een zijstraat uitmondt; een „immens” busparkeerplaats bij de voertuigtunnelmonding; een linksch dégagement van het station; een te strak tracé der park- en villa-buurtwegen; een brutaal aansluiten van het park aan de woonbuurt; het vliegterrein in de Austruweel-bocht is daar onjuist; de eering van de begraafplaats is „bijzonder ongelukkig”; die van vele openbare gebouwen is ook slecht: een weezen- en een ouderlingentehuis langs de groote verkeersweg; het hospitaal bij den ingang van het park; als ergst punt wordt den ontwerpers aangewreven dat ze geen onderscheid maken in de klasse der bewoners, dic hier allen sociaal genivelleerd lijken te worden.

ae. Het ontwerp van A. Gutton (Parijs), biedt volgens de jury een tracé, dat zich inspireert op de algemeene terreins-conformatie. De Noord-hoek in den stroom is vrij gehouden; de verbindingen vooral tusschen station en tunnel zijn „bijzonderlijk interessant, „maar baseeren op eene situatie der statie in afwijking op de voorschriften”; de behandeling der oevers is zeer gelukkig, het laten doordringen van groen uit het park tot binnen de stad en verder door de „park-ways ’ zal een bizonder