is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor volkshuisvesting; orgaan van het Nederlandsch Instituut voor Volkshuisvesting en den Nationalen Woningraad, jrg 16, 1935, no 3, 1935

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woningen voor Ouden van Dagen geheel in eigen hand houden. Practisch geschiedt het werk dus in eigen beheer.

Hiermede is tevens de laatste der zes voorwaarden vervuld. Immers, komt het werk van „Arnhem tot een goed einde, dan is de mogelijkheid bewezen voor alle bouwvereenigingen in den lande, dat mèt of zonder overheidssteun een dergelijk werkverschaffingsplan voor ieucfdisc werkloozen ten uitvoer is te brengen. _

In het waarachtig belang van de Nederlansche jeugd hopen wij vurig dat dan velen het voorbeeld van „Arnhem” met grooten spoed zullen volgen.

De Jeugd wacht op daden zij ons parool. Welnu, slaagt het plan van ~Arnhem”, dan wachten de daden op onsallen. J. E. S. Holthaus, Administrateur Algemeene Woningbouwvereeniging „Arnhem”

REGELEN VOOR DE PARTICULIERE GRONDEXPLOITATIE TE AMSTERDAM

Sedert den aanvang dezer eeuw heeft de getneente Amsterdam het aanmaken en de uitgifte in erfpacht van bouwterrein ter hand genornen, eerst als aanvulling van de particuliere grondexploitatie, later in meer overwegende _ mate.

Toch is de exploitatie van particuliere gronden nog steeds van belang, hetgeen blijkt uit het volgende staatje van de aantallen op nieuw terrein gestichte woningen.

De particuliere grondexploitatie zoekt, niet zonder reden, bij voorkeur de gronden op, welke voor bebouwing met drie en vier woonlagen zijn aangewezen en waarop dus de woningdichtheid betrekkelpk groot is.

De oppervlakte van de door particulieren in exploitatie gebrachte gronden is dan ook in verhouding tot die, welke de gemeente in exploitatie heeft gebracht, belangrijk kleiner, dan men uit de genoemde aantallen woningen zou willen afleiden. In genoemde jaren namelijk is gemiddeld per jaar aan het „woongebied toegevoegd een oppervlakte van rond 71 ha, waarvan slechts i-t ha door particulieren. Onder „woongebied wordt hier verstaan de oppervlakte grond, ingenomen door de bouwblokken, de bizondere gebouwen met erven, de straten, pleinen, plantsoenen en grachten, kortom alles.

wat gerekend mag worden tot een woonwijk te behooren. In ronde cijfers zou men kunnen aanhouden dat de particuliere grondexploitatie in het beschouwde tijdvak aan de stadsuitbreiding echter uitsluitend beperkt tot de uitbreiding van de nieuwe woonwijken heeft deelgenomen voor 30 "o> wat betreft het aantal gestichte woningen en voor 20%, wat betreft de oppervlakte nieuw woongebied^

Dat het aandeel van de particuliere grondexploitanten in de stadsuitbreiding niet grooter is geweest, is niet te wijten aan tegenwerking door de gemeente, zooals weleens ten onrechte wordt beweerd. Natuurlijk moet de gemeente zekere voorwaarden, in hoofdzaak van financieelen aard, stellen, die vanzelfsprekend, slechts noode door belanghebbenden worden aanvaard, doch van tegenwerking is geen sprake. Uit den aard der zaak is grondexploitatie echter een zeer riskant bedrijt, daar het met onzekere uitkomst een groot kapitaal voor langen tijd vastlegt. Dit is vooral hier ter stede het geval, aangezien het polderland enkele meters moet worden opgehoogd, hetgeen alleen loonend is bij ophooging van een tamelijk glOpt complex tegelijk.J

GrondexploTtatiemaatsÜßppiJen, haar bedrijf bij voortduring uitoefenen, zal men tevergeefs in Amsterdam zoeken. Het zijn slechts gelegenheidsondernemingen, bv. combinaties van den grondeigenaar, een aannemer van ophoogingswerken en een geldman, die de exploitatie van vijf tot tien hectaren ter hand durven nemen, doch uitsluitend van voordeehge en gunstig gelegen grondstukken. Voordeelig, zoodat het grondstuk volgens het plan van uitbreiding veel bouwterrein oplevert, bij voorkeur bestemd voor drie- en vier-gezmsperceelen en gunstig gelegen vooral in dien zin, dat de grond i kan worden opgehoogd en in bouwterrein en straten ! kan worden verkaveld, zonder dat de medewerking van i eigenaren van belendende gronden moet zijn verkregen, i Op verschillende punten der stad is daarom in ' verband met de bestaande scheeve verkaveling van het ‘ weiland ten opzichte van de geprojecteerde straten en in verband met de verdeeling van het grondbezit over vele eigenaren particuliere grondexploitatie practisch i uitgesloten; in het Westen en Zuidwesten daarentegen loopen de weilandslooten toevallig geheel evenwijdig met de straten en daar heeft dan ook bijna uitsluitend de particuliere grondexploitatie plaats gehad. Laat ik hier aanstonds aan toevoegen dat de nieuwe, op parti- culiere gronden gestichte straten, wat aanleg, opbouw en woningtypen betreft, niet in het minst ongunstig afsteken bij die in andere wijken, waar op gemeentelijken erfpachtsgrond is gebouwd; alleen heeft de gemeente natuurlijk geen invloed gehad op de bouwterreinprijzen, die dan ook belangrijk hooger waren dan de prijzen waarop de gemeentelijke erfpachtscanons voor soortgelijke zijn gebaseerd.

Jaar Aantal gestichte Waarvan op parwoningen ticulieren grond 1924 7282 2430 1925 8402 1383 1926 8243 1738 1927 5999 2597 1928 3839 667 1929 5724 1100 1930 6108 1484 1931 1932 5346 3114 2207 1969 1933 2649 1214 gemiddeld per jaar 5670 1679

° Het kon de gemeente vroeger tamelijk onverschillig laten dat de particuliere ondernemer zich bij voorkeur toelegde op de exploitatie van de bizonder voordeelige grondstukken; weliswaar bleef dan voor haar, ten einde een regelmatige stadsuitbreiding te bevorderen, de exploitatie van de in het algemeen minder voordeelige complexen over, doch dit zou, naar men mocht aannemen, in een lageren prijs van aankoop of onteigenmg tot uitdruktog moeten komen.

De in ijfi tot stand geSomen wijziging van de OntJ