Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

28ste JAARGANG ZATERDAG © APRIL 1921 No 15

De metaafteoierfcer Weekblad m den fltoemeenen Ikderlandscben Kktaalbe®erKersbond.

■+ Arbeiders aller Landen Vereenigt U. «b itmmmßaaaiaußmmmi w»

REDACTEUR: G. VAf4 DER HOUVEN Adres van Redactie on Administratie: Hemonylaan 24, Amsterdam – Telefoon 2 6175 < ■

Kennis Is meent» Eenheid kracht.

ABONNEMENT: ADVERTENTIES: Bij vooruitbetaling per Jaar f 1.60 Slakkc” 6meene“ “■* «Iterlflk Maandag aavertenMll d , 030 Voor Buitenland verhoogd mei port. Bondsmeuws en Advertentie Woensdagmorgens Aanvragen voor personeel ... . ..0.20 Losse nummers , 0.03 ZJ^n lnS® oD3en* Mdeelingsadvertentifin .•• • • , , , 0.20

OPLAAG 33.000 Ofliciëele Mededeelingen. Deze week; wordt het contributiezegel op de 15 e wsek in het Bondsboekje geplakt, » » » Wij maken de leden van de afdeelingen Apcldteom en Arnhem attent op dein dit nummer voorkomende advertentiën. Op kronkelige paden. Een vos verliest wel z’n haren, maar daarmee toch nog niet z’n streken. Zoo was onze gedachte, tóen we het 4e vervolg van het artikel, „Het Geneesmiddel” hadden gelezen; een artikel van G. H., dat nu reeds 4 weken achtereen geprijkt heeft in het orgaan van den Chris telijken Metaalbewerkerabond. Daar is een tijd geweest, dat in de christenwereld elk verzet tegen de werkgevers werd veroordeeld als zondig , en in strijd met God’s ordonnantiën. Zoo héél erg. lang geleden is dat nog niet en trouwens, nog zijn er tal van christenen te vinden, die de oude beproefde paden niet willen verlaten voor de nieuwere, die door hen als zondige paden beschouwd worden. In verband hiermede, herinneren we nog even aan de afscheidspreek van dominéé Keiler te Dordrecht, die bij deze gelegenheid vertelde, dat alle bonden werken dés- duivels zijn en dat een goed christen geen lid vaneen bond, noch vaneen socialistischen, noch vaneen dhrrstelijken mocht zijn. Het standpunt van dominéé Keiler en diens, gelijken, vloeit voort uit het. geloof inden Schepper en Onderhouder van alles wat is of worden zal, zonder wiens wil geen haar van het hoofd zal gekrenkt worden. In volle consequentie aanvaarden zij met gelatenheid de positie, waarin zij geplaatst zijn en achten het zonde daartegen in verzet te komen. Het ligt niet in onze bedoeling om, ten opzichte van deze meening, iets af te dingen of bij te doen. Alleen willen we er op wijzen, dat de leiders van de Christelijke Vakbeweging zich toch evenmin kunnen losmaken van dat principe, zooals dat door iemand als dominee Keiler gehuldigd wordt. Het verschil is alleen, dat de een volkomen consequent is, terwijl de anderen het min of meer op een akkoordje gooien. Uit het artikel van G. H. blijkt heel duidelijk, hetgeen we hier boven beweerden. Misschien heeft het niet in z’n bedoeling gelegen om zoo duidelijk te zijn, maar desniettegenstaande zullen we bewijzen voor onze stelling aanvoeren. De schrijver ze°'t ons in zijn artikel, dat wij geheel cn al ten onrechte de Christelijke Vakbeweging als een instituut van brandkast-bescherming bestempelen. Wij zijn, aldus G. H., geen brandkastbeschermers noch dienaars van het kapitalisme inden zin, waarin onze tegenstanders dit bedoelen. In deze verklaring zit niets nieuws, hebben we al meer zoo gehoord. Van meer belang is het volgende: „Een bepaalden maatschappijvorm geeft het Christendom niet. Wij aanvaarden het kapitalisme zooals we Ook een anderen .vorm zouden kunnen 'aarivaaf-

den met zijn licht- en schaduwzijden, met zijn voor en tegen, met zijn goed en kwaad.” En verder: „Alles wat op aarde is en leeft en bestaat, ondervindt en ondergaat den verdervenden invloed der zonde, terwijl wij het slechts aan de weerhoudende macht van Gods algemeene genade te danken hebben, dat een maatschappelijk samenleven nog denkbaar en mogelijk is.” „Ook als het kapitalisme zou zijn verdwenen en iets anders daarvoor inde plaats zou zijn gekomen, zou wel mis: schien de vorm, maar het wezen der dingen absoluut niet .veranderd blijken te zijn.” Treffend juist vinden we hierin weer den geest, die ook dóminé Keiler e a. bezielt. Het kapitalisme met z’n goed en kwaad wil men met gelatenheid dragen; omdat alles toch onvolmaakt is en den verdervenden invloed van de zonde ondergaat. We laten deze meening voor wat ze is, willen niet gaarne iemands eerlijke overtuiging aantasten. Voor ons is ’t een troost, dat alles den verdervenden invloed van de zonde ondergaat, óók dus de Christelijke vakbeweging. Ook zonder dat de schrijver van dien zonde-verdervenden invloed zou hebben gewaagd, hebben we toch al eens eerder onderwonden, dat de Christelijke vakbeweging onder dien invloed verkeert. Wij vragen echter: Als nu toch alles onvolkomen en gebrekkig mocht blijven en men op grond dadrvan niet bereid is tegen het kapitalisme te strijden, maar hoogstens om dit ongemoeid te laten, waarom dan zich druk gemaakt voor wat lapwerk ? Als het .gaat tusschen kapitalisme en socialisme, zegt de schrijver dat wèl de vorm, maar niet het wezen der dingen zou veranderen. Welnu, als het alleen gaat tegen de uitwassen van het kapitalisme, zal dan hel wezen der dingen wèl veranderen ? Consequent redeneerend, zal de schrijver deze vraag met neen moeten beatntwoorden. Maar, eilieve, waarom dan den strijd aangehouden tegen die uitwassen alleen ? Maar verderop in het artikel blijkt, dat het niet de strijd tegen het kapitalisme is, die ons scheidt van de Christelijke vakbeweging, want woordelijk schrijft G. H.: „Wat ons van de moderne richting scheidt en wat beide bewegingen tegenover elkander doet staan, is gansch iets anders. Niet een bloote beschouwing omtrent het al of niet wenschelijke vap een anderen maatschappijvorm, niet liet verlangen naar een nieuw productiesysteem maakt de moderne vakbeweging voor ons onbruikbaar en verwerpelijk. Daaromtrent kon gerust verschil van meening en inzicht bestaan, zonder da' ons Christelijk beginsel inde knel komt. Doch wat ons principieel scheidt is het revolutionnairc karakter der moderne vakbeweging, welk karakter in elk opzicht altoos en overal met onze Christelijke beginselen geheel en al in strijd is. Revolutie is door God verboden, in welken vorm zij zich dan ook vertoont. Nooit en onder, geen enkele omstandigheid mag door den christen daaraan worden medegewerkt. Ook niet ter verkrijging vaneen anderen maatschappijvorm, zelfs al zou van te voren vast staan, dat de arbeiders daardoor op hooger levenspeil zouden worden gebracht.” Niet ons streven dus naar een nieuwen maatschappijvorm, een ander productie-

systeeni, maakt de moderne vakbeweging voor dezen Chriikel ijken leider onbruikbaar en verwerpelijk. Wij zouden zeggen: Da’s al een heel belangrijk ding, dat lang niet alle Christelijke leiders hem zullen nazeggen. De principieele scheiding is volgens hem het gevolg van het feit, dat we dit doel riajagen met revolutionnairc middelen.' Het gaat tegen ons revolutionnair karakter. Als dat nu inderdaad het eenige is, .dat ons v£n elkander gescheiden moet houden, dan is de oplossing o. i. wel te vinden. Want w|l wordt door G. H. zonder blikken of blozen beweerd, dat revolutie door God verbaden is en dat onder geen enkele omstandigheid de christen daaraan mag mee; vlerken, maar dat is een bewering, die, om hét maar zacht uitte drukken, geheel bezijden de waarheid is. Als het er om ging eén anderen maatschappijvorm té .verkrijgen, hebben de christenen, en speciaal de Calvinisten, niet inde achterste rijen gestaan. Nu zou G. H. ons kunnen tegenwerpen, dat die Calvinisten van voorheen : een onjuiste opvatting van Gód’s geboden [ es op na hielden. Houdt ons echter ten goede, dat daarmee voor ons de zaak niet afgedaan is. : Heeft men in ons eigen land géén blijk gegeven van revolutionnairc gezindheid om de Spaansche ovetheersching en die van Rome van zich af te wentelen en heeft men dit niet gedaan met een beroep op God? Moeten we herinneren aan de revolutionnaire daden van Olivier Cromwell, die eerst den wettigen vorst, Karei I, liet onthoofden om daarna den repuiblikeinschen regeeringsvorm in te stellen? Zegt de geschiedenis ons niet, dat Cromwell’s leger een toonbeeld was van godsdienstigheid ? Zag Dr. Abr. Knijper tegen geweld op, toen hij met boor en schropzaag gewapend inde N. Kerkte Amsterdam wilde binnendringen? Neen, laat ons toch eerlijk blijven in alles én erkennen, dat er tal van voorbeelden in het verleden zijn aan te wijzen, waaruit blijkt, dat, als het maar inde kraam te pas kwam, tegen een revolutionnair optreden .niet werd opgezien. G. H. veroorlooft zich de pretentie van precies te weten, dat God de revolutie heeft verboden; ’t is mogelijk, dat hij gelijk heeft, maar een feit is het, dat andere calvinisten et anders over dachten en, waarom zou juist G. H. het patent van bekendheid omtrent God’s wil hebben? Ten slotte de vraag, wat wèl en wat niét revolutionnair is. Revolutionnair beteekent omwentelingsgezind. Een groote en omvangrijks strijd voor een ander loonstelsel inde metaalindustrie zou volgens den geest niét alleen, maar ook volgens de letter van G. H.’s artikel, revolutionnair zijn. Een groote strijdvoeren voor het min. loon beteekent in wezen niets meer en niets minder, dan met geweld (zij het ook zonder zwaard) trachten datgene te verkrijgen, wat door de werkgevers de ondergang van het bedrijf genoemd wordt. Als je niet bereid bent te vechten tégen het kapitalisme: „omdat wel de vorm, maar, niet het wezen verandert”, weest dan consequent en vecht ook niet voor wegneming: van de uitwassen van dat kapitalisme. Aanvaardt dan het kapitalisme „met zijn

licht- en zijn schaduwzijde” en wiegt de christelijke arbeiders in slaap, met het motief, dat toch alles wat op aarde is en leeft, verkeert onder den verderfelijken invloed Van de zonde ! De overwerk-vergunningen. Dinsdag 5 April heeft de bespreking plaats gehad met den Minister van Arbeid over de overwerkvergunningen inde Metaalindustrie, speciaal die voor Rotterdam. Door de vakorganisaties werd daar op dezelfde gronden, als reeds tegenover den heer Zaalberg en de betrokken werkgevers was geschied, aangetoond, dat de vakbonden niet konden meewerken aan het verleenen van overwerkvergunningen, waar deze gebruikt worden om de uurloonen naar beneden te brengen. Bovendien wérd de nadruk gelégd op het gevaar, dat ons land, wanneer daar in de metaalnijverheid belangrijke afwijkingen van den acht-urendag worden toegestaan, zal ppleveren voor de internationale regeling van den 8-urendag, omdat de werkgevers van het buitenland, vooral Duitschland, onmiddellijk gebruik zullen maken van het Nederlandsche voorbeeld. Hierdoor zou dan tevens het voordeel, dat de Nederlandsche werkgevers willen bereiken met den langeren arbeidsdag, wegvallen. Als algemeene opinie van alle vakorganisaties kwam daar naar voren, dat het zeer drukke aanvragen van overwerkvergunningén meer een poging is van de werkgevers om onder de bindende bepalingen van de •wet uitte komen, waartegen de arbeidersorganisaties zich ten krachtigste zullen weren. Van eenige beslissing of toezegging van de zijde van den Minister is daar geen sprake geweest, doch wij hebben toch den indruk wet gekregen, dat het niet zoo gemakkelijk gaan zal voor de werkgevers, om verder overwerkvergunningen te krijgen, als ze deze gebruiken om de loonen tc drukken. Wilton en de Droogdok Mij. hebben door hun loonsverlagingen de arbeiders en ook de regeering tijdig gewaarschuwd. * -» » Het optreden van de organisatie en ons schrijven in het vakblad over den toestand aan de fabrieken en werven van Wilton, heeft reeds resultaat gehad. Van de directie van den Metaaibond ontving onze afdeeling Rotterdam bericht, dat de directies van Wilton’s Machinefabriek en de Rotterdamsche Droogdok Mij. besloten hebben, hun ziekenfonds uit de personeelvereeniging te lichten en zoodoende alle werklieden er in op te nemen. Ook de vergoeding voor de vacantie en feestdagen zal voortaan bij de bovenbedoelde firma's volgens de landelijke regeling van den Metaaibond worden uitgevoerd. Dit wil dus zeggen, dat de arbeiders, die zich niet in deze personeelvereenigingen wenschen te laten inschrijven, niet langer uitgesloten zullen zijn van boven omschraven rechten. Hiermede is een einde gemaakt aan een groote onbillijkheid'. C. O,

Sluiten