Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waarom koopt men? Wanneer inde gehele wereld de productie en de distributie coöperatief zouden zijn georganiseerd, zou het antwoord op bovenstaande vraag heel eenvoudig zijn. Het zou luiden; men koopt, omdat men iets nodig heeft om te kunnen leven en de productie regelt zich naar de proefondervindelijk vastgestelde behoefte. Maarde kapitalistische productie, die is ingericht op het behalen van winst en niet op de noodzakelijke behoeften der mensheid, moet het kopen aantrekkelijk maken om een lonende afzet te verkrijgen. Bij het stimuleren van de prikkel tot kopen, maakt men gebruik van bepaalde voorkeuren, bepaalde smaken, bepaalde gewoonten der mensen, enz. Dit onderdeel van de verkoop-organisatie is een bepaalde wetenschap geworden en men ziet tegenwoordig zelfs bewegingen met een ideëel doel gebruik maken van de methoden, die wetenschappelijk vastgesteld zijn als de beste om de menselijke aandacht te trekken. In het middelpunt van het wetenschappelijk marktonderzoek staat de koper, wiens gewoonten, wiens gevoeligheden, wiens voorkeuren, wiens zwakheden (ja, deze vooral!) een onderwerp uitmaken van nauwkeurige studie. Duizenden lieden hebben niets anders te doen dan statistieken samen te stellen over onze eigenaardigheden, onze leesgewoonten, onze reacties op kleuren en verpakkingen, over de wijze, waarop wij ons geld plegen uitte geven, enz. Daardoor is de fabrikant in staat zich een compleet beeld te vormen van Z.M. de Klant, voordat hij zijn geld gaat uitgeven om ons bekend te maken met de speciale eigenschappen van zijn artikel. Het feit, dat uw oog getroffen is door de aantrekkelijke doos, waarin uw nieuwe toiletpoeder is verpakt, is geen toeval. Voordat die doos gekozen is, werd zij „getest” door haar naast andere modellen neer te leggen en nauwkeurig

waar te nemen, hoe de kopers reageerden. ledereen heeft kleuren, waaraan hij boven andere de voorkeur geeft. Bij het gebruiken van kleuren in advertenties houdt men met de gevoeligheid voor kleuren in hoge mate rekening. Wist u, dat de kleuren naar haar aantrekkingskracht als volgt gerangschikt worden? Zwart, rood, groen, oranje, blauw, paars, geel. Lange jaren hebben adverteerders geloofd, dat advertenties op de rechterpagina’s meerde aandacht trekken, dan die op de linkerpagina’s. ledere adverteerder in Amerika wilde op de rechterzijde staan. Een onderzoek, lopend over meer dan 2 millioen gevallen heeft aangetoond, dat er weinig verschil is. De balans slaat zelfs nog iets door in het voordeel der linkerpagina’s. Dat het bij het onderzoek van de verkoopmogelijkheden niet inde eerste plaats gaat om het leveren van goede artikelen, maar om de zwakheden van de kopers te exploiteren, leert ons ook nog het volgende geval. Een handelaar van de Goudkust in Afrika was in Londen om regenjassen te kopen. De fabrikant gaf een uiteenzetting van de kwaliteit van zijn artikel, maarde handelaar onderbrak hem als volgt; „Ruiken ze naar gummi?” De fabrikant keek hem verbaasd aan. „Dat is het enige, dat er op aan komt. Als de regenjassen naar gummi ruiken, zijnde inboorlingen er gek op. De rest komt er niets op aan!” Veel mensen staan, als het op kopen aankomt, nauwelijks op een hogere trap dan die inboorlingen. Zij kopen, omdat iets een bepaalde geur, een bepaalde kleur, een bepaalde vorm heeft. Zo worden er millioenen dagelijks verspild, door de kopers zelf, die geld uitgeven voor minderwaardige artikelen, welke hun „wetenschappelijk” worden aangepraat, door de enorme kosten van reclame, welke vermeden konden worden als productie en behoefte met elkaar in evenwicht waren en op elkaar afgestemd.

Een boot gaat te water (Voor de kinderen). Hein en Ali en kleine Frans waren moe, toen ze na een lange treinreis en een tocht op een hotsende boerenwagen bij het huis van oom Dirk uitstapten. „Jullie moeten eerst wat rusten,” zeiden vader en moeder, maar daar was het trio niet voor te vinden. Ze moesten eerst de boot zien, die oom Dirk getimmerd had en waarover hij in zijn brieven had geschreven. Het bouwwerk stond op twee schragen achter de .schuur en oom Dirk was er nog druk aan bezig met een grote teerkwast. Ofschoon het meer op een grote trog leek dan op een boot, vonden de jongens het prachtig en liefst hadden ze, met hun Zondagse kleren nog aan, oom Dirk meegeholpen met het uitsmeren van de glimmende teer. Maar daar kwam niets van. Toen ze oom Dirk begroet hadden en de boot een ogenblikje bewonderd, moesten ze terug naar grootmoeder, die inde huiskamer met glaasjes karnemelk met suiker zat te wachten. Het duurde trouwens ook niet lang, of oom Dirk kwam ook binnen. „Ziezo,” zei hij, terwijl hij Fransje bang maakte met zijn met teer besmeerde handen, „als het nu maar drogen wil, dan kunnen wede boot overeen paar dagen te water laten.” „Kunnen we er niet direct mee varen?” vroeg Hein. „Nee, jongen, eerst moet de teer droog zijn. Ik heb de naden goed dichtgestopt met vlas en als de teer hard is geworden kan het water er niet meer doorheen komen.” Het was wel een teleurstelling, dat ze niet onmiddellijk aan boord konden gaan, maarde kinderen hoefden zich niet te vervelen, want er waren biggen en jonge poesjes, en niet te vergeten de aalbessen en de klapbessen inde tuin. Gelukkig was het een paar dagen mooi zonnig weer en oom Dirk glom van trots en pleizier toen hij op een morgen aankondigde; „Jongens, vanmiddag gaat de boot te water!” ’s Middags aten de jongens zo snel als ze maar konden en terwijl grootmoeder haar gewone

middagslaapje deed, stonden vader, moeder, Hein, Ali en Fransje om de boot heen, die nog steeds op de schragen rustte. Over twee schuine planken moest het gevaarte in het gras glijden en toen het na veel moeite eindelijk zo ver was, konden de kinderen pas goed zien, hoe mooi de boot van binnen was. Ze was hemelsblauw geverfd, terwijl de vier banken van het felste wit waren. Op de boorden stonden trots de ijzeren penden voor de ogen van de roeiriemen. Met behulp vaneen paar dunne boomstammetjes rolden oom Dirk en vader de boot naar de wetering, die eigenlijk niet veel meer was dan een brede sloot. Maarde jongens vonden het prachtig, als ze maar varen konden. Er was heel wat overleg voor nodig om de boot vlak op het water te brengen. Oom Dirk en vader werkten als paarden en ook Hein hielp braaf mee. Tenslotte kwam de zware bak met een harde klap op het water terecht. De jongens klapten in hun handen en juichten. Oom Dirk viel bijna voorover in het water bij zijn poging om de boot aan de kant te houden. „Mogen we er nou in?” vroeg Hein en hij had zijn voet al op de rand.

Kopspijkers Duur haarknippen Enige jaren geleden was William F. Kenny, een New-Yorks zakenman, met vacantie in Parijs. Hij vond, dat hij nodig geknipt moest worden, ofschoon hij nogal kaalhoofdig is. Maar een Franse kapper kon deze taak niet verrichten. Daarvoor moest een kapper uit New-York komen. Telefonisch gaf hij Arico, een beroemd kapper in New-York, opdracht om ogenblikkelijk met de „Leviathan” naar Europa te komen en in Parijs meneer Kenny’s haar te knippen. Arico ging onmiddellijk op reis, maar toen hij in Parijs arriveerde om meneer Kenny volgens de regelen der kunst het haar te knippen, kwam hij tot de ontdekking, dat zijn ongeduldige klant een Engelsen kapper, die in Parijs woonde, had uitverkoren om zijn spaarzame haren te knippen. Zonder een spier te vertrekken betaalde de Amerikaan aan Arico de gemaakte kosten terug. Een krant voor niets! Wanneer wij in ons land een dag met volop zon hebben, voelen wij ons gelukkig, want dit heuglijk feit bomt slechts zelden voor, vooral in de laatste jaren. In Florida in Amerika zijnde mensen heel wat rijker gezegend met zonnige dagen. In Saint Petersburg, een plaats in dit zonnige land, is een krant, die de bepaling heeft gemaakt, dat als een uur voordat de krant op de pers gaat de zon niet schijnt, de oplaag van die dag gratis moet worden uitgereikt. Inde laatste zestien jaar heeft dit feit zich slechts vijf en tachtig keer voorgedaan, dat is dus vijf keer in een jaar. Hoe slaat uw pols? Een kind vaneen jaar heeft ongeveer 111 polsslagen inde minuut, van het twintigste tot het vijfentwintigste levensjaar beweegt de polsslag zich om de 71 inde minuut, om op hoge leeftijd weer op te lopen tot 80. Van de huisdieren hebben varken, schaap en geit een polsslag, die wat snelheid betreft het dichtst bij die van de mens komt. Een paard heeft gemiddeld 40 polsslagen inde minuut, de olifant zelfs slechts 25 tot 28. De pols van ratten en muizen heeft 700 slagen inde minuut, die vaneen kanarievogel niet minder dan 1000! De vissen hebben over het algemeen een trage pols. Bij de aal zinkt tijdens de winterslaap de polsslag zelfs tot één inde minuut. „Vooruit dan maar,” zei oom Dirk, „maar kalmpjes aan, hoor!” Toen Hein inde boot stapte, voelde hij wel, dat ze raar wiebelde, maar hij was niet bang. Parmantig ging hij op eender bankjes zitten, maar hield zich toch stijf vast. Ali en kleine Frans volgden voorzichtig, geholpen door vader en moeder en toen ze alle drie zaten, schreeuwden ze van pret. Oom Dirk legde de riemen inde boot en stapte toen ook, in het volle besef van de grote gebeurtenis aan boord. Maar nauwelijks was hij gaan zitten, of de kinderen begonnen hard te gillen. Onder ooms gewicht was de boot een heel eind dieper in het water gezakt en door de naden begon in kleine straaltjes het water naar binnen te sijpelen. „O,” gilde Ali, „we verdrinken.” Oom Dirk keek erg beteuterd naar het binnenstromende water en schudde mistroostig zijn hoofd. „Daar begrijp ik niks niemendal van,” zei hij, terwijl het water achter over zijn klompen liep. Vlug werden de passagiers aan land gezet. Oom Dirk was, als kapitein, de laatste, die aan wal stapte. „De naden trekken wel dicht,” zei hij geruststellend. „En morgen gaan we varen!” „Probeer jij ’t maar eerst alleen,” zei moeder. „Het is me voor de kinderen te gevaarlijk.” Toen ze de volgende morgen kwamen kijken of de naden waren dicht getrokken, had de boot van oom Dirk ligplaats gekozen op de bodem van de wetering en daar ligt ze vandaag de dag nog

„Oom Dirk legde de riemen inde boot ”

Sluiten