Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hef winnen van aardolie ii. 7

In het vorige artikel hebben we aan de hand vaneen schets in het kort vermeld, onder welke omstandigheden olie op een bepaalde plaats inde bodem kan voorkomen en op welke gegevens de geologen de gevolgtrekkingen, die zij maken uit hun onderzoekingen, baseren. – We willen ze nog even hier herhalen. 1. Een .ruimte, waarin zien olie kan verzamelen. '2 Eenj ondoordringbare rotslaag, over de ruimte, die verhinderen moet, dat olie of' gas naar hoger gelegen lagen kan ontsnappen- of uiterst moeilijk wordt. Duidelijkheidshalve vermelden we hier nog dat de ruimte onder de rotslaag niet moet worden voorgesteld als een holte- zonder meer, doch als zijnde opgevuld met zand of poreus gesteente, tussen welks openingen zich olie, gas of water bevindt. Nadat na rijp beraad en vele besprekingen bepaald is, waar het boren succes kan qpleyeren, wordt deze plaats op een kaart van'het betreffende gebied aangegeven. Vervolgens stuurt men landmeters uit, die deze plaats in het terrein zelf moeten bepalen. Ze belasten zich tevens met het uit, zetten van het toekomstige kamp, – zetten wegen uit en zoeken uit, op welke wijze men later het boorterrein het best kan benaderen met het te vervoeren zware boormateriaal Om de kosten van wegaanleg laag te houden, streeft men er naar, kruisingen van rivieren en moerassen tot een nhnimum te beperken. Veelal zal het mogelijk zijn, het boorterrein langs één of meer bevaarbare rivieren vrij dicht, zoals niet geheel te benaderen en het is duidelijk, dat al deze factoren bij de wegkeuze een belangrijke rol zullen spelen. Het streven is er op gericht, de zeer hoge transportkosten naar het nieuwe terrein, dat soms enige honderden • km. in het binnenland liggen kan, zo laag mogelijk te houden. Inmiddels zijnde materialen en ma-- chinerieën voor het bouwen van het kamp en de boortoren, ter plaatse aangekomen, en nadat het bos gekapt is, kan met de opbouw een aanvang worden gemaakt. In hoofdzaak bestaat het materiaal , uit: stoomketels, pompen, vloeistoftanks in onderdelen, gereedschappen, timmerhout, cement (soms ook zand _en steenslag), pijpen, gegolfd plaatijzer, meubelen, tenten, electrisch materiaal, enz., enz. De opbouw geschiedt naar van te voren gemaakte tekeningen en hierbij is 'terdege rekening gehouden met de gemiddelde jaarlijkse windrichting, ten opzichte van de nieuw te boren put, terreihhoogte, enz. In het algemeen treft men in het (Vervolg van pag. 3) van figuur 6. Trek door die punten lijnen in dezelfde richting als van figüur 6. Maak deze in lengte gelijk aan de i cirkelbogen en ellipsen (zie A-A t/m.

kamp de volgende gebouwen aan: ■Woonhuizen, eetgelegenheid, wasgelegenheid, opslagplaats voor materialen, werkplaats, ketelinstallatie voor het maken van drinkwater, tevens kleine electrische centrale, een draadloos ontvang- en zendstation, indien het kamp op grote afstand of een telefoonverbinding naar het naaste kantoor, indien het kamp op korte afstand van de bewoonde wereld gelegen is. Ligt het kamp op enige afstand van een rivier, dan wordt daar een pompstation gebouwd, dat het rivierwater naar het boorkamp pompen moet. Vrijwel gelijktijdig met de opbouw van het kamp, gaat de boortoren omhoog. ’ • > ; Deze boortoren is een stalen constructie, bestaande uit vier poten van ongeveer veertig meter lengte en opgesteld ineen vierkant, met zijden van ongeveer zeven meters. Boven verenigen zij zich tot een constructie, die de kroon heet en ongeveer twee meter in het vierkant is. De poten zijn onderling door treken drukstaven verbonden en rusten beneden op vier zware betonblokken, waarvan het grondvlak afhangt van de druk, die de bodem opnemeh kan. De werkvloer bevindt zich op ongeveer twee meters van de begane grond en moet zo sterk zijn, dat ze, evenals de toren, een gewicht van vijfhonderd ton of meer moet kunnen dragen. , Behalve de omloop om het kroonblok, treffen we nog een tweede aan, die op ongeveer tweederde van de torenhoogte gelegen is, zoals we op de tekening kunnen zien.

F-F), waarna de gebogen lijnen kunnen worden getrokken. Daar de kleinste gebogen lijn iets korter is dan die van figuur 6, hebben wij deze in figuur 8 iets doorgetrok. ken, zodat A-A en F-F schuin lopen. Alle benaderde uitslagen zijn zonder toegift voor klinkkanten; een en ander moet dus nog worden bepaald.

Nadat het constructiewerk gereed is, wordt nog een lichtinstallatie aangebracht, daar het boren, wanneer eenmaal is begonnen, vier en twintig uur per dag voortgang vindt .De opstelling van de boormachine.rieën, ketels, tanks, cement-, moddermenginrichting, pompen en lichtdynamo’s. is intussen klaar gekomen en het geheel is nu gereed om in bedrijf genomen te worden. In het volgende artikel, dat het boren zal behandelen, moeten we vanzelf iets uitgebreider terugkomen op de verschillende dingen, die we liier terloops bij het opbouwen en inrichten van alles f genoemd hebben, en waarvan de bedoeling vanzelf duidelijk worden zal. J. H. T. (Wordt vervolgd) i Wat is zuiver rond? Bij het vervaardigen van zeer fijne meetinstrumenten, die om een of meer assen overeen bepaalde hoek versteld moeten kunnen worden, doet zich de vraag voor om zuiver ronde astappen hiervoor te maken, daar bij het verstellen van de standen afwijkingen zouden kunnen ontstaan, die het toestel zo zouden kunnen beïnvloeden, dat de aanwijzingen niet meer voldoende nauwkeurig zouden zijn, daar het aflezen van hoeken niet'alleen afhangt van de nauwkeurigheid van de verdeelclrkel, doch ook van de zuiverheid van de astappen. Het mag als bekend worden aangenomen', dat gedraaide astappen niet zuiver rond zijn, d.w.z. ze niet zuiver de ideale vorm van de cirkel hebben. Dit wordt veroorzaakt door het terugveren van het werkstuk en van de beitelhouder en welke terugvering niet gelijkmatig is, zodat daardoor afwij-

kingen ontstaan, al is de snede nog zo fijn. Een op dergelijke wijze gemaakte astap beantwoordt dan ook niet aan de gestelde eisen, die bij een nauwkeurig meetinstrument mogen Worden gesteld en is een betere aanpassing aan de cirkelvorm nodig. Een middel om aan dit bezwaar tegemoet te komen is het naslijpen van dergelijke astappen. Overeen inrichting daarvoor beschikt elke werkplaats. waarin bovenbedoelde toestellen worden gemaakt. "Dit naslijpen kan geschieden door middel vaneen klauw, die geheel om de tap heengrijpt, zodat de druk dus overal gelijk is. Toch kunnen er dan nog afwijkingen ontstaan door de invloed van zachtere gedeelten in het werkstuk, daar het toch duidelijk is; dat deze zachtere gedeelten meer worden afgenomen dan de ernaast liggende hardere. ■" » Het Is practisch dan ook nauwelijks mogelijk astappen zuiver rond te slijpen, althans zo zuiver rond, dat ze toelaatbaar worden geacht, ais er plekken in het materiaal zijn, die niet even hard zijn als de omgeving daarvan. Er zijn toestellen om deze afwijkingen nog te kunnen vaststellen en deze toestellen zijn erop gebaseerd, dat de afwijking van de zuivere cirkelvorm wordt gemeten als lengteverandering. Deze verandering wordt dan zichtbaar gemaakt door middel vaneen zeer gevoelig klein waterpas en een kleine harde stalen kogel. Hierdoor is het mogelijk nog afwijkingen vaneen tiende boogseconde vast te stellen. Met behulp vaneen dergelijk instrument was het mogelijk, ahnaar de asrichting van het toestel, onregelmatigheden inde ronding vast te stellen van 0.2 tot 4.3 U. – H.

Vragenbas Vraag 168: Kunt u mij enige gegevens verstrekken over de legering van Gero Zilmeta en van roestvrij staal? Is de hardheid van beide metalen de zelfde? Om roestvrij staal zacht te maken en het te forceren, kan men dan het materiaal gewoon rood heet maken eh koud laten worden, of moet men het af koelen? Antwoord: . Het antwoord pp uw vraag kon niet bevredigend gegeven worden, alvorens een kwalitatief onderzoek van Zilmeta gedaan was. Hiervoor is genomen een Zilmeta theelepeltje. Volgens de gebruikelijke methode is dit lepeltje eerst dun uitgewalst, en daarna chemisch onderzocht op metalen welke in het algemeen in legeringen kunnen voorkomen. Er bleek ijzer, nikkel en chroom in aanwezig te zijn. Deze bepaling geeft echter niet aan, in welke verhoudingen deze metalen gelegeerd zijn. Om dit te weten te komen, zou een z.g.n. kwantitatief onderzoek, noodzakelijk zijn. Mocht dit voor de vrager van groot belang zijn, dan kan na een schriftelijk verzoek hierover beslist worden. Het is dus vast komen te staan, dat Zilmeta en roestvrij staal legeringen zijn met dezelfde metalen. Het z.g.n. roestvrij V2a staal bezit echter 20 pet. chroom en 8,5 pet nikkel. De rest is ijzer. Verwacht kan wel worden, dat deze verhoudingen bij Zilmeta anders zijn, daar het onderzoek al wijst op weinig chroom en meer nikkel dan bij V2a staal het geval is. Tevens is de hardheid onderzocht van V2a staal en Zilmeta en wel in bewerkte toestand en in ultgegloëide toestand. Dit is met het toestel volgens Rockwell bepaald én werd voor Zilmeta een hardheid van 90 tot 100° B gevonden. Dit komt ongeveer met eeen trekvastheid overeen van ongeveer 70 k.g. m.m.2.

Wanneer men bedenkt, dat staal met een trekvastheid Van 37 k.g. m.m.3 overeenkomt met de hardheid van 58' B Rockwell, dan is wel in te zien, dat het Zilmeta beduidend harder is. Na .het uitgloeien van Zilmeta liep de hardheid iets terug. Het grote percentage nikkel zal hier wel Invloed uitoefenen. De hardheid was 80° B Rockwell. Het roestvrij staal is ook op hardheid onderzocht. Hierbij .bleek dé hardheid niet merkbaar afgenomen te zijn door uit,gloeien van het metaal. De hardheid was ongeveer 70° B Rockwell. Normaal koolstofstaal zou dan ongeveer een trekvastheid hebben van°4s k.g. m.m.!. Deze waarden kunnen niet met grote zekerheid als juist worden’ beschouwd, daar de beproefde plaat niet al te dik was en de indruk van de proefkogel zichtbaar was aan de onderkant van de plaat. Gezien de grote trekvastheid en hardheid van beide metalen zal zwaar forceerwerk wel moeilijkheden opleveren. De ervaring bij het verwerken van -roestvrij staalplaat was niet al te best te noemen. Een enkele bedemrahd kon met de hamer omgepend worden. Na twee maal haaks om te zetten, was de plaat volkomen op de omzétkant stuk. Zilmeta vertoonde dezelfde eigenschappen. Voor forceerwerk op de bank -zal dit materiaal niet geschikt zijn. Het uitgloeien van deze metalen geeft zeker niet het gewenste effect, zoals bij goed forceermateriaal verwacht kan worden. Door de firma Ruhaak en Co., Korte Vijverbérg 4 in Den Haag, wordt een plaat inde handel gebracht, die zelfs voor diepstandwerk geschikt is en dus voor forceerwerk zeker te verwerken is. Het is een zeer mooie sterke zlnklegering en men kan er dus geen staaleigenschappen van verlangen. Maar in het algemeen zal dit van geforceerde voorwerpen ook niet verlangd kunnen worden. Ü kunt bij deze firma alle gegevens en zelfs monsters van deze plaat be-„ komen, zodat de mogelijkheden bij verwerking van deze plaat volkomen duidelijk zijn. J- V. . 'S'

Sluiten