is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 36, 1938, no 27, 02-04-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De mogelijkheden gebruiken

leder, die het Friese platteland kent, zal b.v. weten, dat bü een begrafenis de lijkkist door een bepaalde deur, die men In gewone omstandigheden haast nooit opent, naar bulten wordt gedragen. Aan vele oude boerderijen Is zo’n speciale „lykdoar” (lljkdeur) te zien. Wanneer de begrafenis dan plaats vindt, gebeurt dit door de kist eenmaal, soms zelfs driemaal, om het kerkhof te dragen en daarna In de groeve te laten zakken.

Ziedaar een paar oude gewoonten, die zelfs voor het nuchtere, Friese platteland met tientallen andere zijn te vermeerderen. Vooral wat de begrafenis betreft wordt aan de oude zede streng de hand gehouden. Natuurlijk kan men nu zeggen: „oud bijgeloof” en er zijn er, die menen, dat daarmee het doodvonnis over deze gebruiken is uitgesproken. Men heeft gedeeltelijk gelijk met zijn konstaterlng en toch vergist men zich schromelijk, wanneer men hiervan gevolgen verwacht. Ook in zeer onkerkelijke streken, waar men met alle geloof heeft af gerekend en waar de nuchtere redelijkheid en het „kennis is macht” ondanks alles welig tieren, leven deze gewoonten en blijven zij leven.

Hoe dit te verklaren is? Vast staat wel, dat niemand op het platteland zich de oorspronkelijke betekenis van deze gebruiken bewust Is. Als men zou weten, dat de bedoeling eertijds was de geest van de dode te beletten het huis der levenden binnen te gaan en de boze geesten op een dwaalspoor te brengen, zouden velen zeggen: ~maar wij geloven niet in geesten”. En toch zou men het oude gebruik handhaven... uit piëteit. Want ook de meest vooruitstrevende plattelander hecht aan het verleden. En vooral bij het altijd weerkerend mysterie van de dood Is hij zich een eeuwige wet bewust en hij erkent dus de daarvoor geldige wetten. Het is alsof hij wil zeggen: „zo was het altijd, zo deed men altijd, dus doen wij zo”. Zijn gebruik maken van oude heidense vormen is eigenlijk een buigen voor de eeuwigheid. Het is dit ook, terwijl hij misschien zegt: „ja, dat doet men nu eenmaal zo. en de mensen zouden het vreemd vinden, wanneer wij het anders deden”.

lemand, die dus meent te moeten vechten tegen oud bijgeloof, moet wel weten, dat hij de indruk wekt tegen de piëteit te keer te gaan. Hij zal dan natuurlijk gematigder worden. Maar er Is nog meer. Wij moeten ook wel erg oppassen voor de gevaren der nuchterheid. Men kan zeggen: „ik wil alleen die dingen doen, die ik met het verstand begrijp”. Maar dan vergeet men dlrekt al, dat „het hart zijn redenen hééft, die de rede niet kent” Alleen verstandelijk leven kan niemand. Het oog en het hart willen ook wat. Wat dit betreft is er heel veel bedorven. De stijlloosheid, het rommelige van heel veel „moderne” begrafenissen, huwelijken enz. kan je soms een groot gevoel van armoede geven en ik ken er, die daarom de eenvoudige plattelander benijden. En zij zijn dankbaar, als ze evenals Buber na zijn wanordelijke, wereldse Weense jaren, weer het houvast van een kuituur, waarin ze gegrond zijn, vinden.

Zeker, men kan lachen, wanneer op sommige plaatsen blijkt, dat de kraamvrouw eerst na haar eerste kerkgang, waarbij het kind in het gebed herdacht wordt, weer uitgaat. Natuurlijk, in de vrees voor gevaren, die zullen dreigen, wanneer van deze regel wordt afgeweken, schuilt bijgeloof. Maar ligt er ook niet een erkenning in van het recht van God en van het vanzelfsprekende der dankbaarheid? Prof. Jan de Vries zegt zeer terecht: ~Het schijnt soms, dat de mens in zijn waan van vooruitgang bevangen, gelooft, dat hij bij die eeuwigdurende jacht naar het nieuwe, alleen het waardeloze op zijn weg achter laat en slechts het waardevolle behoudt.” En even eerder: ~Wat ons konservatief toeschijnt, dus domweg behouden, omdat het er nu eenmaal is, dat is dus in werkelijkheid de vaste wil, om de traditie te handhaven”').

Uit piëteitsoverweging èn omdat anders licht een kille, al te nuchtere atmosfeer ontstaat.

moet men dus voorzichtig zijn in zijn oordeel. Men moet dit echter vooral, omdat In haast elke uiting van de oude volkszede lets heel zuivers, iets van een misschien onbewust, maar toch zeer diep geloof leeft. De gevaarlijke uitwassen moeten bestreden Maar tegelijk moet men zijn best doen de goede zin der oude gebruiken, die er toch haast altijd Is, te laten spreken. En ook al zou die zin er niet zijn, dan Is het nog van waarde de oude vormen te gebruiken om een nieuwe zin duidelijk te maken. De aansluiting bij de traditie, het erkennen van plëteitsgevoelens is Immers opzichzelf zinvol en de geestelijke Inhoud, die men aan oude vormen gaf, is toch al anders dan zij eertijds was. Het is dus ook het beste om nog even op de bovenstaande voorbeelden terug te komen de gang om het kerkhof en het uitdragen door de „lykdoar” niet te bestrijden, maar belde vormen te zien als middelen, die ons worden aangeboden en die ook wij kunnen gebruiken. Want met deze vormen kunnen wij de ernst van de gebeurtenis en het feit van het afscheid-voor-altljd onderstrepen. Wij kunnen, terwijl wij om het vaak hooggelegen kerkhof lopen, ook zeggen: „Een van de gemeente ging heen en de beurt der anderen komt.” Dit is geen misbruik van de oude vormen, zoals men misschien geneigd is te denken. Het is alleen de poging om onder woorden te brengen, wat ook in het volksbesef reeds leeft.

J. KALMA.

') Zie Volk van Nederland, p. 7.

-) Men leze het door Prof. De Vries meegedeelde geval, zie Volk van Nederland, p. 216.

Kagawa over de wereldvrede

Kagawa heeft tegen het einde van het vorige jaar een onderhoud met den ministerpresident, prins Konoye, gehad om met dezen te spreken over de economische samenwerking tussen de volken. Al jaren lang heeft Kagawa er de nadruk op gelegd, dat de oorzaken van de oorlog als regel economisch van aard zijn. In een toespraak tot een vergadering van zendelingen, waarin hij een overzicht gaf van zijn bespreking met den mlnister-president, zeide hij onder meer het volgende: De moderne economie heeft de gehele wereldhuishouding veranderd. Zolang wij dus niet daarmede beginnen, zullen wij geen vrede hebben. De internationale verdragen hebben geen effect, omdat zü alleen op politieke overwegingen gebaseerd zijn en geen rekening houden met de beginselen van economische rechtvaardigheid. Dit feit begint op de duur de algemene aandacht te trekken. Zelfs in Genève heeft men dit jaar gezegd, dat de Volkenbond In deze zin hervormd moet worden, wil hij nog iets betekenen. En daarna heeft de mislukking van de Negen-Mogendheden-Conferentie te Brussel de aandacht op hetzelfde punt gevestigd.

Japan is de oudste, kleinste en armste van de grote mogendheden met een bevolking op zijn vruchtbare oppervlakte, zo dicht als geen enkel ander land. Het ligt dus voor de hand, dat in Japan het eerst de nood dringt om de aandacht van de andere volken te vestigen op de economische grondslagen, welke nodig zijn voor de wereldvrede. In de internationale politiek moet de bijzondere aandacht worden gericht op de levensvoorwaarden van de volkeren der wereld. Tot nu toe heeft men zijn best gedaan om de politieke verhoudingen tussen de volken te verbeteren; van nu aan zullen wij meer kunnen bereiken, wanneer wij de nadruk leggen op de economische zijde. leder consulaat en ieder gezantschap moet zich specialiseren op de economische zijde van de diplomatie.

Wanneer iedere natie 10 'M van haar oorlogsbudget voor dit doel bestemde, zouden de kosten voor de nodige onderzoekingen gemakkelijk kunnen worden gedragen. Deze geldmiddelen zouden moeten worden beheerd volgens een vast plan van internationale samenwerking, hetwelk tenslotte zou kunnen leiden tot de stichting van een Internationaal Bureau voor Economische Samenwerking.

Tegenover alle critici, die beweren, dat zulk een samenwerking in de wereld met haar huidige verhoudingen niet uitvoerbaar zou

zijn, geloof ik, dat het mogelijk is een grondslag te vinden voor de vrede tussen de volken. Drie dingen zijn daarvoor echter nodig. Het eerste is wederkerigheid. Het klassieke voorbeeld hiervan is de Internationale Post-Unie. En het tweede is Lloyd’s Zeeverzekering. Belde tonen aan, dat een samenwerking tussen de volken op de grondslag van wederkerigheid mogelijk is. Het tweede is gelijkheid van rechten en kansen. Hiervan is het coöperatieve stelsel van Rochdale het voornaamste voorbeeld. Ik ben overtuigd, dat er geen ander middel is om de permanente wereldvrede te bevorderen dan de toepassing der beginselen van Rochdale op de internationale betrekkingen. Het derde is afschaffing van iedere vorm van exploitatie. Als voorbeeld hiervan gelden de Japanners op de Philippijnen. De Amerikaanse regering heeft daar indertijd Japanse timmerlieden te werk gesteld bij de bouw van huizen. Toen hun contract om was, hadden zij geen geld om naar Japan terug te keren. Toen is een Japans zakenman, Ota genaamd, naar de Philippijnen gegaan en heeft daar de haven Davao geopend. Daar zette hij deze Japanners aan het werk voor het kweken van een soort fiber. Davao ligt zover zuidelijk, dat zelfs de Filippino’s daar niet In grote getale schijnen te kunnen leven, maar de vijftienduizend Japanners, die daar nu in dit bedrijf werkzaam zijn, hebben de moeilijkheden en gevaren van het tropische klimaat overwonnen. De cultuur was nu eenmaal nergens anders mogelijk.

De oorspronkelijke overeenkomst luidde, dat de Filippino’s 71 pet. van de opbrengst zouden ontvangen als landrente, terwijl de Japanse kolonisten de overige 29 pet. behielden. Dat systeem werkte tot wederzijdse tevredenheid, totdat de Filippino’s hun onafhankelijkheid verwierven.

Toen begon het nationalisme bang te worden voor de Japanners. Ik wilde, dat er ook in andere delen van de wereld zulke voorbeelden waren van samenwerking, gebaseerd op deling van de opbrengst. Meer naar het zuiden liggen Celebes en Borneo. Het laatste eiland is 5 maal zo groot als Japan en heeft maar drie millioen inwoners. Nederlands Nieuw-Gujmea is 2 maal zo groot als Japan en heeft er maar 200.000. Stel, dat de Nederlandse regering Japanse immigranten in haar koloniën zou toelaten op een basis van participatie in de opbrengst, in dezelfde verhouding als op de Philippijnen, dan zouden de Nederlanders 71 pet. als landrente ontvangen en de Japanners 29 pet. Hiermede wordt geen invasie in Ned. Nieuw-Guynea beoogd. Maar Japan lijdt nu eenmaal aan overbevolking. Wanneer nu maar de verschillende naties de geest van exploitatie wilden afleggen en een ruime opvatting wilden huldigen omtrent de souvereiniteit over hun koloniaal bezit. Internationale samenwerking denkt niet aan exploitatie. Wij moeten van nieuwe opvattingen uitgaan om de kwestie van de overbevolking grondig op te lossen. Tot nu toe zijn internationale conferenties voornamelijk opgezet voor de verdediging van de rechten van enkele zelfzuchtige naties. Zij zijn mislukt, omdat de opzet verkeerd was en de werkmethode onjuist. Hierdoor is een algemene teleurstelling ontstaan met betrekking tot de mogelijkheid van economische conferenties in het algemeen.

VREDES PERSBUREAU.

Van de administratie

Wij maken de kwartaalabonné’s er op attent, dat 1 April a.s. een nieuw kwartaal ingaat. Ter besparing van onnodige kosten verzoeken wij de abonné’s vriendelijk, het abonnementsgeld vöör 15 April op onze girorekening 21876, voor Amsterdam V 4500, te willen storten.

De binnenlandse abonnementsprijs bedraagt ƒ0.90, de buitenlandse ƒ1.15 per kwartaal. Na 15 April wordt over het abonnementsgeld, verhoogd met ƒ 0.15 incassokosten, per kwitantie gedisponeerd.