is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 32, 1933, no 12, 23-12-1933

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kathe Kollwitz

(Tentoonstelling Kunstzaal Aalderink, Van Lennepkade 55, Amsterdam.)

De lezer wil het volgende wel opnemen als uiting van iemand, die van kunst geen verstand heeft en zich over kunstzaken niet uitlaat, die dus alleen iets tracht uit te spreken van de indruk, die het werk van Kathe Kollwitz. op hem als „leek” maakte. Eerlik gezegd: je komt er min of meer geslagen uit. Ik heb me af gevraagd: hoe zul je de moed vinden om ooit weer over arbeidersleven, sociaal onrecht en socialisme te spreken, nu je dit gezien hebt? Wij schrijven elke week onze stukjes in de krant, wij houden onze redevoeringen, wij doen ons werk dat we op verschillende posten te doen hebben, de molen draait door ach ik zeg niet, ook niet van mezelf, dat we het doen zonder hart en zonder ziel, zonder toewijding en geloof, natuurlik niet

Maar als je eenmaal gestaan hebt voor dat gróte hart van Kathe Kollwitz, dat de diepste ellende van het proletariërsnoodlot meelijdt als het eigen lot, dat de schreeuw der vertwijfelden, de doffe gelatenheid der wanhopigen, ook wel de wilde

opstand der getergden zo heeft doorvoeld dat ze één is geworden met de onterfden dan voel je je eigen menselike en socialistiese en religieuze wil zo armzalig zwak. Wij geven in dit nummer een afbeelding van een ets: „Werkloosheid”: de uitgeputte moeder in het bed met haar grote donkere angst-ogen, die in de nacht der armoe staren, de kinderen om en bij haar (want ook in de bitterste nood blijft de Moeder troosten en koesteren, vlam van liefde in deze donkere vertwijfeling) en de vader zit met gekromde rug op z’n vingers te bijten met een vloek in z’n hart. Wij drukken juist deze plaat af in ons Kerstnummer, om de onduldbare onwaarachtigheid van een zich christelik noemende wereld scherp te doen gevoelen. Als ik een tekst moest zetten uit mijn Bijbel onder deze plaat, dan zou het die wezen uit Lukas 12: Ik ben gekomen om vuur op de aarde te werpen, en hoezeer wenste ik, dat het reeds ontstoken v/as!

Dezelfde plaat openbaart ook de andere kracht in het grote hart dezer kunstenares: uit bijna elk stuk werk breekt haar sterke liefde voort als het licht dat de donkere ellende opheft. Stil en teder kan die liefde zijn als hier in de Moeder nergens wordt zij sentimenteel, juist omdat zij op zo gruwelike troosteloosheid veroverd werd. Prachtig ook haar liefde in die tekening van de gevangenen luisterend naar muziek: koppen van uitgestoten, verlaten en misschien verloren mensen, maar als Kathe Kollwitz ze tekent worden ze opgeheven in een milde, warme liefde. Strijdbaar haar liefde in een tekening, die als voorstudie gediend heeft voor een antioorlogsplaat: de wijde beschermende armen om de bedreigde kinderlevens heen, en de forse roep tegen den oorlog en zijn verwoestingen.

Men hoort wel en zeker in ons brave Holland, dat nog trots is op zijn welvaart en de waarde van zijn gulden de opmerking, dat deze schilderijen van het arbeidersnoodlot „overdreven” zijn. Het is hiermede precies als met het geluk: proletariese ellende zowel als geluk zijn geestelike grootheden, die men alleen geestelik doorproeven kan. Een eenzaam bloeiende bloem maakt de ene mens een ogenblik stil van geluk, een ander trapt ze achteloos neer. Een krantenberichtje: in een arbeidersgezin sterft een kind, nu heb-

ben de broertjes en zusjes geen bed meer om in te slapen voor het dode kind begraven is het valt den een niet op, een ander voelt onmiddellik de gewetenspijn. Dat Kathe Kollwitz de proletariese ellende zó geven kon als ze deed steeds hetzelfde en toch steeds gevariëerd en altijd levend, diep aangrijpend bewijst haar grote, dappere liefdevolle hart.

Daarom ga je geslagen en toch verrijkt weg: deze tentoonstelling is oneindig veel meer dan die van een groot kunstenaarstalent; zij openbaart in rake onmiddellikheid een groot, diep hart. Wie zijn wij, dat we ons socialisten noemen? Waar is ónze liefde die zo meelijdt, meestrijdt en opheft? En toch: wat moet het socialisme naar z’n menselike geestelike kant gróót zijn, dat het zo bezielen kan.

Eén vraag: u zorgt toch (als u in Amsterdam komt) om de tentoonstelling te zien? Zij blijft geopend tot 31 December. Hier hangt het beste stuk van ons geloven en willen. De volgende week geven wij nog enkele reproducties. W. B.

ten wij op gedachten aan menschelijke pogingen om een betere samenleving op aarde te verwerkelijken. Wie op Kerstmis spreekt van het licht van het socialisme dat in de duisternis dezer wereld schijnt en dat naarmate de arbeidersbeweging aan macht toeneemt, deze duisternis zal overwinnen, is buiten de christelijke gedachtensfeer.

Het zijn geheel andere gedachten die aan de ons vreemde voorstellingen ten grondslag liggen. Kerstmis spreekt van God die anders en meer is dan de wereld, ook dan de wereld die de menschen vormen en die zij bouwen, en van Wien nochtans deze wereld is en die in deze wereld werkt, ook in de wereld en het streven der menschen. Het spreekt van Gods heiligheid en Zijn eischen en daartegenover van menschelijke onheiligheid, beperktheid, schuld, ook onvermijdelijke, tragische schuld, die toch schuld blijft. Maar het spreekt ook van God als de heilige liefde, die zonde vergeeft en schuld verzoent. Die echter ook, juist uit kracht van Zijn heilige liefde, de wereld en de menschen niet laat blijven, zooals zij zijn, maar verlost.

bevrijdt en heiligt, loutert en Die zonde en dood en waan overwint. En het ziet dat alles in het kind in de kribbe, dat straks de goede herder zoowel als de strijder voor het Koninkrijk Gods zal zijn, maar ook de Man der Smarten, de gekruisigde, die ondanks, neen juist in en door zijn ondergang overwint.

Over deze gedachten laat zich moeilijk discussieeren, omdat het hier niet om bewijsbaarheden gaat. Zij spreken tot iemand of zij spreken niet en of zij spreken zal afhangen van de wijze waarop zij tot de menschen gebracht worden, maar vooral van de graad van ontvankelijkheid, waarmee zij opgenomen worden. Mij dunkt, dat er onder socialisten die de gebeurtenissen van onzen tijd doorleven, een vrij groote mate van ontvankelijkheid aanwezig zal zijn. Sterk immers zullen zij het socialisme als eisch beleven, maar zij zullen ook weten van bezoedeling, van schuld, ook van tragische schuld, van machteloosheid en wanhoop. Misschien dat dan gedachten van vergeving en verzoening, van kracht die uit den hooge geschonken wordt, van een liefde waarin de wereld rust ondanks alles, van eeuwigheidslicht

en eeuwigheidskracht die telkens weer in den tijd, d.w.z. in tijdelijke, beperkte, schuldige menschen doorbreken, van ondergang, die in werkelijkheid opgang is, van kracht in zwakheid, gaan spreken. Misschien dat wij weer kunnen verstaan de zin van Kerstmis, dat spreekt van licht dat schijnt in de duisternis.

Of deze gedachten verstaan zullen worden hangt echter ook in hooge mate af van degenen, die hen als hun overtuiging uitspreken. Christus, dat is Gods heilige liefde in deze wereld verschijnend, in menschelijke gestalte, komt tot menschen door menschen, of hij komt en verschijnt niet. Het zijn ten slotte de christenen die Kerstmis voor anderen tot een werkelijkheid of tot een frase maken.

Het is een rijkdom Kerstmis te mogen vieren. Het is ook een verantwoordelijke daad. Maar nooit is het een vanzelfsprekendheid. Het is het ongerijmde, dat toch de hoogste waarheid is. Want het spreekt van God die deze wereld lief heeft en trouw blijft, van de liefde die overwint. Ik hoop dat wij allen waarlijk Kerstmis durven, kunnen, mogen vieren. H. DE VOS.