is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 32, 1934, no 14, 06-01-1934

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VER TREDEN MENSCHHEID

Vertredene menschheid, tot vreugde geboren, Tot vrede door strijd, tot zoeken en vinden.

Hef uw hoofden, naar ’t licht van den Hoogen, Weet in uw harten, gij zijt Gods beminden.

Ook gij allen

Miljoenentallen

Gij massa’s, gekrenkt, ontrecht, veracht door uw broeder.

God is uw hoeder.

Hef uwe hoofden, uwe harten tot Hem

hoor naar Zijn stem.

Die zelf in uw hart de moed zaait tot weerstand De wil om uw recht, zelf u in ’t hart plant

Wees sterk in Hem

Verhef uw stem

Eisch, in den naam van de Liefde, uw Leven, In naam van de Liefde moet men u geven

Werk, vrede, brood! Rijk is de aarde! Mensch, houd u zelve! houd allen in waarde.

G. J. HEROMA—ENNEN.

BARCHEM

Eén der afdelingen van het Religieus-Socialisme in Nederland, de Arbeidersgemeenschap der Vereniging „Woodbrookers in Holland”, heeft een familiefeest gevierd, dat van haar moeder nog wel, die op 28 Desember j.l. jubileerde na een leven van vijf en twintig jaar. Dit zilveren feest moet ook in het orgaan van het R.S. worden herdacht, in Tijd en Taak, omdat de dankbaarheid ook een socialistiese plicht is. Zo warm stemt mij dit gevoel, dat ik niet als „reporter” kan schrijven over de gedenkdag in ’t Woodbrookersmilieu, niet ais neutraal waarnemer, maar dat ik als kind des huizes moet spreken over dit heuglike feit. En het R.S. zai dit eerbiedigen, niet slechts omdat de A.G. in Barchem is geboren, maar ook omdat van de Vereniging „W. in H.” zelve een geest is uitgegaan over de kuituur van ons land, de geest van het religieus humanisme, die aan ailerlei meer bepaald spiritueel leven ten goede is gekomen, ook dus aan de algemene socialistiese beweging.

Niettemin blijft het feit der stichting van het werkverband der Arbeidersgemeenschap door de moedervereniging de voornaamste aanleiding tot het gedenken van het Barchemfeest in dit religieussocialisties orgaan. En dan staan onze gedachten allereerst stil voor het wonderlik gebeuren, dat een „burgerlike” vereniging, om hier de vaak zozeer misbruikte kwalifikatie te bezigen, en de in dit geval zeker ongepaste, een socialisties werkverband stichtte. Eigenlik openbaart zich in dit feit tweeërlei wonder: eerst dit, dat de geest der moedervereniging zo ruim is en met zoveel wijsheid geleid, dat aan elke groep van betekenis in volle vertrouwende

vrijheid wordt geschonken het door het geheei noodzakelik geachte werk tot uitvoering te brengen, natuurlik onder zeker toezicht van dat geheel; en in de tweede plaats nog dit wonder, dat dit vertrouwen door een niet-socialisties geheel ook wordt geschonken aan het socialisties onderdeel. Waarop berusten toch die ruimheid, die wijsheid, dat vertrouwen? Het zoeken naar een juist antwoord op deze vraag doet ons doordringen tot de geest van het geheel, tot de kern der Woodbrookersgemeenschap, tot het hart der Quakerbeweging, waaraan zij is ontsproten.

En daar, vreemde plek in onze materialistiese wereld, daar vinden we wat stamt uit hoger gebied: de verborgen omgang Gods, de moed om met God alleen alles aan te durven en de deemoed om te buigen voor Zijn majesteit, het geloof in de kracht van het gemeenschappelik gebed, het roepingsgevoel, de dienst van het biddend werken, het zich aktief overgeven aan ’t eeuwig proces van binding en ontbinding, eerbied voor de Tijd, die het innerlik leven voor zich behoeft, het geloof in de mens naar evangeliese diepte opgevat, de kennis van de mens dus ook, de aandacht voor zijn ziel, de eerbied voor zijn eigen geestelik leven en de wil dit niet te krenken, het zien van de gang eens mensen als een spoor van God, het verantwoordelikheidsgevoel dat tot doorgeven van geschonken schatten dringt, het evenwicht tussen persoonlikheid en gemeenschap, de belening der eenheid, die veelenigheid is en niet voorbarige of valse eenheid, de binding ook van ’t sociale leven aan Gods wet, de hunkering naar Zijn vrede De naamgeving dezer schatten is hier ontleend aan de sprekers op het feest der herdenking. Ik gaf ze om de lezers een indruk te geven van wat Barchem in be-

ginsel en bedoeling is, van wat het gaarne wezen zou. Woorden zijn maar povere dingen om er sfeer mee aan te duiden, onbruikbare werktuigen zelfs om die sfeer te vatten. Maar hier moeten wij het er mee doen. En misschien zijn ze in staat geweest, ondanks hun gebrekkigheid, om een glans van het Barchemse goud op te vangen en te weerkaatsen, een schijn van de rijkdom van Barchems bezit. Gewoonlik is Barchem weliswaar slechts de Berg van het verlangen, maar toch ook soms de Berg der vervulling, in menselike zin dan. Het heeft onze liefde, al is het slechts de Berg der momenten en de Berg der gestalten.

Der gestalten; onder eenvoudig dienende mensen personen als professor Roessingh, professor de Graaf, dr. C. E. Hooykaas, Clara Wichmann en Just Havelaar, die over de Berg zijn heengegaan, om te zwijgen van de velen, die er nu en dan nog vertoeven.

Der momenten; de wijdingstonden, de verzorgde inleidingen, de genegen samensprekingen, de flits van het persoonlik vertrouwen, de gulle grap, de gunst der eenzaamheid, de warmte der vriendschap.

Wie de tijd en het geduld zou willen nemen, de hier uitgestalde schatten van Barchem te beschouwen, die zou er zeker heel wat van als algemeen bezit willen annexeren. En onze lezers zouden ze zeker willen opnemen om ze over te brengen in de socialistiese beweging, die aan vele een zo bittere behoefte heeft. We hoeven ze niet uit te zoeken, ze springen ieder onzer in het oog. En daarom moeten we blijven werken vanuit Barchem ook in de kring van het socialisme. Men kent in de algemene beweging al zo iets van Barchemsfeer en Barchemgeest; het werk der A.G. in Barchem en Bentveld is niet zonder invloed gebleven. Bentveld is de jongere zuster en woont toch het verst van huis. Dit vergt de waakzaamheid der leiding van de A.G. Want de geest der moeder kan niet gemist worden; er zal, vooral in de komende tijden, zo veel worden gevergd van de kracht van die geest.

Ik denk aan wat de laatste spreker op het herdenkingsfeest als kenschets gaf van die komende tijden, en aan de les, die hij daaraan verbond. Herodes en Pilatus kaatsten elkaar de figuur van Christus toe; ze durfden Hem aannemen noch verwerpen. Toen werden Herodes en Pilatus eindelik vrienden, en ze verwierpen hem allebei. Dit Herodes-Pilatus-spel wordt in onze dagen met hartstocht gespeeld. Het doet mensen samenschieten tot groepen, en in de afzonderlike mens ook schieten de driften tezamen. Onwillekeurig vormen zich kompiexen en het bewustzijn lijdt onder automatismen. In dit anti-theties leven heeft Barchem tot taak, tot opdracht, zijn levensstijl te bewaren en naar buiten zuiver te verwerkeliken. Het heeft een andere binding te bevorderen: de koliektiviteit van persoonlikheden, wat, religieus gezien, is de binding in God. Hiertoe zullen de kernen moeten zijn van religieuze aard: er is geen andere keuze dan tussen deze dienstbaarheid der kernen en hun machteloosheid. Barchem zai hier leiding moeten geven en de Louteringsberg worden, ook voor het maatschappelik leven.

En voor het socialisme, zo vraag ik nu eveneens? Mij dunkt, mijn antwoord is op te maken uit de geest, waarin ik dit herdenkingsartiekel schreef.

K. GEERTSMA.

‘) Ds. G. J. Sirks.