is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 37, 1938, no 6, 05-11-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BUITENLANDSE KRONIEK

Gasmaskers

A.R.P.

Deze week is het Engelse parlement weer bijeengekomen. De eerste zittingen waren bestemd voor nabeschouwingen over de Europese crisis, waarbij zowel de internationale toestand als de kwestie, in hoeverre Engeland zelf tijdens de crisis afdoende voor zijn taak berekend was, ter sprake zouden komen. Voorzover dit uit allerlei publicaties viel af te leiden, kon de balans moeilijk ten voordele van de Britse regering uitvallen.

Men heeft na München in Engeland in het bijzonder een stijgende ontevredenheid kunnen constateren over de toestand, waarin zich tijdens de crisis de weermiddelen bevonden. Deze verontrusting wordt alleszins begrijpelijk, wanneer men in aanmerking neemt, dat het Engelse volk reeds enkele jaren een millioen pond sterUng per dag uitgeeft voor zijn bewapening. Totdusver hebben de Engelsen niet de indruk gekregen, dat zij veel „waar” voor dit geld hebben ontvangen en in September waren de tekortkomingen bepaald pijnlijk.

Wij hebben er reeds eerder op gewezen, dat met name de achterstand in de organisatie van de luchtbescherming als een factor moet worden beschouwd, die bij de beoordeling van de afloop der Tsjechoslowaakse crisis zelfs door den scherpsten criticus der Ghamberlain-politiek in rekening moet worden gebracht. In hoeverre deze overweging op de houding van de Engelse regering tijdeijs de crisis van invloed is geweest, ontsnapt aan ons oordeel. Ook zij hier buiten beschouwing gelaten, in hoeverre ooit afdoende beschermingsmiddelen tegen de oorlog uit de lucht kunnen worden aangebracht. Maar er valt te betwijfelen of het risico van een oorlog, waarin de millioenenbevolking van de eigen hoofdstad tegen de luchtoorlog alleen door een vrij gebrekkige ballon-versperring, wat loopgraafj es in de grote parken, gratis uitgereikte gasmaskers en een in haar begin verkerende organisatie van evacuatie wordt beschermd, zelfs den onvervaardsten kampioen tegen de fascistische chantage-politiek niet zou hebben geremd. En dan was de toestand dienaangaande in Londen nog „heilig” bij die in vele andere grote industrie- en handelscentra.

Er zit aan deze hele organisatie der luchtbescherming, naar uit de Engelse ervaringen en publicaties blijkt, een sterk sociale kant, die de arbeibeidergbeweging ook elders, voorzover zij een positieve houding ten aanzien van dit uitvloeisel der militaire machts- en veiligheidspolitiek aanneemt, terdege in het oog zal moeten houden. In een werk dienaangaande van den Engelsen professor Haldane, wordt er bij voorbeeld treffend op gewezen, hoe de gegoede inwoners van een stad, wanneer zij over een auto beschikken, alleen al door een onvermijdelijke verstopping van het verkeer een snelle ontruiming van de stad voor de massa’s practisch onmogelijk kunnen maken. Vandaar dat men wel reeds tot de maatregel zijn toevlucht heeft genomen, alle particuliere rijverkeer in deze omstandigheden te verbieden. Een maatregel, die dus een democratisch karakter draagt, ook al heft zij andere voorrechten van vermogenden, zoals het bezit van buitenhuisjes en dergelijke, niet op.

In de „New Statesman”. van vorige week werd echter verder melding gemaakt van een officieel rapport, waarin niet aUeen op de tekortkomingen der regeringsmaatregelen inzake luchtbescherming werd gewezen, maar waarin tevens werd geconstateerd, dat „mensen, die tot de leidende klassen van dit land behoorden,' in het algemeen zeer weinig hadden gedaan om de plaatselijke A.R.P.-autoriteiten bij te staan” (A.R.P. is Air Raid Precautions, luchtbescherming). De meeste mensen, die bereid waren te helpen, behoorden tot de „industriële arbeidersbevolking van het land”. Aan welke critiek het liberaal-sociahstische weekblad de opmerking verbindt, dat de leidende klassen blijkbaar hun gevoel van verantwoordelijkheid hebben verloren en alleen aan eigen welbehagen denken.

Het „verraad"

Het hier gesignaleerde feit is niet het enige symptoom voor een verschijnsel, dat wellicht voor de toekomst van de democratie in de westerse staten van beslissende betekenis zou kurmen zijn. Deze democratie is nog altijd in wezen en in methodes een „burgerlijke” democratie waarmee zij niet, zoals in het Marxisme wel eens te gemakkelijk is gebeurd, waardeloos is verklaard. Naast een formele rechtsgelijkheid, die ieder staatsburger voor de wet dezelfde waarde toekent, laat zij de sociale rang- en invloed-verschiUen voortbestaan, alleen onder de correctie van een, in rechte wederom door ieder burger gelijkelijk, in feite zeer onge-

lijk beïnvloed staatsgezag. Deze democratie is echter in zoverre ook „burgerlijk”, dat zij berust op de loyale erkenning van de grote meerderheid van haar burgers, de typische „burgerij”, de bourgeoisie incluis.

De vraag doet zich nu voor, of met de toenemende mate, waarin de „burgerlijke” democratie in sociale richting wordt gecorrigeerd, die bourgeoisie in dezelfde mate loyaal blijft ten aanzien van dö eigen staat en zijn inrichting. Deze vraag doet zich voor bij een beoordeling van de aard van en de weerstanden tegen het fascisme binnenslands. Zij doet zich eveneens voor inzake die weerstand tegen het fascisme van buitenaf: het is onmiskenbaar, dat klassebelangen, of wat daarvoor doorgaat, eventueel de internationale politiek in bepaalde banen kunnen leiden en dat dit element met name in Frankrijk in de jongste crisis niet heeft ontbroken.

Het „verraad”, dat men in die internationale pohtiek van de „bourgeoisie”, indien dit algemene begrip hier nog mag worden gebruikt, tegenover de eigen beginselen verplichtingen en constructies meent te kunnen opmerken, zou ertoe kurmen leiden, dat de volksgroepen, de arbeidersklasse incluis, die in de grond van de zaak voor die „burgerlijke politiek” slechts in geringe mate aansprakelijk zijn, terwille van de continuïteit der ontwikkeling deze politiek gedeeltelijk moeten ovememen. Het spreekt vanzelf, dat daarvoor ernstige weerstanden in die klassen te overwinnen zijn, omdat zij hier, met name ten aanzien van een in de grond onvruchtbare machtspolitiek, in een rol moeten „inspringen”, historisch gezien, die hun helemaal niet ligt en volstrekt teg.en de borst stuit.

Op deze zelfde wijze is het mogelijk, en het voorbeeld van de luchtbescherming in Engeland bracht ons hiertoe, dat dc onverantwoordelijkheid, waaraan de heersende klassen of groepen zich schuldig maken ten aanzien van een onderdeel van hun defensie-politiek, de arbeidersklasse voor de noodzaak stelt, ook deze „erfenis” zo spoedig mogelijk over te nemen. Waarbij zich als alternatief laat verdedigen, het onderdeel, in dit geval de luchtbescherming, dan maar liever zo mogelijk met de hele militaire defensie overboord te gooien. Al zal men dan terdege moeten beseffen, welke reële gevolgen een dergelijke principieel revolutionnaire-pacifistische taktiek in een slechts geleidelijk zich ontwikkelende samenleving voor de massa’s kan hebben.

Men kan zich misschien indenken, dat de volksmassa’s van Barcelona hun luchtbeschermingsmiddelen niet zouden willen missen, ook al ware de Spaanse republiek nog „burgerlijker”, dan zij in wezen is.

Een „schandaal"

De Engelse ervaring van de jongste weken heeft echter enige bescheideriheid geleerd ten aanzien van het verantwoordelijkheidsgevoel der massa’s, waarop tegenover de laksheid der leidende klassen epn beroep zou moeten worden gedaan. Er is zo iets als een „gasmasker-schandaal” in Engeland, waarbij ditmaal niet de „corrupte wapenfabrikanten” enz. de schuldigen zijn, maar de bevolking zelf. Tijdens de crisis heeft de Engelse regering ongeveer 38 millioen gasmaskers gratis uitgereikt. Zij werden ook na „Miinchen” in het bezit der burgers gelaten. Van deze 38 millioen moest men na enkele weken reeds 20 millioen als verloren beschouwen, grotendeels wegens de onachtzaamheid der bevolking. Daarmee werd een kapitaal van stellig 20 millioen gulden verspild.

Er zijn voor dit „schandaal” allerlei excuses aan te voeren. Men heeft zelfs uit de vorm, waarin deze vernieling van een der meest trieste voortbrengselen van onze beschaving veelal plaatsvond, allerlei gevolgtrekkingen willen halen. Het gebruik als thee-zeefje, als visnet, ter bescherming bij liet uienschiUen, vaak als kinderspeelgoed en als brandstof voor vreugde-vuurtjes, zou een blijk zijn van de vreugde der bevolking over het feit, dat zij niet voor hun trieste bestemming behoefden te worden aangewend. De duivel heeft altijd wel een advocaat! Maar wij kunnen het met een Vlaams blad, waaraan wij deze bijzonderheden ontlenen, eens zijn, wanneer het iets macabers en beangstigends aan dit vernielingswerk verbonden acht. Er is alle reden om ertegen te waarschuwen, in dit ontstellend bewijs van gebrek aan verantwoordelijkheidszin der massa’s een bewuste vorm van pacifisme te zien. In tijden van gevaar zouden al deze mensen op volkomen menselijke wijze hun eigen kortzichtigheid ten sterkste betreuren. Er steekt hierin een tekort aan zelftucht, dat de democratie in haar strijd met de fascistische dictatuur, ook wanneer die niet uit het oogpunt van een machtsstrijd, maar naar de maatschappelijke productiviteit wordt beoordeeld, zware teleurstellingen en zelf verdiende nederlagen kan bezorgen.

Aan de ander kant steekt in deze zorgeloosheid

jegens een van de beschamendste beschermingsmiddelen, die het mensenvernuft tegen eigen ontaarde voortbrengselen heeft moeten uitdenken, ook een instinctief protest. In zijn diepste wezen verzet de normale mens zich tegen de mogelijkheid van een oorlog en geeft hij zich, wanneer de acute angst geweken is, al te graag in een blind, en daarmee gevaarlijk vertrouwen aan het vreedzame leven over, dat reeds zorgen genoeg telt. Het is waarlijk geen triomf voor onze beschaving, dat de leus „Wees zuinig op uw gasmaskers” tot een burgerdeugd wordt verheven.

Hierin komt één der verschillen tot uiting tussen de democratie en het fascisme, dat het aan de onderdrukking van de menselijkheid heeft te danken, wanneer het de voorbereiding voor de oorlog zoveel gemakkehjker kan organiseren. Hierin ligt een aanwijzing, dat de democratie in haar strijd tegen het fascisme in het militaire gewelddadige en alles wat daarmee verbonden is, niet haar be'ste troeven heeft, zolang zij haar eigen aard niet verloochent en daarmee de strijd zinneloos maakt. Het is niet voor niets, al spelen hierbij ook klasse-belangen, of liever de belangen van de betrokken industriëlen een grote rol, wanneer zowel in Frankrijk, als in Engeland op dit ogenblik wordt geijverd voor een soort industriële dienstplicht, speciaal in de oorlogsbedrijven. Van de beperkte economische vrijheid, die de „burgerlijke” democratie kent, voornamelijk de vakverenigingsvrijheid, zou op deze wijze niet veel meer overblijven dan in de fascistische corporaties.

Het is voor de democratie veeleer een levenseis, waar en voorzover dit nog mogelijk is, al haar krachten aan te wenden, maar dan ook met een volstrekt algemeen gedragen verantwoordelijkheidsbesef, in een strijd met het fascisme op die levensterreinen, waar het militaire element het minste gewicht in de schaal legt. Dat is niet het terrein van de machtspolitiek, maar dat zijn de grote levensgebieden van de georganiseerde volkshuishoudingen, de beschaving en de cultuur.

B. W. SCHAPER.

BOEKBESPREKING

Alfred Kerr, „Melodien", Editions Nouvelles Intemationales, Paris.

Werkelijk, onder de in ballingschap levende Duitse auteurs zijn er zelfs enkelen, die gedichten schrijven Twintig bundels met „verzen uit de emigratie” zijn ginds 1934 verschenen. En thans, na een ietwat lange lyriek-pauze, hebben de „Editions Nouvelles Intemationales” te Parijs „Melodien” van Alfred Kerr uitgegeven. De zeventigjarige, vroeger eens de gevierde en ook gevreesde toneelcriticus van Berlijn, heeft in Frankrijk zijn tweede vaderland gevonden. Zijn humor is bitterder nog geworden in deze laatste jaren. Hoe zou het ook anders? Zijn kijk op mensen en dingen is helder als steeds. De pen is nog scherp, want zijn vitaliteit is niet verslapt. Strijdroep en liefdeslied, sarcastisch pamflet en Isvenshymne staan naast elkaar in dit boekje. Een Duitse emigrant kijkt naar zijn land, zijn oude en nieuwe vrienden, ziet terug en vooruit. De balling Alfred Kerr laat het hoofd niet hangen. Een bloem, een zonnestraal in een der Parijse parken verzoent hem weer met het leven. Fritz Brügel, Max Hermarm—Neisse, Bert Brecht, Walter Mehring, Johannes R. Eecher hebben verzen geschreven, die ten dele meeslepender, ten dele ontroerender dan die van Alfred Kerr zijn. Maar er is geen gedichtenbundel, die voor de Duitse emigratie karakteristieker is dan deze „Melodien” in haar kleurige verscheidenheid. H. W.

Multatuli: „De geschiedenis van Woutertje Pieterse”. Arbeiderspers, A’dam 1938. f 1.90 geb.

Een oudje, dit boek. Maar een van die oudjes, die maar niet oud willen worden, en die men daarom met de naam klassieken aanduidt. Het doet goed te zien, dat de Arbeiderspers het met dit boek opnieuw gewaagd heeft, en dat nog wel in zo’n kaurig:e uitvoering en voor zo’n onwaarschijnlijk lage prijs.

Prof. Donkersloot heeft Woutertje’s geschiedenis voor deze gelegenheid „opnieuw uit de Ideeën verzameld”. Multatuli heeft het werk n.l. niet als een roman geschreven het is vol uitweidingen, vol fantastische sprongen, en heeft geen eigenlijk slot —, maar het al naar de ingeving van het ogenblik door zijn bundels Ideeën heen gestrooid. Bovendien praat hij, zoals schrijvers van de vorige eeuw meer deden, voortdurend door zijn verhaal heen. De verzamelaar, die aan het publiek Woutertje als een leesbaar verhaal wil voorleggen, is daardoor’ onophoudelijk gedwongen knopen door te hakken, opmerkingen van Multatuli öf te schrappen ten bate van het „verhaal”, öf op te nemen omdat ze toch wel heel tekenend zijn. Want ja, tenslotte is het noch Multatuli noch zijn lezers zozeer om het verhaal te doen. Woutertje is een stuk Hollandse zedenschildering. De Pieterse’s en hun omgeving, dat is het verstikkende Hollandse burgermansfatsoen, gespeend van het laatste restje natuur en het laatste restje zelfrespect, met de meest godvergeten „christelijkheid” tot een vieze knoedel samengebald. Woutertje met zijn argeloze goedheid en zijn onbedorven fantasie moge voor ons veel van zijn fleur verloren hebben, om Woutertje’s omgeving en Multatuli’s aanklacht blijft het boek actueel tot op de huidige dag. M. H. V. d. Z.