is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 37, 1939, no 30, 22-04-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De nieuwe geestelijke gesteldheid

Nodig wordt de openbaring van een nieuwe, geestelijke gesteldheid in de wereld. Van haar zal het lot van den mens en de wereld afhangen. Zij zal niet abstract blijven en geen afwending van de wereld en den mens betekenen. Haar wezen zal de arbeid van de geest in de wereld en in den mens vormen de arbeid aan de verlichting en verandering van den mens en de wereld. Zij moet den mens tot scheppend werk en tot de scheppende daad oproepen. De mens van de nieuwe geestelijke gesteldheid zal de wereld niet vervloeken, de be? zetenen en afgodendienaren niet ver? oordelen, hij zal het lijden van de wereld delen, de tragiek van den mens op zich nemen en er naar streven, het bevrijdende principe aan alle gebieden van het menselijk leven mede te delen. De nieuwe geestelijke gesteldheid is niet uitsluitend een weg van de wereld en van den mens naar God; zij is tevens de weg van God naar de mensen en de wereld; niet slechts een opstijgen, maar ook een neerdalen: het omvatten van de

waarheid van het godmensenschap en van het godmenselijk leven in hun over? vloed en hun glans.

De oude geestelijke gesteldheid heeft de liefde tot God niet zelden met de afwending van den mens, met de ver? vloeking van de wereld, verenigd. De redding kan echter alleen geschieden door een geestelijke gesteldheid, voor welke de liefde tot God tegelijk ook de liefde voor den mens, de vrijheid van de macht van deze wereld tegelijk ook de liefde voor de schepselen en de schepping Gods betekent; een liefde, die niet alleen verlossing, maar tegelijk ook de scheppende daad van den mens in deze wereld zal zijn.

Het Christendom is vooral een religie van de liefde en de vrijheid. Maar jui.st omdat het Christendom de religie der liefde is, wordt de toekomst niet door het noodlot bepaald noch in de rich? ting van het goede, noch in die van het boze. Een ernstige strijd is te wachten. De nieuwe geestesgesteldheid is er toe geroepen, de wereld, de maatschappij en de cultuur opnieuw te humaniseren. Voor het Christendom betekent dat niet alleen een menselijk, maar tegelijk ook een godmenselijk proces. Slechts in

het godmensenschap, slechts in Chris? tus kan de mens gered worden. Anders wordt hij door demonische krachten verscheurd, door haat en krakeel ont? bonden en door de waanzin en de be? zetenheid in de afgrond gestort.

Het uur heeft geslagen, waarop het Christendom —■ na een verschrikkelijke strijd, na een geweldige ontkerstening der wereld met al haar gevolgen zich nu eindelijk in zijn zuivere gestalte zal openbaren. Dan zal met alle heid blijken, aan welke zijde het Chriss tendom staat en waartegen het strijdt. Het Christendom zal opnieuw de enige en laatste toevlucht van den mens wor* den. Na de innerlijke reiniging en vers andering van het historisch Christen? dom zal het duidelijk worden, dat het Christendom aan de zijde van den mens en de menselijkheid staat, aan de zijde van de sociale gerechtigheid, der ver? broedering van de mensen en de volken, de verlichting en verheldering van het menselijk bestaan, aan de zijde van de scheppende vorming van het nieuwe leven. Prof. N. BERDJAJEW.

Uit: De bestemming van den mensch in onzen tijd, laatste hoofdstuk: het gericht over het Christendom.

{Vervolg „Uit de Kerkelijke Wereld") Is het werkelijk waar, dat de Amerikaanse kerken definitief gekozen hebben tussen Zwaard en Kruis? En Is het, staande tegenover dictatoriale landen, mogelijk om, In de lijn van de September—Chamberlaln, scheiding te maken tussen regeerders en volkeren? Ik ben bang, dat de conflictstof zo hoog Is opgetast, dat deze kansen eenvoudig niet meer bestaan. En dan passen bescheidener woorden.

Overigens heeft het blad gelijk, door op het gevaar te wijzen, dat een vroom woord een gruwelijke werkelijkheid gaat dekken. Wat satanisch gruwelijk Is, moet ook zo genoemd worden.

De Evangelische Maatschappij Voor sommige Protestanten Is het een doodzonde om een goed woord over te hebben voor het Rooms-Kathollsclsme. Neen, men staat zelfs al aan woede-uitbarstingen bloot, Indlen men de gronden van hun fel verzet In twijfel trekt. Sommige protestanten zien de naderende overheersing van Rome. En zij begrijpen eenvoudig niet, dat andere protestanten zich niet laten opstuwen naar een afweerfront. Zij staan zover van de vijand af, dat zij zijn zwakheid niet herkennen en zijn gevaar zoeken, waar het alleen maar schijnbaar, echter niet In werkelijkheid ligt.

Wij wülen dit aantonen ten aanzien van de positie van de Evangelische Maatschappij. Deze beweging, die haar ontstaan dankt aan de Aprilbeweging van 1853, toen de Rooms-Katholleke hiërarchie hier te lande werd Ingesteld, en die alle Protestanten, links en rechts, wil verzamelen om Nederland te behouden voor het Protestantisme, blaast af en toe het strljdslgnaal, dat steeds tevens een noodkreet Is.

In het begin van dit jaar werd aan alle predikanten een circulaire gestuurd om ze wakker te schudden en de ogen te openen voor het dreigend gevaar. In de week na Pasen hield deze beweging haar algemene vergadering om nieuwe plannen te beramen. Zodoende Is zij voldoende voor het voetlicht getreden om een oordeel te kunnen vellen. Wat blijkt uit haar optreden? Dit: Zij Is een angstige reactle-beweglng. Angst Is In het algemeen een teken van zwakheid, een bewijs, dat men geen stevige grond onder de voeten

voelt. Een beweging, die zich uitput In het wekken van angst, onthult haar eigen zwakheid. Ook de Evangelische Maatschappij leeft van de angst. Zij toornt tegen Roomse burgemeesters, zelfs In plaatsen met Roomse meerderheid. Zij Is boos op de Roomse ziekenhuizen, op de Roomse professoren, op de conferenties voor andersdenkenden, op de warenhuizen, In handen van Roomsen. Zij wekt grlezelvoorstelllngen voor de toekomst, als de 52 % der Nederlandse kinderen, die op het ogenblik de Roomse scholen heet te bevolken, In Nederland de meerderheid hebben (over 15 jaarl). Zij raakt een nationale snaar, door het gevaar te signaleren van een buitenlandse overheersing van Nederland onder het oppergezag van een Itallaansen bisschep (de Paus).

Wle de vraag stelt: maar wat wilt gij dan? krijgt een zeer onbevredigend antwoord. N.l. een In wezen reactionair antwoord. In het algemeen zegt men: wij willen versterking van het protestantse bewustzijn. Goed. Maar wat Is de Inhoud van dit protestantse bewustzijn? Moet men strijden tegen roomse benoemingen? Moet men de tractementen van de kloosterlingen Inhouden? Moet men R.K. Kloosterstichtingen verbieden? Moet men alleen protestantse rechters benoemen? Alleen protestantse hemden dragen? Slechts protestantse zaken steunen? Meent men ddn het protestantisme te redden? Als het door dergelUke middelen, niet passend In de huidige structuur van „het” protestantisme, dat protestantisme wU redden, dan Is het al verloren! Wat stellen wij daartegenover? Dit:

Men overschat de vijand. Wie zorgvuldig de recente publicaties leest van het Katholieke comité van actie „Voor God”, komt al spoedig tot de ontdekking, dat deze activiteit niet geschiedt uit triomfantelijk overwlnnlngsbewustzljn, maar vooral om aan de Inzinking van activiteit In katholieke gelederen te ontkomen. Hier Is de beste verdediging de aanval, zo redeneert men dan. Verdediging tegen bmnenslulpende onverschilligheid, waarvan b.v. Dr. J. P. Kruyt In zijn „Onkerkelijkheid” belangrijke cijfers geeft; verdediging tegen het binnendringen van een on-katholleke moraal (het nleuw-malthuslanlsme), bestrijding ook van een stuk heldendom, dat maar niet verdwijnen wil (de waarschuwingen tegen de carnavalspret, leder jaar weer aan, bewijzen, hoe weinig werkelijke vat de geestelijkheid op het Instinct der massa heeft). Bestrlj-

ding van de gevolgen der gemengde huwelijken, die men wel zo goed mogelijk repareert, door strenge eisen te stellen aan de nlet-katholleke huwelijkspartner, maar die op de duur een grote bedreiging vormen. De Evangelische Maatschappij laat zich bedriegen door de grote getallen, door de grote warenhuizen (waarbij zij nooit uitrekent hoeveel warenhuizen er niet In roomse handen zijn), door de grote organisatie, die Inderdaad perfect Is.

Maar, en dat Is het cardlnale punt: zij geeft geen af doend antwoord op de vraag: wat dan. Wil zij dan, dat de R.K. Kerk geen propaganda maakt? Dat zij haar schare ziet wegzakken In het drijfzand van het ongeloof? Wil zij politiek terug tot vóór 1795? De grote moeilijkheid is, dat er geen ander protestants bewustzijn is, dan, om een woord van Tllllch te gebruiken, als oorsprongsmythe. Als binding aan een verheerlijkt verleden. Op dit ogenblik Is door allerlei krachten, het „protestants bewustzijn”, Indlen men aanneemt, dat het op deze wijze hanteerbaar bestaat, zo veelvuldig geworden, dat pas een zeer Intense arbeid aan het wederzijdse verstaan van elkander weer een binding kan geven. Maar dan Is dat een ander protestantlsn}e, dan dat van de E.M. Dan zal dat een ander protestantisme moeten zijn, dat oecumenisch van aard Is, dat de rlchtlngsstrüd overwonnen, althans „op hoger plan” gebracht heeft, dat bovendien ook naar de kant van het Roomsch-Kathollsme de deuren ter samenspreklng openhoudt. Dat weet, hoe heden het niet meer de vraag Is of wij vroeger geuzen waren maar of wij morgen nog, èn als protestanten, èn als roomsen, christenen zullen zijn.

Waar Rome met valse pretenties komt. zullen wij beslist en waardig néén moeten zeggen. Waar Rome onze zwakheid toont, zullen wij bij onszelf aan het werk moeten slaan.

Was zegt Kagawa daarvan ?

Duitse kerkelijke bladen geven het bericht, dat Japanse Christenen Hltler een bijbel als geschenk hebben aangeboden. De Evangelische gemeente In Tokio, die de bijbel aanbood, wilde hiermede haar dank betuigen voor alles, wat Duitsland voor Japan heeft gedaan.

L. H. RUITENBERG.