is toegevoegd aan je favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 38, 1940, no 29, 13-04-1940

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZATERDAG 13 APRIL 1940 – No. 29 38STE JAARGANG VAN DE BLIJDE WERELD

Aan God behoort de aarde en haar volheid. Psalm 24:1

Tijd EN Taak

RELIGIEUS-SOCIALISTISCH WEEKBLAD

ONDER REDACTIE VAN DR. W. BANNING ADRES DER REDACTIE: BENTVELDSWEG 5 – BENTVELD

VERSCHIJNT VIJFTIG MAAL PER JAAR – 3 BSTE JAARGANG VAN DE BLIJDE WERELD

ABONNEMENT BIJ VOORUITBETALING PER JAAR F 3.40, PER HALFJAAR F 1.75, PER KWARTAAL F 0.90 PLUS 15 CENTS INCASSO – LOSSE NUMMERS 8 CTS POSTGIRO 21876 – GEMEENTEGIRO V 4500 – ADMINISTRATIE GEBOUW N.V. DE ARBEIDERSPERS, HEKELVELD 15, AMSTERDAM-CENTRUM

DEVALUATIE VAN DEN GEEST

De lezer vergeve mij, dat ik ditmaal iliC'L pV..A L.lV..gili. het is mij echter om een algemeen verschijnsel te doen. Er zijn enkele beoordelingen van mijn boekje „Een weg opwaarts” verschenen, die op volkomen duidelijke wijze laten zien, hoezeer een besmettcd lijke geestesziekte ook in ons land doord dringt; waarbij het merkwaardige is, dat een ziekte als roodvonk de patiënt gCd woonlijk nog al koest maakt, terwijl de geestelijke besmetting geweldige grotes monddopzetterij meebrengt.

Het karakteristieke van een paar be= oordelingen (niet in maar b.v. in ~Het Vaderland” en „De Opregte Haarl. Courant”) zit in twee dingen: in de eerste plaats in een volstrekt vreemd zijn aan religie, ook aan begrip omtrent haar betekenis; in de tweede plaats in de hoon waarmee men den „intellectueel” te lijf gaat. Dat een godsdienstig mens met het verschijnsel oorlog, maar ook met het verschijnsel dictatuur, barba= risme enz. nog op een andere wijze te vechten heeft dan dat hij naar oorzaken zoekt; dat een gelovige voor de vraag komt te staan naar zin en waarde van 'alles wat onze tijd beroert; Jat hij zich= zelf dikwijls voor gewetensconflicten ziet geplaatst omdat hij in verantwoord delijkheid kiezen moet. ontgaat deze lied den ten enenmale of laat hun volstrekt onverschillig. Zij laten de werkelijkheid van het politieke en sociale leven haar gang gaan, en menen dat het oordeel ah leen toekomt aan de „politieke speciad listen”, die krachtens hun vak nu eend maal „realisten” zijn. Het lied is vaker gezongen; in de 19e eeuw op Duitse melodie Bismarck met z’n Realpolid tiek —, in de 15e en 16e eeuw op Itad liaanse wijze Machiavelli in Italië. Of er, gezien wat deze lieden der Realpolh tiek over de wereld gebracht hebben, misschien aanleiding is om een vraagd

teken te zetten bij het leerstuk van het alleenzaligmakende van de machtsstrijd? Of er, voor wie zich verbonden weet met de massa des volks, die door tyrannen en. dictatoren geofferd worden bij mib lioenen aan de grootheidswaan der uit; verkoren „Herrenmensehen”, misschien reden is tot een onvoorwaardelijk verzet in naam van menselijkheid en recht? Of er, voor wie de ere Gods belijdt over alle levensgebieden en uit het Evangelie heeft horen opklinken de eis der broe; derlijke gemeenschap en van vrede op aarde, de plicht der gehoorzaamheid be; staat aan Gods heilige wil? Eén der schrijvers die ik op het oog heb, schrijft: Banning is een mysticus, en zo iemand moet zich met politiek niet bemoeien. In wezen bedoelt de man: politiek heeft met de normen van het geloof niets te maken, zij gaat haar eigen gang. Nu, dat laatste is wiiar in de oorlog en wat er aan vooraf gaat, is er van waarachtigheid en goede trouw, van wil tot begrijpen en samen leven geen sprake. Het bedenke; lijke is slechts, dat er ook in Nederland gezegd wordt: zo behóórt het. Leve de brutale macht.... ook al sterft de wereld er aan. Devaluatie van den geest. Besmettelijke ziekte.

Het tweede punt: de hoon over de „in; telleetueel”. De man in „Het Vader; land” schrijft over „de fijne intel; tuelen van het pacifisme en van het in; ternationale socialisme” die de boel lie; ten mislukken in Europa, en dus moes; ten „nu eenmaal brutalere jongens aan; pakken” dit heet dan „geschiedschrij; ving”, zeker van een „politieke speeia; list”. Een ander heeft het over „goedwil; lende intellectuelen” die zich met de poli; tiek maar niet moeten bemoeien. Wie dan wèl, vraag ik? de kwaadwillende stommerds soms? Wat is dat voor een laf spel van deze lieden? Zijn zij zelf soms géén intellectueel? Waartoe sehrij;

ven ze dan hun artikelen iri hun kranten? Of menen zij of hun hoordredafcLie soms dat men artikelen sehrijven kan zónder kennis, zonder scholing, zonder f hersens? Of zit het verschil tussen hen en ons niet in het intellectueel zijn, maar in de goedwillendheid? Het is een triest verschijnsel van de laatste jaren: de in= telleetueel die er zijn beroep van maakt om geestelijke waarden en de strijd daar? voor te honen. Devaluatie van den geest. Besmettelijke ziekte.

Daar valt me net ~De Stem” in handen met o.a. een artikel van Dirk Coster tegen die letterkundigen, die er hun hoogste eer in stellen om „nagelhard en spijkervast en tempo=tempo te zijn”. Coster zegt ervan, min of meer ter ver« klaring: „ik geloof, dat aehter al deze spijkervaste hardheid zich een nogal slimme en bangelijke overweging verbergt. Namelijk het instinct zich veilig te stellen, zowel tegenover de leiders onzer litteratuur die op dit ogenblik bevolen hebben, dat alles spijkervast en nagelvast zal zijn, als in het algemeen, om een automatische superioriteit (meerwaardigs heid) te handhaven boven elkeen die . zich hlootgeeft. . .... Welk ‘een aanmoerli» ging voor de kleine en ongure menselijke pikdrift, vooral wanneer applaus gega= randeerd is. Want zich blootgeven is de verdoemde plicht van eiken schrijver die eerlijk tracht zich van zijn gevoelens rekenschap te geven.”

Ook in de literatuur: devaluatie van den geest, besmettelijke ziekte. De tijd is on; barmhartig —■ intellectuelen verheerlij; ken dus de onbarmhartigheid; de tijd is hard en wreed, en dus smeedt men de leuze: wees hard, heb de moed om wreed te zijn; de brutalen hebben de macht, en cliis juicht men de machtswellust toe. ...

Mode? Ten dele. Ook: het menselijk al te menselijke, dat van alle tijden is.